Gratis haakpatroon Amigurumi – Wollig schaapje

Dit schattige schaapje is ontworpen door Attic24 en hier met toestemming voor jullie naar het Nederlands vertaald.

Er staan veel Attic24 patronen op deze site, maar bijna allemaal zijn het dekens! Lucy kan echter ook heel leuk andere dingen ontwerpen, zoals hartjes, bloemetjes en dus nu deze schaapjes.

Deze kleine schaapjes maken je gegarandeerd aan het glimlachen, en dit ras is nog nét iets schattiger.

De schaapjes worden gehaakt met DK garen en een 3,5 mm haaknaald. Elk schaapje is ongeveer 8 cm groot en past in je handpalm. Je kunt elk willekeurig garen gebruiken, leuk voor je restjes! Het voorbeeld is gehaakt met Stylecraft Life DK (75% acryl, 25% wol) in de kleur Natural Nepp.

Dit is wat je nodig hebt om een schaapje te maken:

MATERIALEN

Kleine hoeveelheid DK garen (liefst wol) in cream/grijs/zwarte schaapkleuren

Kleine hoeveelheid DK garen (liefst wol) in twee contrasterende kleuren voor de wollen trui (plus extra kleuren als je nog wilt borduren)

Beetje knuffelvulling

Steekmarkeerder

3,5 mm haaknaald


HET PATROON

Het schaapje bestaat uit 5 verschillende stukken, als volgt:

  1. Het hoofd, die je op amigurumi wijze maakt, zodat je een 3d-vorm krijgt (foto links)
  2. Twee oren, die naai je aan de zijkant van het hoofd
  3. Het lijf en de poten, die je in heen en weer gaande toeren van stokjes haakt. Het is één platte vorm (foto midden)
  4. De staart, die naai je aan de achterkant van het lijf
  5. De trui, die je net als het lijf in een plat stuk haakt (foto rechts)

Je gebruikt in dit patroon de volgende steken

Halve vaste: steek de naald door de steek, sla de draad om en haal door de steek én het lusje op de naald.

Vaste: steek de naald door de aangegeven steek, sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 2 lusjes op de naald. Sla de draad om en haal door beide lusjes heen.

Halfstokje: Sla de draad om, steek de naald door de aangegeven steek, sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 3 lusjes op de naald. Sla de draad om en haal door alle 3 de lusjes heen.

2samengehaaktevasten: Steek de naald door de voorste lus van de eerste steek, en direct door de voorste lus van de tweede steek. Sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 2 lusjes op de naald. Sla de draad om en haal door beide lusjes heen.

HOOFD

Toer 1: 2 losse, 6 vasten in tweede losse vanaf de haaknaald. Je werkt het hoofd in spiralen, dus je sluit de toeren tussendoor niet. Gebruik een steekmarkeerder (tenzij je in volledige stilte kunt werken en je nooit afgeleid raakt…)

Toer 2: 2 vasten in elke steek, markeer je eerste steek met een steekmarkeerder zodat je weet waar je toer begonnen is. [12 steken]

Toer 3: *2 vasten in eerste steek, vaste in elk van de volgende 3 steken* Herhaal rondom [15 steken]

Toer 4: 1 vaste in elke steek [15 steken]

Toer 5: Herhaal toer 4

Je haakwerk is nu een bolletje.

In toer 6 begin je met minderen… 

…je maakt daarbij van 2 steken 1 steek.

Toer 6: *2samengehaaktevasten, vaste in elk van de volgende 3 steken*

Herhaal tussen ** 3 keer [12 steken]

Toer 7: vaste in elke steek [12 steken]

Nu moet je een klein beetje vulling in het hoofdje doen, zodat het een beetje ovaal wordt. Duw het met een haaknaald een beetje naar binnen, zodat je gewoon verder kunt haken.

Toer 8: *2samengehaaktevasten, vaste in elk van de volgende 2 steken*

Herhaal tussen ** 3 keer [9 steken]

Toer 9: *2samengehaaktevasten, vaste in volgende steek*

Herhaal tussen ** 3 keer [6 steken]

Hecht af, laat een 30 cm lange draad over om te naaien. Het hoofdje lijkt een beetje op een ei, maar maak je geen zorgen. Haal de stopnaald door de overige zes steken en trek het gaatje dicht.

Zet het draadje stevig vast en steek de naald door de midden-achterkant van het hoofd. Je gebruikt deze staart om het hoofd aan het lijf vast te zetten.

Kneed het hoofd in vorm, zodat het meer op een hoofd dan op een ei lijkt.