Magische ring

Magische ring2018-12-10T20:07:58+00:00

Een magische cirkel is de mooiste manier om een ronde eerste toer te starten. De simpelste manier om een gewone cirkel te maken is door 4 lossen en dan een halve vaste in de eerste losse te maken, waardoor je een rondje krijgt. Het gaatje in het midden van dat rondje blijft echter altijd zichtbaar.

Een magische cirkel heeft geen gat in het midden en is daarom een prachtig begin van een rondje. Wil je een rondje ergens voor haken? Haak dan na deze tutorial verder met de perfecte cirkel.

Stap 1: Sla het uiteinde van de draad om de lopende draad heen, met een staartje van een centimeter of 5-10.

Magische cirkel - Stap 1

Stap 2: Sla het draadje nog vaker om het zojuist gemaakte cirkeltje heen. Dit is om ervoor te zorgen dat het draadje niet per ongeluk losschiet.

Stap 3: Steek je haaknaald zo door de cirkel, dat het omwikkelde stuk links van je haaknaald ligt als je rechtshandig bent, en rechts van de haaknaald ligt als je linkshandig bent.

Magische cirkel - Stap 3

Stap 4: Sla de draad om de naald en trek terug door de cirkel heen.

Magische cirkel - Stap 4

Stap 5: Maak een losse.

Magische cirkel - Stap 5

Stap 6: Je magische cirkel is af. Je kunt nu verder gaan met je patroon. De steken die je maakt, gaan over beide gedraaide draadjes heen.

Voor de duidelijkheid geven we hier nog een voorbeeld van hoe het verder kan gaan. Vaak haak je in een magische cirkel om te beginnen 6 of 8 vasten. Steek de naald daarvoor terug de cirkel in en haal een lusje op door de cirkel heen.

Magische cirkel - Stap 7

Stap 7: Sla de draad weer om en haal door beide lusjes op de naald. Je hebt nu 1 vaste gemaakt.

Magische cirkel - Stap 7

Stap 8: Maak zoveel vasten als het patroon aangeeft. In dit voorbeeld zijn het er 6.

Stap 9: Draai nu het uiteindje los van de cirkel.

Magische cirkel - Stap 8

Stap 10: Trek het uiteindje strak, totdat de cirkel gesloten is.

Stap 11: Sluit de cirkel met een halve vaste óf ga gelijk door naar de volgende toer. Dit is afhankelijk van je patroon. Het uiteindje naai je met een stopnaald vast in je werkje. Trek het bij het wegnaaien stevig aan, zodat het rondje mooi dicht is. Werk bij voorkeur pas na toer 3 of 4 het uiteindje weg, dan heb je wat meer ruimte en houvast.

Veel haakplezier!

 

Leave A Comment