Proeflapje

Waarom is het haken van een proeflapje zo belangrijk?

Goede haakpatronen bevatten informatie over de spanning waarmee het haakprojct gemaakt is, vaak beschreven in termen van de afmetingen van een proeflapje. In het Engels wordt dit gauge genoemd. Het houdt in dat je een stukje haakt met het aanbevolen garen en de aanbevolen haaknaald en dan opmeet hoe groot het geworden is. Je maakt dan net zolang proeflapjes, totdat je een combinatie van garen en haaknaaldmaat hebt die klopt! Op die manier weet je dat jouw project even groot zal worden als het voorbeeld. Meet je je proeflapje op en is het (veel) groter, dan heb je een kleinere haaknaald nodig (of een strakkere spanning, of dunner materiaal). Is je proeflapje veel kleiner uitgevallen, dan heb je een grotere haaknaald nodig (of een lossere spanning, of dikker materiaal). Let op: op garenwikkels (het papiertje om een bolletje wol heen) staat vaak ook een proeflapje afgebeeld, maar dat gaat over breien en niet over haken!

Moet dat écht?

Veel haaksters slaan deze belangrijke stap bij het maken van haakprojecten over. Dat hóeft niet erg te zijn, soms komt jouw spanning namelijk “als vanzelf” overeen met die van de ontwerpster. Toch vind ik het zelf zonde: het proeflapje kost weinig tijd in verhouding met het hele project en je slagingskans van het project wordt echt vergroot door het succesvol maken van een passend proeflapje!

Proeflapjes bij amigurumi en knuffels

Amigurumi en knuffels vormen overigens min of meer een uitzondering op deze regel, daar wordt vaak alleen de totale lengte van het haakproject genoemd, en niet de specifieke spanning. Het maakt bij een popje immers ook minder uit of hij een paar centimeter groter of kleiner uitvalt, dan bij een trui. Toch is het ook voor amigurumi nuttig om eens kritisch te kijken naar welke haaknaaldmaat bij jou het beste resultaat geeft: bij een te grote haaknaald (of en losse spanning) kan de vulling namelijk uit het project komen vallen en dat is zonde.

Proeflapje bij kleding

Bij kleding is het belangrijk om een proeflapje te maken, zodat je zeker weet dat de maat die je wilt haken, ook de maat van het project wordt. Ook bij heel los vallende projecten is het fijn als je afmetingen van je proeflapje kloppen, omdat je dan een zelfde soort drape krijgt: de manier waarop het haakwerk valt, hoe stijf of slap en hoe open of dicht het haakwerk eruit ziet.

Proeflapje voor dekens

Nu denk je misschien dat je onder het proeflapje uit kunt komen als je een deken gaat haken, maar ik raad het je alsnog aan! Als je dekens wilt haken is het proeflapje ook belangrijk, omdat je wilt weten of je ongeveer dezelfde maat deken eruit krijgt als in het voorbeeld. Als je met pakketten garen werkt is het daarnaast belangrijk om te weten dat je niet zomaar zónder garen komt te zitten: als jij veel losser haakt, kan je materiaal op zijn voor je deken af is. Of je blijft met heel veel restjes en een te kleine deken zitten, als je strakker haakt. Zonde, toch? Bovendien is het handig om te weten of je het patroon van de deken snapt, en fijner als je na 30 steken achter een “denkfout” komt, in plaats van pas bij een lossenketting van 300! In de tabel hieronder zie je een overzicht van de hoeveelheid meters die je ongeveer nodig hebt per project. Zie je wat een enorm verschil in meters (en dus bollen) er zit tussen het allerdunste garen gewicht #1 en het dikste #7? Via deze link kun je meer leren over gewichten van garens.

 

Hoe haak je een proeflapje?

Tip 1

Allereerst een wellicht wat opmerkelijke tip. Probeer het proeflapje in dezelfde omstandigheden te maken als waar je het project gaat maken. Verwacht je ‘s avonds voor de televisie het meeste te haken? Maak dan ook daar je proeflapje. Haak je juist vaak als je zes gillende kleinkinderen om je heen hebt rennen? Gebruik dat dan ook als moment om je proeflapje te maken. Hoe ontspannen jij bent heeft namelijk invloed op hoeveel spanning je op je draad zet. Maak je echter geen zorgen als je overal op verschillende momenten aan het project werkt, dan middelt het wel uit. Dan kan het wel verstandig zijn om wat vaker na of je spanning nog klopt.

