Positieve Mandala

Positieve Mandala – Attic24 – Gratis haakpatroon

Deze prachtige Mandala is ontworpen door Attic24. Het oorspronkelijke Engelstalige patroon kun je via deze link vinden. Het patroon is hier, uiteraard met toestemming, voor u naar het Nederlands vertaald.

Ik word altijd erg vrolijk van het maken van Mandala’s. Het zijn zulke vrolijke dingen om te maken! Ik heb deze mandala de Positiviteits Mandala genoemd, omdat ik er erg positief van werd. Ik heb er tot nu toe 3 gemaakt en steeds als ik de laatste steek afmaakte, werd ik zó vrolijk van al die prachtige kleurenexplosies!

De positiviteits mandala is ontworpen om in een 30 centimeter metale ring te passen. Je kunt ‘m dan tegen de muur hangen, of ergens “los” in de lucht zodat ie kan draaien! Deze ringen worden vaak voor dromenvangers gebruikt of voor macrame. Je kunt ze gemakkelijk online vinden, bijvoorbeeld bij Caro’s Atelier.

✤ 30cm metalen ring via Caro’s Atelier  ✤

Garen en Haaknaald

Ik gebruik graag katoen voor mijn mandala’s, in DK garen met een 4 of 4,5 mm haaknaald.

Als je de kleuren voor je mandala kiest, kan ik je aanraden om 8 kleuren te kiezen. Vier kleuren voor de middelste bloem, en 4 voor de mandala cirkel eromheen.

Het garen in de foto’s is Stylecraft Classique Cotton DK wat bestaat uit 50 gram balletjes. Ik gebruik dit garen altijd voor mandala’s – het maakt hele mooie steken en ik vind dat het een prachtige matte finish heeft, wat ik zelf mooier vind dan sommig meer glanzend/gemerceriseerd garen.

Ik ben onlangs ook begonnen met experimenteren met Ricorumi Cotton DK, ook een heerlijk garen voor het maken van mandala’s. Het is tevens DK gewicht garen en het komt in 25 gram balletjes. Ze zijn goed te betalen! Er bestaan 60 kleuren.

Ik heb Ricorumi garen gebruikt en een 4 mm haaknaald voor deze tutorial.

Wat ook handig is om te hebben, zijn steekmarkeerders die dicht kunnen (zie je ze in de foto?). Je hebt daar ongeveer 6 van nodig om de mandala aan de ring te zetten terwijl je de laatste toer haakt.

Het patroon gebruikt de volgende steken:

Halve vaste: steek de haaknaald door de aangegeven steek of ruimte, sla de draad om en haal een lusje op en meteen door de lus op je haaknaald.
Vaste: steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte, sla de draad om en haal een lusje op (je hebt nu 2 lusjes op de haaknaald). Sla de draad om en haal door beide lusjes heen.
Stokje: Sla de draad om en steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte, sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 3 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door 2 lusjes. Je hebt nu 2 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door beide lusjes heen.
Dubbele V-steek: haak (2 stokjes, 2 lossen, 2 stokjes) in dezelfde steek of ruitme.

Toer 1 : gebruik kleur A

4 lossen, halve vaste in eerste losse om een ring te maken.

2 lossen (telt als stokje); 9 stokjes in de ring.

Halve vaste in tweede beginlosse om toer te sluiten. Hecht af. [10 steken]

Toer 2 : gebruik Kleur B

Begin in een willekeurige steek.

3 lossen (telt als stokje); 1 stokje in dezelfde steek (zie foto boven).

Haak 2 stokjes in elk van de volgende 9 steken.

Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten. Hecht af. [20 steken]

Toer 3 : Gebruik Kleur C

Begin in een willekeurige steek.

3 lossen (telt als stokje); 1 stokje in dezelfde steek; 2 lossen (zie foto boven);

*Steek overslaan, 2 stokjes in volgende steek, 2 lossen*

Herhaal van * tot * nog 8 keer.

