Skip to Content

Structuur Trui

Structuur Trui

Gebruiksvriendelijk haakpatroon voor een structuur trui in maten XS tot 5XL.

Zoek je een klassiek patroon voor een trui? Dit makkelijke beginnersvriendelijk gehaakt truipatroon is gemaakt vanuit rechthoeken, met minimale vormgeving.

Inhoudsopgave

  • Patroon van de Structuurtrui
  • Maat tabel
  • Wat heb je nodig
  • Afkortingen
  • Speciale steken
  • Panden (maak 2)
  • Instructies van de structuurtrui
  • In elkaar zetten van de panden
  • Blokken
  • Achter naad
  • Voor naad
  • Zijnaden
  • Mouwen
  • Boorden

Structuurtrui gehaakt patroon door by Yay For Yarn

Vaardigheidsniveau: Gevorderde beginner

Maatvoering

–De maatvoering volgt de normen van de Craft Yarn Council voor damesmaten.

– Deze trui heeft een klassieke pasvorm met ongeveer 5-7.6 cm bewegingsruimte. Meet de buste van de drager en kies de maat die het dichtst bij de borstomvang van de drager ligt onder het kopje “Buste maat”.

– Instructies en garenvereisten voor maat X-Small staan ​​buiten de haakjes, de maten Small, Medium, Large, X-Large, 2X, 3X, 4X, and 5X staan tussen haakjes zoals onderstaand:

X-Small (Small, Medium, Large, X-Large, 2X, 3X, 4X, 5X).

– Als er maar één cijfer wordt gegeven, geldt dit voor alle maten.

Buste maat:

X-Small: 76 cm
Small: 86 cm
Medium: 96.5 cm
Large: 106.7 cm
X-Large: 116.8 cm
2X: 127 cm
3X 137 cm
4X: 147 cm
5X: 157.5 cm

Totale buste / Lengte achterpand:

X-Small: 81.9 cm / 54 cm
Small: 93.3 cm / 55.2 cm
Medium: 104.8 cm / 55.9 cm
Large: 112.4 cm / 56.5 cm
X-Large: 123.8 cm / 57.2 cm
2X: 135.3 cm / 57.8 cm
3X: 142.9 cm / 57.8 cm
4X: 154.3 cm / 59 cm
5X: 165.7 cm / 59 cm

Benodigdheden:

Ongeveer: 935 (1045, 1154, 1230, 1340, 1455, 1522, 1652, 1745) meters soft #4 Worsted Weight garen

(I heb Lion Brand Pound of Love gebruikt , 935 meter / 450gram / 454 g per bol, 1 (2, 2, 2, 2, 2, 2, 2, 2) bollen inkleur Oxford Grey)

Haaknaald 6 mm
Schaar
Meetlint
Stopnaald

Spanning: 14 steken = 10 cm; 8 rijen = 7.6 cm in de meest gebruikte steek van het patroon

Stekenuitleg:

Losse: sla de draad om en haal door de lus op de haaknaald.
Vaste: steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte, sla de draad om en haal een lusje op, sla de draad nogmaals om de haaknaald en haal deze door beide lussen op de haaknaald.
Halve vaste: steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte, sla de draad om en haal een lusje op en meteen door de lus op je haaknaald.
HalfstokjeSla de draad om en steek de naald door de aangegeven steek. Sla de draad om de naald en trek de haaknaald mét de omgeslagen draad terug door de losse of steek heen. Je hebt nu 3 lusjes op de haaknaald staan. Sla de draad om de naald en trek in één keer door alle drie de lusjes heen.
Stokje: sla de draad om, steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte, haal een lusje op. Je hebt nu 3 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door 2 lusjes, sla de draad om en haal door2 lusjes.

Speciale steken

2samengehaaktevasten: *Steek de naald in de volgende steek, sla de draad om de naald en haal een lus op. , herhaal vanaf * nog een keer. Sla de draad om de naald en haal deze door alle drie de lussen op de naald.

2samengehaaktestokjes: *Sla de draad om de naald en steek de naald in de volgende steek, sla de draad om en haal een lus op. Sla de draad om de naald en haal deze door twee lussen op de naald. Herhaal van * nog een keer. Sla de draad om de naald en haal deze door de drie lussen om de naald.