Tip 2

Ga je zelf iets ontwerpen met garen waar je geen ervaring mee hebt? Of met een stekenpatroon of haaktechniek die je nog niet kent? Maak ook dan een proeflapje! Dan gaat het niet zozeer om het opmeten (al kan dat belangrijk zijn voor je project), maar vooral over hoe het valt. En áls je dan toch een proeflapje gemaakt hebt, kun je meteen de afmetingen daarvan vermelden in je patroon ;)!

Tip 3

Maak méér steken dan in het proeflapje staan. Als er bijvoorbeeld staat “15 stokjes over 9 toeren is 10 bij 10 centimeter”, maak dan tenminste 20 stokjes over 12 toeren (dus ongeveer 1/3 extra). De randen van je werk “trekken” namelijk altijd op een andere manier: 5 steken naast elkaar “middenin” je toer hebben vaak een ander aantal centimeters dan de eerste 5 steken van je toer. Hoe meer steken, hoe betrouwbaarder de spannings-check van het proeflapje wordt.

Tip 4

Begin met het haken van een lossenketting die ongeveer 1/3 extra lang is als wat er gevraagd wordt. In het voorbeeld van 15 stokjes, haak je dus eerst 20 lossen (voor de 20 stokjes) en dan 2 extra lossen (om te keren). Bestaat je proeflapje uit vasten? Haak dan 1 keerlosse in plaats van 2! Haak dan in de derde losse vanaf de haaknaald en in alle andere lossen een stokje. Bij vasten doe je een vaste in de tweede losse vanaf de haaknaald en alle andere lossen. Als je bij het eind van je lossenketting bent gekomen, begin je aan de herhaling: (2 lossen (telt niet als steek), stokje in dezelfde steek, stokje in elke steek tot einde, keer om). Of bij de vasten-optie: (1 losse (telt niet als steek), vaste in dezelfde steek, vaste in elke steek tot einde, keer om). Haak op die manier meer toeren dan het proeflapje aangeeft, in mijn voorbeeld dus 12 toeren. Je hoeft niet af te hechten, maar kunt een steekmarkeerder door de laatste lus doen zodat je het werk niet per ongeluk los trekt.

Tip 5

Pak een meetlint of liniaal en leg je werkje op tafel. Ga niet trekken of prutsen aan het proeflapje, dan wordt het moeilijker om de afmetingen correct te meten. Als je de tijd hebt, kan ik je aanraden om de proeflapjes een paar uur te laten liggen. Soms trekt het dan nog wat in één.

Tip 6

Meet 10 centimeter (of wat er in jouw beschrijving staat) in het midden van het proeflapje. Tel de steken eerst in één toer. Meet het dan nog in één of twee andere toeren en neem het gemiddelde. Nu weet je het aantal steken per 10 centimeter. Tel dan het aantal toeren dat in 10 centimeter past ook op een paar plekken en neem het gemiddelde.

Tip 7

Maak meerdere proeflapjes, trek ze NIET uit voordat je ze allemaal gemaakt hebt, dan kun je beter vergelijken. Pak een haaknaald van 0,5 mm kleiner en herhaal het proces. Gebruik daarvoor een andere bol, of de andere draad van dezelfde bol. Op die manier verspil je geen garen. Herhaal het daarna nog een keer met een haaknaald een halve maat groter. Meet het allemaal op en kijk wat het beste past bij de gegeven spanning. Wees kritisch: je kunt beter nóg een keer proeflapjes met een grotere of kleinere haaknaald moeten maken en écht tevreden zijn over het resultaat, dan dat je deze belangrijke stap overslaat omdat je gauw wilt beginnen. De úren werk die er in een project gaan, daar kun je gemakkelijk een uurtje proeflapjes maken aan toevoegen!

In de foto hieronder zie je twee proeflapjes, allebei op dezelfde ochtend door mij gemaakt, beiden met evenveel steken en toeren. Groot verschil in afmeting hè! De bovenste is met een fijne Furls Crochet Hook 5mm gemaakt, de onderste op haaknaald 2.5mm.

Tip 8

Maak je vaker proeflapjes en vind je het gedoe met een lineaal of meetlint maar onhandig? Ik vond deze super handige tip van Bit of Color: een meetmaatje, gesneden uit stevig karton. Lees er alles over op de blog van Bit of Color!

 

Helemaal zin om aan je nieuwe project te beginnen maar nog garen nodig? Bestel dan via deze link bij Caro’s Atelier, dan krijg ik een kleine commissie en help je me dus bij het blijven maken van dit soort handige tutorials!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *