Je maakt voor deze granny verlengde-stokjes in een toer lager dan de toer waar je in bezig bent. Daarvoor sla je de draad om de naald, naald door aangewezen steek (die dus een toer lager ligt!), lusje ophalen, lusje optrekken tot de hoogte van waar je bezig bent, vervolgens haal je een draad door twee lusjes heen, dan sla je om en haal je door weer 2 lusjes heen. Je kunt op deze manier eigenlijk alle steken verlengen, leuk hè? Klik op de link naar de stekenuitleg als je er niet uit komt 🙂

Dit blijkt één van de lastigste vierkantjes te zijn van de eerste paar weken van de CAL. Kom je er niet uit? Leg ‘m dan even opzij en doe wat meer ervaring op in de andere vierkantjes!

De kleuren van deze granny zijn Orchid (52), Purple Bordeaux (50), Lilac (55) en Fuchsia (49).


Toer 1

Magische ring met daarin: 2 lossen, 2 halfstokjes. [2 lossen, 3 halfstokjes] 3 keer. 2 lossen, halve vaste in tweede beginlosse.

Toer 2

Steek met halve vasten over naar de hoekruimte. In diezelfde hoekruimte: (2 lossen, 2 halfstokjes, 2 lossen, 3 halfstokjes). In de volgende lossenruimtes: (1 losse, 3 halfstokjes, 2 lossen, 3 halfstokjes). 1 losse, halve vaste in tweede beginlosse.

Toer 3

Steek met halve vasten over naar de hoekruimte en wissel daarbij van kleur. 1 losse en *vaste in dezelfde lossenruimte. Maak vervolgens een verlengd-stokje in de hoekruimte van toer 1. Maak weer een vaste in dezelfde lossenruimte van toer 2. Maak een vaste in elk van de volgende drie halfstokjes. Maak drie verlengde-stokjes in de halfstokjes van toer 1, vaste in volgende 3 halfstokjes van toer 2. Herhaal vanaf * tot je rond bent. Halve vaste in eerste vaste.

Toer 4

Steek met een halve vaste over naar de hoeksteek en wissel daarbij van kleur. 3 lossen, 4 stokjes in dezelfde steek. *2 steken overslaan, vaste in volgende steek, 2 steken overslaan, 5 stokjes in middelste verlengde stokje van toer 3, 2 steken overslaan, vaste in volgende steek, 5 stokjes in hoekverlengdestokje. Herhaal vanaf * rondom. Sla laatste vijf stokjes over. Halve vaste in derde beginlosse. Hecht af.

Toer 5

Hecht aan met een nieuwe kleur met een staande-vaste in de middelste van een cluster van 5 stokjes langs de zijkant van je werk. De zijkant herken je doordat daar 3 verlengde stokjes zitten, in de hoeken zit telkens slechts 1 verlengd stokje. Staande-vaste in middelste stokje, vaste in volgende stokje. *10 lossen, volgende schelp overslaan, vaste in tweede van de vijf stokjes, middelste van 5 stokjes en vierde stokje van volgende schelp. Herhaal vanaf * rondom. Vaste in de steek voor de beginvaste. Halve vaste in beginvaste. Duw de 10-lossenkettingen naar de achterkant van je werk.

Toer 6

3 lossen, stokje in de volgende steek. In de 10-lossenruimtes: 6 stokjes, 2 lossen, 6 stokjes. 3 stokjes in de drie vasten tussen de lossenruimtes. Herhaal vanaf * rondom. Halve vaste in derde beginlosse.

Check je oppervlakte en bepaal op basis van de oppervlakte of toer 7 uit vasten, halfstokjes of stokjes moet bestaan. In het voorbeeld waren nog vasten nodig, met halfstokjes of stokjes zou het vierkantje te groot zijn geworden. Dit is echter afhankelijk van je spanning!

Toer 7: Vaste in elke steek rondom, met (vaste, 2 lossen, vaste) in de hoeken.

Deel je bericht op social media met #eenmooigebaar!