Al hakend vaste opzetten:

Begin met een schuiflus en twee lossen. Op de plek waar de naald zit, dus onder beide V-lusjes van de eerste losse die je maakte door, steek je je naald. Je slaat de draad om de naald en trekt deze terug door de steek, maar nog niet door het lusje op de naald. Je hebt nu 2 lusjes op de naald. Nu ga je de basis maken voor de volgende steek. Sla de draad om de naald en haal die door 1 lusje heen. Je hebt nu weer 2 lusjes op de naald. De zojuist gemaakte steek is de basis voor de volgende vaste.

Eerst moeten we echter deze vaste nog afmaken. Sla daarom de draad weer om de naald en haal door beide lusjes heen. Je hebt nu 1 vaste gemaakt. Op de plek waar de naald naar wijst, steek je je naald in voor de tweede vaste. Je haalt nu weer een draad op, die je door de steek maar nog niet door het lusje op je naald heen haalt. Je hebt dan twee lusjes op de naald.

u sla je de draad om en haal je door 1 lusje heen om weer de basis te maken voor je volgende vaste. Vervolgens maak je deze vaste af door de draad om te slaan en door beide lusjes op je naald te halen. Je hebt nu je tweede vaste gemaakt. De volgende vaste steek je weer in onder de twee lusjes. Ga zo door tot de gewenste lengte is bereikt. (video tutorial here)

Voor alle volgende steken draai je je werk zodat de onderkant (opgezetten vasten rand) naar je toeligt.

Aan de onderkant van wat de bovenkant van een normale steek lijkt, ligt de ‘lus’ waar je je naald door beide lussen insteekt. Sla de draad om de naald en haal een lus op. Sla de draad om de naald en haald deze door 1 lus op de naald. Sla de draad om en haal deze door beide lussen op de naald.

Geribbelde half stokje: Sla de draad om de naald en steek de naald in het horizontale lusje wat aan de voorkant van het halve stokje loopt. Sla de draad om de naald en haal een lus op. Sla de draad om de naald en haal deze door de drie lussen op de naald.

Onzichtbare start van een vaste: Rek de lus op de haak iets uit. Steek de naald in dezelfde steek. Sla de draad om en haal een lus op. Sla de draad om de naald en haal deze door twee lussen op de haaknaald.

Onzichtbare halve vaste: Haal de naald uit de huidige lus. Steek de naald vanaf de achterkant van je werk naar de voorkant door de bovenkant van de startsteek. Plaats de lus terug op de naald en haal de lus van voor naar achter door de steek.

Panden van het trui haakpatroon (maak er 2)

Begin met een lange draad van minstens 90 centimeter lang. Je begint dit patroon met al hakend vaste op te zetten, in plaats van een lange lossen ketting. Al hakend vaste opzetten is makkelijk te doen en geeft je gelijk de opzet en de eerste rij vasten. Tevens geeft het meer stretch in je werk dan een lossenketting. Een ander voordeel is dat het makkelijker aan elkaar te naaien is. Ik raad deze manier daarom ook ten zeerste aan. Mocht je toch willen beginnen met een lossenketting, staat de werkwijze onderaan.

Rij 1: 2 lossen, Sla de 1ste losse over, begin met de eerste vaste op te zetten in de 2de steek vanaf de naald. Haak 149 (151, 153, 155, 157, 159, 159, 163, 163) steken. Je hebt nu 150 (152, 154, 156, 158, 160, 160, 164, 164) steken, zonder de beginruimte mee te tellen.

OF

Rij 1: Haak een lossenketting van 151 (153, 155, 157, 159, 161, 161, 165, 165). Sla 1 steek over, vaste in de tweede steek vanaf de naald. Vaste in elke steek tot het einde. Je hebt nu 150 (152, 154, 156, 158, 160, 160, 164, 164) steken, zonder de beginruimte mee te tellen.

Rij 2: 2 lossen, draai je werk. Half stokje in dezelfde steek en in de volgende 9 steken. (Vaste, stokje) in de volgende steek. *sla 1 steek over, (vaste, stokje) in de volgende steek* tot aan de laatste 11 steken. Sla 1 steek over, half stokje in de volgende 10 steken. Je hebt nu 150 (152, 154, 156, 158, 160, 160, 164, 164) steken, zonder de beginruimte mee te tellen.

Rij 3: 2 lossen, draai je werk. Geribbeld half stokje in dezelfde steek en in elk van de volgende 9 steken. (Vaste, stokje) in de volgende steek. *sla 1 steek over, (vaste, stokje) in de volgende steek* tot dat je de laatste 11 steken bereikt. Sla 1 steek over. Geribbeld half stokje in elk van de volgende 10 steken. Je hebt nu 150 (152, 154, 156, 158, 160, 160, 164, 164) steken, zonder de beginruimte mee te tellen.

