Een Mooi Gebaar CAL – #352 – 18 december

Toer 1

4 lossen, halve vaste in eerste losse om ring te vormen. 1 losse, 12 vasten in de ring, halve vaste in eerste vaste. [12 steken]

Toer 2

1 losse, vaste in dezelfde steek. *6 lossen, vaste overslaan, vaste in volgende steek. Herhaal vanaf * rondom, halve vaste in eerste vaste. [6 vasten, 6 ruimtes]

Toer 3

Halve vaste naar lossenruimte, 1 losse. *(vaste, halfstokje, 2 stokjes, 3 lossen, 2 stokjes, halfstokje, vaste) in dezelfde ruimte, halve vaste in volgende vaste en volgende lossenruimte. Herhaal vanaf * rondom. Halve vaste in eerste vaste om toer te sluien. Hecht af.

Toer 4

Hecht met dezelfde kleur aan in een stokje voor een 3-lossenruimte met een staande-vaste. 3 lossen, vaste in dezelfde steek. *[vaste, 5 lossen, vaste] in middelste losse van lossenruimte, [vaste, 3 lossen, vaste] in volgende stokje ná 3-lossenruimte, 3 lossen, [vaste, 3 lossen, vaste] in volgende stokje vóór 3-lossenruimte. Herhaal vanaf * rondom, halve vaste in beginvaste om toer te sluiten. Hecht af.

Toer 5

Hecht met een halve vaste de nieuwe kleur aan in een derde losse van een 5-lossenruimte. *10 lossen, halve vaste in derde losse van volgende 5-lossenruimte. Herhaal vanaf * rondom, halve vaste in eerste losse van 10 lossen om toer te sluiten.

Toer 6

Halve vaste in 10-lossenruimte, 1 losse, (9 vasten, 3 lossen, 4 vasten) in dezelfde ruimte. 10 vasten in volgende 10-lossenruimte. (4 vasten, 3 lossen, 9 vasten) in volgende ruimte, (9 vasten, 3 lossen, 4 vasten) in de volgende lossenruimte, 10 vasten in volgende 10-lossenruimte, (4 vasten, 3 lossen, 9 vasten) in volgende ruimte, halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. [18 vasten aan elke kant]

Het vierkantje lijkt nu al best groot. Sla toer 7 echter niet over, deze toer brengt het vierkantje meer in model.

Toer 7

1 losse, vaste dezelfde steek en de volgende 4 steken, (werk achter je werk: dubbelstokje in 3-lossenruimte van toer 4, niet het sneeuwpuntje, maar de andere 3-lossenruimte), vaste in volgende 4 steken, (vaste, 2 lossen, vaste) in de hoek, vaste in volgende 9 steken, (werk achter je werk een dubbelstokje in 3-lossenruimte van toer 4), vaste in volgende 9 steken, (vaste, 2 lossen, vaste) in hoek, vaste in volgende 4 vasten, (werk achter je werk een dubbelstokje in de 3-lossenruimte van toer 3), vaste in volgende 10 steken, dubbelstokje in 3-lossenruimte van toer 4, vaste in volgende 4 steken. (vaste, 2 lossen, vaste) in hoek, vaste in volgende 9 steken, dubbelstokje achterlangs in 3-lossenruimte van toer 4, vaste in volgende 9 steken, (vaste, 2 lossen, vaste) in de hoek, vaste in volgende 4 steken, dubbelstokje achterlangs in 3-lossenruimte, vaste in volgende 5 steken, halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten.