Spring Blush Sjaal

Patroon Spring Blush Sjaal

Je kunt dit patroon eenvoudig breder of smaller maken, als je lossenketting maar een veelvoud is van 5 + 2. (Dus bijvoorbeeld 12, 17, 22, 27, 32, 37, etc.)

In de voorbeeldfoto’s wordt gewerkt met 17 lossen. De sjaal is gehaakt met 37 lossen. Ben je prille beginner? Begin dan met 17 lossen, dan kun je even goed mee-oefenen. Als je al goed kunt haken, scroll dan een stuk naar beneden in dit bericht of klik hier voor de samenvatting van het patroon. 

Toer 1: 

haak 17 lossen.

Op een patroontekening ziet dat er als volgt uit:

Al die ovaaltjes staan voor één losse. (Die ene staat alvast rechtop voor de volgende stap, maar haak je gewoon op precies dezelfde manier als de andere 16). Die symbolen zijn trouwens internationaal overal gelijk, dus als je snapt hoe je een patroontekening moet lezen, dan kun je ineens ook Russische patronen haken. Leuk hè?

Mocht je het nou niets interesseren, dat lezen van patroontekeningen, of je bent prille beginner, dan negeer je de stukjes erover gewoon. Met alleen de foto’s kom je er ook!

Haak een vaste in de tweede losse vanaf de haaknaald. Dat is de losse die de stopnaald aangeeft. Steek daar je haaknaald in….

… en sla de draad om de naald. Haal die draad weer door het lusje heen. Je hebt dan twee lusjes op de haaknaald.

Sla de draad nu om en haal door beide lusjes heen. Je vaste is gemaakt!

In de patroontekening is een vaste een plusje:

Je ziet nu waarom die ene losse omhoog getekend stond: in de praktijk ligt ie daar ook precies, omdat ie “omvormt” richting de eerste vaste die je haakt.

Nu haak je 3 lossen. In de patroontekening staan die meteen al weer een richting op, omdat ik wist wat er ging komen 😉

In de foto ziet het er dan zo uit:

We gaan nu vier keer een onafgemaakt stokje haken. Voor het eerste stokje: je slaat de draad om en steekt die door de volgende losse van de lossenketting (zie stopnaald in foto boven).

Dan sla je de draad om en haalt een lusje door de losse heen.

Je hebt nu drie lusjes op de haaknaald. Dat kun je in bovenstaande foto zien. Nu sla je de draad om en haalt ‘m door twee lusjes heen. Dan heb je nog twee lusjes op de haaknaald. Je eerste onafgemaakte stokje is nu af.

Het tweede onafgemaakte stokje: nu sla je de draad om en steekt de naald door het aangegeven lusje, dat is de volgende losse.

Sla de draad om en haal door de losse heen terug.

Je hebt nu 4 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door twee lusjes heen. Je tweede onafgemaakte stokje is nu af!

Nu gaan we het derde onafgemaakte stokje haken. Sla de draad om en steek de naald door de volgende losse.

Sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 6 lusjes op de haaknaald.

Sla de draad om en haal door twee lusjes heen. Nu is je derde onafgemaakte stokje af! Dit herhaal je nu nog één keer voor het vierde onafgemaakte stokje: sla de draad om, steek de haaknaald door de volgende losse, sla de draad om en haal een lusje op. Sla de draad dan om en haal door 2 lusjes heen. Dan heb je 5 lusjes op de haaknaald: eentje is je beginlus, de andere horen steeds bij een onafgemaakt stokje, die vormen dus vier streepjes onder die lusjes.

Sla de draad om en haal door alle lusjes op je haaknaald in één keer.

In de patroontekening zien 4samengehaaktestokjes er als volgt uit:

Je ziet in bovenstaande patroontekening 4 scheve T vormen, met een streepje in het midden, die samenkomen op één plek. Je ziet dat de “benen” van de T-vormen steeds in een losse staan. Die T met een streepje in het midden is een stokje. De bovenkant is één streep, daardoor zie je dat je samen moet haken. Je kunt aan zo’n tekening dus een heleboel aflezen! Vaak staat er overigens een legenda bij, zodat je niet alle symbolen uit je hoofd hoeft te kennen.

Haak een losse. Haak een vaste in de volgende losse (zie stopnaald in foto boven).

Op de patroontekening kun je weer een ovaaltje (= losse) en plusje (= vaste) ontdekken bij deze stap:

Haak 3 lossen.

Nu ga je weer 4samengehaaktestokjes maken over de volgende vier lossen. Daarvoor doe je:
1. Sla de draad om de naald. Steek de naald in de volgende losse (zie foto boven). Sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 3 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door 2 lusjes heen. Je hebt nu 2 lusjes op de haaknaald.
2. Sla de draad om de naald. Steek de naald in de volgende losse. Sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 4 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door 2 lusjes heen. Je hebt nu 3 lusjes op de haaknaald.
3. Sla de draad om de naald. Steek de naald in de volgende losse. Sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 5 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door 2 lusjes heen. Je hebt nu 4 lusjes op de haaknaald.
4. Sla de draad om de naald. Steek de naald in de volgende losse. Sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 6 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door 2 lusjes heen. Je hebt nu 5 lusjes op de haaknaald.

5. Sla de draad om en haal door alle 5 de lusjes in één keer heen. Je hebt nu je tweede 4samengehaaktestokjes gehaakt.

Haak 1 losse. Haak een vaste in de volgende losse (zie stopnaald in foto boven).

In de patroontekening zie je dus weer waar de losse en vaste terecht zijn gekomen en hoe het 4samengehaaktestokjes symbool eruit ziet.

Haak 3 lossen. Nu haak je nog een keer een 4samengehaaktestokjes.

1. Sla de draad om de naald. Steek de naald in de volgende losse (zie foto boven). Sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 3 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door 2 lusjes heen. Je hebt nu 2 lusjes op de haaknaald.
2. Sla de draad om de naald. Steek de naald in de volgende losse. Sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 4 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door 2 lusjes heen. Je hebt nu 3 lusjes op de haaknaald.
3. Sla de draad om de naald. Steek de naald in de volgende losse. Sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 5 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door 2 lusjes heen. Je hebt nu 4 lusjes op de haaknaald.
4. Sla de draad om de naald. Steek de naald in de volgende losse. Sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 6 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door 2 lusjes heen. Je hebt nu 5 lusjes op de haaknaald.

Sla de draad om en haal door alle 5 de lusjes in één keer heen. Je hebt nu je derde 4samengehaaktestokjes gehaakt. 1 losse.

Als alles goed is gegaan, heb je nu nog 1 losse over. Haak daar een vaste in. (Zie stopnaald foto boven).

Op bovenstaande foto zie je dat die laatste losse soms niet zo goed te zien is! Toch moet daar een vaste in komen, dus piel eventjes en zoek ‘m op.

Je eerste toer is nu klaar!

Klik op de volgende pagina om naar toer 2 te gaan!


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *