Bij stokjes sla je de draad om je naald, steekt deze in een steek en haalt een lusje daardoorheen, totdat er drie lusjes op de naald staan. Vervolgens haal je een lusje op en trekt deze door twee lusjes. Nu heb je nog twee lusjes over. Je haalt weer een draad op en trekt deze door de laatste twee lusjes heen. Nu is je stokje af.

Stap voor stap uitleg

Een stokje kun je maken in een lossenketting of in een andere steek. In het voorbeeld maken we de stokjes in de lossenketting. Meestal staat er in het patroon in de hoeveelste losse vanaf de naald je moet insteken. Bij stokjes is dit vaak de vierde losse vanaf de naald. De drie lossen die je overslaat zijn dan ongeveer even hoog als een stokje en sluiten/beginnen dan mooi de toer.

Om een stokje te maken sla je de draad om de naald en steek je de naald in de aangegeven steek (de vierde losse in mijn voorbeeld, bij de naald dus).

Op onderstaande foto zie je hoe het eruit ziet nadat je hebt omgeslagen en door de steek hebt gestoken. Helemaal rechts op de foto zie je het lusje dat al op je naald zat, het lusje daar links van is de omslag die je net gemaakt hebt en helemaal links zie je de losse waar je doorheen gestoken hebt.

Nu sla je de draad weer om en haal je de naald terug door de losse heen.

Je hebt nu 3 lusjes op de naald (zie foto onder).

Voor de volgende stap sla je de draad om en haal je door 2 van de 3 lusjes heen.

Vervolgens sla je de draad weer om en haal je door de laatste twee lusjes heen tot je 1 lusjes op de naald hebt.

Op de onderstaande foto zie je helemaal rechts de drie lossen die je hebt overgeslagen en daar direct naast je eerste gemaakte stokje.

Stokjes stap 6

Maak nu in elke steek een stokje om te oefenen. Je krijgt dan onderstaand resultaat.

Om te keren na een toer stokjes, maak je weer 3 lossen.

Vervolgens draai je je werk om. Daarvoor sla je de draad om de naald, steek je in waar de stopnaald wijst onder beide V-lusjes steekt, haal je een lusje op en trek je dat lusje door de steek terug, zodat je 3 lusjes op de naald hebt. Daarna sla je om en haal je door 2 lusjes. Daarna sla je weer om en haal je door de laatste twee lusjes. Op deze manier ga je door tot je het einde van de toer bereikt hebt.

In het voorbeeld tel je 11 stokjes. In de tweede toer stokjes moet je (dus) weer 11 stokjes krijgen, anders gaat je werk taps toe lopen. Je laatste stokje moet in de bovenste van de drie lossen die je net hebt overgeslagen. Voor de derde toer moet het laatste stokje in de derde beginlosse die je gemaakt hebt. Als je het moeilijk vindt om die steek te herkennen, kun je bij het maken van de beginlossen een steekmarkeerder of contrasterend stukje wol door de derde beginlosse doen, zodat je zeker weet dat je die niet overslaat. Je steken tellen is, zeker als beginner, ook ontzettend aan te raden. Dat lijkt veel werk, maar alles uithalen en opnieuw beginnen, of met een driehoekdeken eindigen als dat niet de bedoeling was, is erger 😉

Stokjes stap 8

Stokjes worden heel veel gebruikt in haakpatronen. Het stokje is echt één van de basissteken en als je deze steek (en de lossen) onder de knie hebt, kun je de mooiste projecten starten! Het stokje staat onder andere centraal in de Granny StripeSunny Log Cabin DekenCupcake Stripe Deken en in de WeekEnder Deken.