Mozaiek Tas

Mozaïek Tas

Irma Koopman is een trouwe Een Mooi Gebaar volgster die hele gave dingen m/haakt en daar leuke foto’s van deelt. Na het volgen van een online workshop van mij via Facebook, haakte zij in en paar dagen  deze schitterende tas! Onwijs veel respect en bewondering voor, en ik mag ‘m ook nog eens met jullie delen <3

De tas wordt in twee delen gehaakt: een losse bodem met mooie spiraal en een prachtige zijkant. Die naai je aan elkaar. Vervolgens kun je nog een voering in de tas maken, een hangsel aan de tas maken en genieten van je eigen creatie!

De zijkant van de tas wordt met de mozaïek techniek gehaakt. Daar kun je hier een hele uitgebreide tutorial van vinden.

Let op: de tutorial van de voering is nog niet af. Die moet nog even gecontroleerd worden door mijn lieftallige mama <3 De zijkant en bodem kloppen wel al gewoon, dus als je wilt (of zelf al weet hoe je een voering maakt) kun je lekker aan de slag!

Materialen

1 bol Papatya Batik Lollipop; 1 bol Colour Crafter zwart; Haaknaald 4; stopnaald; schaar

Zijkant tas

Sluit toeren steeds met een halve vaste in de achterste lus van de eerste steek. Als je van kleur wisselt, maak je de halve vaste af met de nieuwe kleur.  Begin toeren met 1 losse, vaste in achterste lus van dezelfde steek. Je kunt er ook voor kiezen om onzichtbaar af te hechten.

Toer 1: Haak 108 lossen, halve vaste in eerste losse om toer te sluiten. Haak in elke losse een vaste.
Alternatief: zet al hakend 108 vasten op, (steekmarkeerder in eerste vaste zodat je die goed herkent), sluit met een vaste in de achterste lus van die eerste vaste (telt als eerste steek van volgende toer) en gebruik het begintouwtje om de onderkant van de toer ook dicht te maken.

Toer 2-3: vasten in achterste lussen met de kleur zwart.

Toer 4-8: Haak het blauwe patroon.

Toer 9-12: Haak vasten in achterste lussen met de kleur zwart.

Toer 13-40: Haak het roze patroon.

Toer 41-44: Haak 4 toeren vasten in de achterste lussen met de kleur zwart.

Toer 45-56: Haak het groene patroon.

Toer 57-58: Haak 2 toeren vaste in achterste lussen met de kleur zwart.

Bodem

Bij het in de rondte haken moet je goed op twee dingen letten: hoe groot moet je cirkel worden én blijft ie wel plat.
We meerderen in elke toer 12 steken. Sommige mensen hebben echter genoeg aan 10 steken meerderen. Dat merk je als je bodem heel erg gaat golven.
Gaat de bodem krom trekken? Dan heb je (nog) meer meerderingen per toer nodig.
Het beschreven patroon hieronder is een richtlijn, hoe de bodem bij mij plat bleef. Het is géén garantie dat het bij jou óók precies plat blijft.
Kijk na elke toer dus even of je bodem nog gemakkelijk plat te duwen is. Golft ie? Trek dan uit óf doe de volgende toer zonder meerderingen.
Trekt ie krom? Trek dan een stuk uit en voeg meer meerderingen toe.
Blijf de bodem bovendien opmeten tot je ongeveer de omtrek van je tas hebt.

Toer 1: Haak een magische ring met kleur A. 1 losse, 3 vasten in de ring. Trek de ring nog niet dicht, haal de haaknaald uit kleur A.
Schuiflus kleur B op de haaknaald, staande-vaste in de magische ring en nog 2 vasten in de ring. Je hebt nu in totaal 6 vasten.
Trek de ring dicht.

Toer 2: Haaknaald in lus van kleur A. Haak 2 vasten in de achterste lus van elk van de 3 vasten van kleur B.
Haal de haaknaald uit de lus van kleur A. Haak met kleur B 2 vasten in de achterste lussen van elk van de eerste 3 vasten in kleur A.
Je hebt nu 12 vasten gehaakt.

Toer 3: Haak met kleur A 2 vasten in de achterste lus van elke steek Kleur B, tot je de lus van Kleur B tegen komt. Haal de haaknaald uit de lus van kleur A.
Haak met kleur B 2 vasten in de achterste lus van de volgende 6 steken. Laat de haaknaald uit lus Kleur B. Je hebt nu 24 vasten gemaakt.

Toer 4: Steek de haaknaald in de lus van kleur A. We haken in de achterste lussen. Je haakt (1 vaste, 2 vasten in de volgende vaste) tot je bij kleur B bent aangekomen. Dan haak je weer (1 vaste, 2 vasten in de volgende vaste) met kleur B, tot dat je rond bent. Haal de haaknaald uit de lus van Kleur B.  Je hebt nu 36 vasten gemaakt.

Toer 5: Steek de haaknaald in de lus van kleur A. We haken in de achterste lussen. Je haakt (2 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) tot je bij kleur B bent aangekomen. Dan haak je weer (2 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) met kleur B, tot dat je rond bent. Haal de haaknaald uit de lus van Kleur B.  Je hebt nu 48 vasten gemaakt.