Herhaal rij 3; 18 (21, 24, 26, 29, 32,34, 37, 40) keer. Hecht af met minstens een draad van 90 cm.

In elkaar zetten van de panden:

Blok de panden naar keuze.

Voor natuurlijke vezels, pin je werk op blokmatten. Spuit in met water tot het verzadigd is en laat drogen.

OF

Voor acryl vezels, pin je werk uit op een strijkplan of verschillende lagen handdoeken. Houd een stomend strijkijzer 5-7cm boven het werk. Zorg dat het hele werk beneveld en verzadigd wordt met de stoom. Laten afkoelen /drogen.

Leg beide panden met de goede kanten op elkaar met de opgezette randen bij elkaar. We gaan de opgezette vasten randen aan elkaar maken, en laten een gat in het midden voor de hals en nek.

Achternaad

Pak de einddraad van een van de panden en rijg deze door de stopnaald. We naaien in steken in paren samen. Een ‘paar’ is een steek van de rand van het ene pand en een steek van de rand van het andere pand.

Begin bij de boordsteek en naai 65 (66, 67, 68, 69, 70, 70, 72, 72) stekenparen samen. Haal nog een steek door je laatste genaaide steek, sla de draad om de naald en trek de naald erdoor om een knoop te maken. Werk de draadjes weg.

Voornaad

Draai het werk zodat de geribbelde rand van het pand het dichtst bij je ligt. Pak de einddraad van een van de panden en rijg deze door de stopnaald. We naaien de steken weer in paren samen. De lengte van deze naad bepaald de diepte van de halslijn. Voor een diepere halslijn, naai je minder steken samen, voor een hogere halslijn, naai je meer steken samen. Begin bij de boordsteek en naai 55 (55, 55, 56, 56, 56, 56, 56, 56) stekenparen samen. Haal nog een steek door je laatste genaaide steek, sla de draad om de naald en trek de naald erdoor om een knoop te maken. Werk de draadjes weg.

Zijnaden

Leg de geribbelde uiteinden van de panden samen en vouw deze zodat de voor- en achternaden op elkaar liggen. De verkeerde (hobbelige) kand van de laatste rij van elk pand moet naar de buitenkant wijzen De gevouwen delen aan de bovenkant zijn de schouders en de opening in het midden is de halsopening.

Pak de einddraad van een van de panden en rijg deze door de stopnaald. De randen van de laatste rij van het pand is nu gevouwen zodat de boordsteek van elke kant aan elkaar liggen. We beginnen met deze rand aanelkaar te naaien, beginnende bij de boord. Als we de vouw bereiken, stoppen we met aan elkaar naaien maar laten we ruimte over voor de mouwopening. Beginnende bij de boord, naaien we steken samen in paren tot er 38 (40, 44, 48, 52, 56, 62, 68, 72) steken over zijn die nog niet samen genaaid zijn.

Haal nog een steek door je laatste genaaide steek, sla de draad om de naald en trek de naald erdoor om een knoop te maken. Werk de draadjes weg. Herhaal deze instructies voor de andere kant

Mouwen

We hechten aan in de onderkant de mouwopening en haken de eerste toer in de overgebleven steken van de mouwopening. Leg de trui voor je neer zodat de bovenkant van de zijnaad naar je toe is gericht. De aanhechting moet in de toplussen van een stokje van de laatste rij, dicht bij de zijnaad. Hecht de draad aan in het stokje en laat een eind draad van ongeveer 15-20 cm. Ga door naar toer 1.

Toer 1: Onzichtbare start vaste in de aanhechting, stokje in dezelfde steek. * sla 1 steek over (vaste, stokje) in de volgende steek* herhaal rondom tot de laatste steek. Sla 1 steek over. Onzichtbare halve vaste in de onzichtbare start steek van de toer. Je hebt nu 38 (40, 44, 48, 52, 56, 62, 68, 72) steken. Je telt de onzichtbare vaste van het begin mee, maar je telt de onzichtbare halve vaste niet mee.

Op dit moment zul je een klein gaatje zien in de onderarm, recht boven het einde van de naad. Met het uiteinde van de aanhect draad, maak je een aantal steken om het gaatje te dichten. Maak daarna een knoop en werk de draad weg.

