Spring Blush Sjaal

Toer 2

5 lossen. Keer je werk. In de patroontekening hieronder zie je die 5 lossen. Op foto’s kun je altijd meteen goed zien vanaf welke kant je werkt, op patroontekeningen niet. Vaak staat er een cijfertje aan de kant waar je begint, daarom heb ik in onderstaande tekening ook “Toer 1” neer gezet. Die toer “las” je van rechts naar links, Toer 2 lees je van links naar rechts.

 

Op de foto kun je wél zien dat het werk gekeerd is.

Haak een vaste in de bovenkant van de 4samengehaaktestokjes. Níet in de losse. (Vaste = steek de haaknaald door de aangegeven steek, sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt dan 2 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door allebei de lusjes heen).

Haak nu 3 lossen.

Nu ga je een 4stokjescluster haken in de volgende lossenruimte (zie stopnaald foto boven).

Sla de draad om, steek door de lossenruimte en haal een lusje op. Je hebt nu 3 lusjes op de haaknaald:

Sla de draad om en haal door twee lusjes heen. Je eerste onafgemaakte stokje is nu klaar.

Sla de draad weer om en steek de haaknaald door de ruimte. Haal een lusje op. Je hebt nu 4 lusjes op de haaknaald:

Sla de draad om en haal door twee lusjes. Je tweede onafgemaakte stokje is nu klaar:

 

Sla de draad om, steek de haaknaald in dezelfde ruimte en haal een lusje op. Je hebt nu 5 lusjes op de haaknaald.

Sla de draad om en haal door twee lusjes heen. Je hebt nu 4 lusjes op de haaknaald. Je derde onafgemaakte stokje is nu af.

Sla de draad om en steek door dezelfde ruimte heen. Sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 6 lusjes op de haaknaald:

Sla de draad om en haal door 2 lusjes heen. Je hebt nu 5 lusjes op de haaknaald en je vierde onafgemaakte stokje is af.

Sla de draad om en haal door alle vijf de lusjes in één keer heen.

Ik ben de patroontekeningen niet vergeten hoor! Maar zo’n heel 4stokjescluster is gewoon maar één symbooltje, dus die is nu pas aan de beurt:

Eén van de grote nadelen aan patroontekeningen vind ik mooi geïllustreerd in bovenstaande foto: wanneer moet je nu in de losse haken, en wanneer in de lossenruimte? In toer 1 was het in de lossen, in toer 2 is het in de lossenruimte, maar ik zie het verschil niet in de plaatjes… Gelukkig zorg ik hier op de website altijd voor tekst én foto’s (en nu dus ook de patroontekening. Zal ik dat vaker doen?)

Haak een losse. Haak een vaste in de volgende 4samengehaaktestokjes (zie stopnaald foto boven).

Haak nu 3 lossen.

Haak een 4stokjescluster in de volgende lossenruimte (zie naald foto boven). Haak een losse:

Haak een vaste in de bovenkant van de volgende 4samengehaaktestokjes. (Zie stopnaald in foto). Haak 3 lossen:

Haak een 4stokjescluster in de laatste lossenruimte. Vergeet deze niet en tel altijd even je clusters na. In het geval van 17 lossen zijn het altijd 3 clusters. Haak een losse.

Haak een stokje in de allerlaatste steek (zie stopnaald foto boven). Dat was de eerste vaste die je aan het begin van toer 1 maakte. Voor een stokje sla je de draad om en steek je de haaknaald door de aangegeven steek…..

… dan sla je de draad om en haalt door 2 lusjes, dan heb je nog 2 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door beide lusjes heen. Je stokje is nu af:

Je hebt nu de eerste twee toeren gehaakt. De derde toer is bijna hetzelfde als toer 2. Je wisselt steeds toer 2 en 3 af, dus je weet al bíjna alles!

 

Klik om door te gaan naar de volgende pagina.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *