Vaste2018-12-10T20:07:47+00:00

De vaste is één van de basissteken van het haken. Om een vaste te maken steek je de naald onder beide lusjes van de aangegeven steek, sla je de draad om de naald en trek je de naald  en het draadje terug door de steek. Je hebt nu twee lusjes op je haaknaald. Sla de draad opnieuw om de naald en trek deze door beide lusjes op je haaknaald. Je hebt nu één vaste gemaakt.

Als je een werkje maakt met alleen maar of vooral vasten, wordt het heel dicht: er zitten dan weinig gaten in je werk. Zorg er wel voor dat je haaknaald goed past bij het materiaal. Als je bijvoorbeeld een knuffel maakt, is het belangrijk dat het werk niet te stijf wordt, maar ook niet te open, want dan valt de vulling er weer uit. Maak daarom een proeflapje. Vaak staat er op de wikkel van een bolletje wol hoeveel vasten bij hoeveel rijen je moet maken om hoeveel centimeter te bereiken. Op Yarn and Colors Must-Have staat bijvoorbeeld dat je 24 vasten bij 26 toeren moet haken om een oppervlakte van 10 bij 10 centimeter te bereiken. Het maken van een proeflapje met verschillende haaknaalddiktes scheelt je veel frustratie bij het haken en geeft mooier resultaat.

In het Amerikaans (USA) wordt deze steek ook wel ‘single crochet’ genoemd, afgekort met ‘sc.’ In het Engels (UK) wordt deze steek ook wel ‘double crochet’ genoemd, afgekort met ‘dc.’

Vasten haken

Om een vaste te haken heb je eerst een schuiflus gemaakt en twee of meerdere lossen. In de foto hieronder heb ik een schuiflus gemaakt en daarna 10 lossen. Het lusje op de naald telt nooit mee als je steken telt. Met vasten begin je vaak in de tweede losse vanaf de haaknaald (zie naald in de foto).

Waar eerste vaste

Om een vaste te maken steek je de haaknaald in de tweede losse vanaf de haaknaald en neem je een lusje op.  Op de foto hieronder zie je hoe het eruit ziet als je haaknaald al in de goede positie is om de draad door de steek heen te trekken.

vaste stap 2

Dat lusje trek je door de steek heen. Je hebt nu 2 lusjes op de haaknaald staan (zie onderstaande foto).

vaste stap 3

Vervolgens sla je de draad om en trek je deze door beide lusjes heen. Je hebt nu 1 vaste gemaakt (zie foto onder). Ga zo door, maak in elke losse één vaste.

Vaste stap 4

Je laatste vaste komt in de eerste losse die je gemaakt hebt (zie naald in foto hieronder).

Als je toer af is, kun je keren. Dit doe je bij vasten meestal door 1 losse te maken en je werk om te draaien.

Vasten keren

Je eerste vaste komt dan in de laatste vaste die je net gemaakt hebt (zie naald in onderstaande foto).

Vasten keren 2

Je kunt nu weer 10 vasten maken tot je bij het einde van de toer bent.

Toeren tellen

Veel projecten bestaan (bijna) volledig uit lossen en vasten. Zo kun je de meeste amiguri’s (poppen en knuffels) prima maken als je deze steken onder de knie hebt. Je moet dan nog wel leren minderen en meerderen, daarover vind je hier meer informatie.

Om toeren te tellen is het het handigst als je ergens op een blaadje of in een app turft of toeren wegstreept. Print je patroon uit en trek een lijntje als je een toer gehad hebt. Wil je dat niet, of ben je je blaadje kwijt, dan kun je ook aan je haakwerk zien waar je bent. Als je goed op de foto hieronder kijkt zie je ter hoogte van de cijfertjes steeds zwarte gaatjes tussen de steken. Je ziet hieronder 5 toeren. Als je het haakwerk wat oprekt zie je de gaatjes vaak beter, waardoor je makkelijker kunt tellen. Aan de bovenkant tel je de V-tjes, net zoals je bij de lossen gedaan hebt. In de foto hieronder zijn er 10 vasten gemaakt, over 5 toeren.

Uitleg toeren tellen

 

 

 

 

Leave A Comment