Toer 2: Draai je werk. Onzichtbare start vaste in dezelfde steek. Stokje in dezelfde steek. *Sla 1 steek over, (vaste, stokje) in de volgende steek* rondom tot de laatste steek. Sla 1 steek over, onzichtbare halve vaste in de onzichtbare start steek van de toer. Je hebt nu 38 (40, 44, 48, 52, 56, 62, 68, 72) steken. Je telt de onzichtbare vaste van het begin mee, maar je telt de onzichtbare halve vaste niet mee.

Herhaal toer 2; 23 (23, 22, 20, 16, 14, 9, 7, 4) keer.

Toer 3: Draai je werk. Onzichtbare start vaste in dezelfde steek. Stokje in dezelfde steek. *Sla 1 steek over, (vaste, stokje) in de volgende steek* rondom tot de laagtste 5 steken. Sla 1 steek over, haak 2samengehaaktevasten, haak 2samengehaaktestokjes. Onzichtbare halve vaste in de onzichtbare start steek van de toer. 2 steken geminderd.

Herhaal toer 3; 7 (7, 8, 10, 11, 13, 15, 17, 19) keer.

Je hebt nu 22 (24, 26, 26, 28, 28, 30, 32, 32) steken. Hecht niet af.

Boord

We gaan nu de boord aan de mouw maken. Het boord wordt gehaakt, loodrecht op de mouw. We gebruiken de halve vasten om de steken aan de laatste toer van het gehaakte werk vast te maken.

Haak 12 lossen

Toer 1: sla 2 lossen over, half stokje in de derde lus van de naald. Half stokje in de volgende 9 lussen. Halve vaste in de volgende 2 steken van de mouw. Je hebt nu 10 steken, zonder de overgeslagen lussen of de halve vasten mee te tellen.

Toer 2: draai je werk. Sla de 2 halve vasten over, Geribbeld half stokje in de volgende 10 steken. Je hebt nu 10 steken.

Rij 3: 2 lossen, draai je werk. Geribbeld half stokje in dezelfde steek en elk van de 9 steken. Halve vaste in de volgende 2 steken van de mouw. Je hebt nu 10 steken, onder de overgeslagen lussen of de halve vasten mee te tellen.

Herhaal rijen 2-3 totdat je helemaal rondom de mouw bent, eindigend met rij 2. Er mogen geen steken van de mouw overblijven waar geen halve vaste in zijn gehaakt. Er mag geen opening zijn tussen de ribbels, slechts een spleet. Hecht af, laat een lange draad.

We naaien nu de uiteinden van het boord samen. Gebruik de einddraad om de spleet tussen het begin en eind van de boord samen te naaien. Gebruik een heen en weer steek om de einden samen te naaien. Wanneer je het einde van de naad bereikt, breng je de naald naar binnen, maak een knoop in de draad aan de binnenkant en hecht af. Herhaal deze instructies voor de tweede mouw. Blok de mouwen door middel van je eigen blok keuze.

Blokken

Voor natuurlijke vezels, pin je werk op blokmatten. Spuit in met water tot het verzadigd is en laat drogen.

OF

Voor acryl vezels, pin je werk uit op een strijkplan of verschillende lagen handdoeken. Houd een stomend strijkijzer 5-7cm boven het werk. Zorg dat het hele werk beneveld en verzadigd wordt met de stoom. Laten afkoelen /drogen.

Veel plezier van je Structuur trui.

Dit patroon is bedoelt voor persoonlijke doeleinden. Je mag het niet delen, copieren, verkopen, weggeven of gebruiken om het einddoel massaal te verkopen. Je mag het gemaakte artikel op kleine schaal verkopen, zolang er wordt vermeld dat het patroon geschreven is door Yay For Yarn.

Yay For Yarn Copyright© 2019 – Current. Alle patronen en fotos zijn eigendom van Yay For Yarn.


Yay for Yarn haakpatronen

Creatieve, enthousiaste en lieve Iris van Meer is het gezicht achter Een Mooi Gebaar en vertaalt, ontwerpt en deelt meer dan duizend haakpatronen met jullie op dit stukje internet.

Mijn verhaal, over hoe ik van onhandige knutselaar toch nog creatieve ondernemer ben geworden, lees je hier: Mijn Verhaal

Als je contact met Iris wil opnemen, ga je naar de contactpagina

Delen is lief!