Toer 6: Steek de haaknaald in de lus van kleur A. We haken in de achterste lussen. Je haakt (3 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) tot je bij kleur B bent aangekomen. Dan haak je weer (3 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) met kleur B, tot dat je rond bent. Haal de haaknaald uit de lus van Kleur B.  Je hebt nu 60 vasten gemaakt.

Toer 7: Steek de haaknaald in de lus van kleur A. We haken in de achterste lussen. Je haakt (4 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) tot je bij kleur B bent aangekomen. Dan haak je weer (4 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) met kleur B, tot dat je rond bent. Haal de haaknaald uit de lus van Kleur B.  Je hebt nu 72 vasten gemaakt.

Toer 8: Steek de haaknaald in de lus van kleur A. We haken in de achterste lussen. Je haakt (5 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) tot je bij kleur B bent aangekomen. Dan haak je weer (5 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) met kleur B, tot dat je rond bent. Haal de haaknaald uit de lus van Kleur B.  Je hebt nu 84 vasten gemaakt.

Toer 9: Steek de haaknaald in de lus van kleur A. We haken in de achterste lussen. Je haakt (6 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) tot je bij kleur B bent aangekomen. Dan haak je weer (6 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) met kleur B, tot dat je rond bent. Haal de haaknaald uit de lus van Kleur B.  Je hebt nu 96 vasten gemaakt.

Toer 10: Steek de haaknaald in de lus van kleur A. We haken in de achterste lussen. Je haakt (7 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) tot je bij kleur B bent aangekomen. Dan haak je weer (7 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) met kleur B, tot dat je rond bent. Haal de haaknaald uit de lus van Kleur B.  Je hebt nu 108 vasten gemaakt.

Toer 11: Steek de haaknaald in de lus van kleur A. We haken in de achterste lussen. Je haakt (8 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) tot je bij kleur B bent aangekomen. Dan haak je weer (8 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) met kleur B, tot dat je rond bent. Haal de haaknaald uit de lus van Kleur B.  Je hebt nu 120 vasten gemaakt.

Toer 12: vaste in de achterste lus van elke steek rondom, eerst in kleur A, daarna in kleur B de toer afmaken. Je hebt nu 120 vasten gemaakt.

Toer 13: Steek de haaknaald in de lus van kleur A. We haken in de achterste lussen. Je haakt (9 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) tot je bij kleur B bent aangekomen. Dan haak je weer (9 vasten, 2 vasten in de volgende vaste) met kleur B, tot dat je rond bent. Haal de haaknaald uit de lus van Kleur B.  Je hebt nu 132 vasten gemaakt.

Bij mij was de bodem zo groot genoeg.

Hecht kleur B onzichtbaar af in de volgende steek van de cirkel.

Aan elkaar haken

We gaan de bodem nu aan de zijkant haken met Kleur A. Je hebt 24 méér steken op de bodem (132) dan op de zijkant van de tas (108). Daarom haak je elke 5e en 6e vaste op de bodem samen. Zoek eerst de naad van de zijkant op. Steek de haaknaald terug in lus A van de bodem, steek onder beide lussen van de volgende steek op de bodem én onderbeide lussen van de eerste steek naast de naad van de zijkant. Als je al hakend vasten hebt opgezet, zijn er twee lussen op de zijkant te vinden, heb je met een lossenketting opgezet, dan is er maar één lusje per steek. Je haakt nu de bodem steek voor steek aan de zijkant vast, waarbij je de 5e en 6e vaste op de bodem het volgende doet: steek de haaknaald onder de voorste lus van de 5e steek, dan direct onder de voorste lus van de 6e steek, dan door beide lussen van de volgende steek op de zijkant, sla de draad om en haal een lusje op. 2 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door beide lusjes. Zo minder je wél op de bodem, maar niet op de zijkant.

Handvaten

Ik heb gekozen om een soort van handvaten aan beide zijkanten te maken omdat ik maar 1 (leren) draagriem daar aan vast wilde maken.

Voering

Rondje van oude placemat (zie foto) onderin gedaan. Daarvoor neem je een passer of een rond bord, en tekent de gewenste omtrek af op de placemet. Knip of snij uit.

Knip nu ook een rondje van je voeringsstof, iets groter dan het rondje van de placemat.

Meet nu je tas op.

Optioneel kun je een binnenvakje voor je telefoon maken. Knip daarvoor ruim een rechthoek uit.

Vouw dan de onderrand in een zigzag, zodat je ruimte creëert.

Speld dan de onderkant vast.

 

Deel de geknipte bodem nu in 4en en speld op elke hoek. Doe dit ook voor het zijpaneel. Speld dan elke speld op elkaar, zodat je goed weet hoe de verdeling is van bodem en zijkant en je niet per ongeluk heel veel ruimte overhoudt of tekort komt. Naai nu rondom aan elkaar.

Nu speld je ook de bovenkant aan de bovenkant van de gehaakte tas. Dit kun je het beste met haakgaren aan elkaar naaien met de hand

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *