Een Mooi Gebaar CAL – #351 – 17 december

Toer 1

Magische ring met daarin: 2 lossen (telt als eerste halfstokje), 7 halfstokjes in de magische ring. Halve vaste in tweede beginlosse. [8 halfstokjes]

Toer 2

2 lossen, halfstokje in dezelfde steek. 2 halfstokjes in elke steek rondom. Hecht af. [16 halfstokjes]

Toer 3

Hecht met een staande-vaste aan in een eerste van 2 halfstokjes met kleur B. *Verlengde-vaste in de onderliggend halfstokje van toer 1, sla 1 halfstokje op toer 2 over, vaste in volgende steek. Herhaal vanaf * rondom. Halve vaste in eerste vaste. Hecht kleur B af. [16 vasten]

Toer 4

Hecht aan met staand-stokje in een willekeurige steek, 2 stokjes in elke steek rondom, stokje in dezelfde steek als staand-stokje. Halve vaste in staand-stokje om toer te sluiten. Hecht af.

Toer 5

Hecht met kleur B met een staande-vaste aan in een willekeurige steek. Reliëfstokje-voor om de volgende steek. *Vaste, reliëfstokje-voor* herhaal rondom, halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten [32 steken]

Toer 6

4 lossen (telt als halfstokje en 2 lossen). *Sla 1 steek over, halfstokje, 2 lossen. Herhaal 15 keer. Halve vaste in tweede van vier beginlossen. Hecht af. [16 halfstokjes, 32 lossen]

 

Toer 7

Hecht met kleur D aan met een staande-vaste in een willekeurig halfstokje, stokje in overgeslagen steek van toer 5 voor de 2-lossenruimte langs, stokje in dezelfde steek, maar dan achter de 2-lossenruimte langs. *vaste in halfstokje, stokje in overgeslagen steek van toer 5 vóór lossenruimte, stokje in dezelfde steek maar dan áchter de lossenruimte. Herhaal vanaf *  15 keer, halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. [48 steken]

Toer 8 

1 losse, vaste in dezelfde steek. *2 halfstokjes, 2 stokjes, (dubbelstokje, losse, dubbelstokje) in 1 steek voor de hoek, 2 stokjes, 2 halfstokjes, 3 vasten. Herhaal vanaf * 3 keer, 2 halfstokjes, 2 stokjes, (dubbelstokje, losse, dubbelstokje) in volgende steek voor de laatste hoek, 2 stokjes, 2 halfstokjes, 2 vasten, halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten.

Toer 9

1 losse, vaste in dezelfde steek. Vaste in elke steek rondom, met (vaste, 2 lossen, vaste) in de hoeken.