 

Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten. Hecht af. [10 stokjesgroepjes en 10 2-lossenruimtes]

Toer 4 : Gebruik kleur D

Begin in een willekeurige 2-lossenruimte.

3 lossen (telt als stokje); stokje in dezelfde ruimte, 2 lossen, 2 stokjes in dezelfde ruimte;

*Dubbele V-steek in volgende 2-lossenruimte* (zie foto boven);

Herhaal tussen ** nog 8 keer.

Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten

HECHT NIET AF!!!!

Voor je aan toer 5 kunt beginnen, moet je drie halve vasten maken om op de goede plek uit te komen.

  1. Halve vaste in de bovenkant van het stokje direct links van de steek waarin je toer 4 sloot.
  2. Halve vaste in het volgende stokje.

3. Halve vaste in 2-lossenruimte direct links  (zie naald in bovenstaande foto).

Je bent nu klaar om toer 5 te beginnen…

Toer 5 : ga verder met Kleur D

3 lossen (telt als stokje), 6 stokjes in dezelfde ruimte;

Zie je waar m’n naald naar wijst in bovenstaande foto? Dat is de ruimte tussen de dubbele V-steken.

Haak 1 vaste in de ruimte tussen de dubbele V-steken (zie foto boven).

*7 stokjes in volgende 2-lossenruimte, vaste in ruimte tussen V-steken*

Herhaal van * tot * nog 8 keer

Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten. Hecht af [10 schelpen]

Toer 6 : Gebruik Kleur E

Begin in het vierde (middelste) stokje van een willekeurige schelp.

12 lossen (telt als 1 stokje en 9 lossen);

*stokje in vierde (middelste) stokje van volgende schelp (zie je de naald in de foto boven?); 9 lossen*

Herhaal tussen * en * nog 8 keer.

Halve vaste in derde beginlosse van 12 beginlossen (zie naald in foto boven) om toer te sluiten.

Hecht af. [10 stokjes en 10 9-lossenruimtes]

Toer 7 : Gebruik Kleur F

Begin bovenin een stokje. Als je niet zeker weet wat een stokje is, kijk dan goed naar de haaknaald in bovenstaande foto – de bovenkant van het stokje is die steek die nét rechts van de stam van de steek zit (het naar boven stekende stukje, als je begrijpt wat ik bedoel!). Steek je haaknaald onder beide lussen door, zoals in de foto boven).

4 lossen (telt als stokje + 1 losse);

1 losse overslaan;

*stokje in volgende losse, 1 losse overslaan, 1 losse*

Herhaal tussen ** nog 3 keer.

Je hebt nu 4 stokjes in de 9-lossenketting gemaakt, met overgeslagen lossen en steken ertussen (zie foto boven).

Zie je waar de naald naar wijst? Dat is de bovenkant van het volgende stokje….

Haak 1 stokje in de bovenkant van die steek.

1 losse overslaan, 1 losse;

*1 stokje in volgende losse, 1 losse overslaan, 1 losse*

Herhaal tussen ** nog 3 keer;

1 stokje in bovenkant van volgende stokje, 1 losse overslaan, 1 losse;

*1 stokje in volgende losse, 1 losse overslaan, 1 losse*

Herhaal tussen ** nog 3 keer;

Herhaal deze tekst dat je rond bent.

Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten. Hecht af. [50 stokjes en 50 1-lossenruimtes]

Tel nu even voor de zekerheid dat je 50 steken hebt – dit moet kloppen, anders lukt je volgende toer niet. Vraag me hoe ik dit weet ????!!! 😉

Toer 8 : Gebruik Kleur G

Begin in een willekeurige 1-lossenruimte.

3 lossen (telt als stokje), stokje in dezelfde ruimte, 2 lossen, 2 stokjes in dezelfde ruimte.

Vaste in volgende ruimte

Dubbele V-steek in volgende ruimte; vaste in de volgende ruimte.

*Dubbele V-steek in volgende ruimte, vaste in volgende ruimte,*

Herhaal van ** tot je rond bent.

Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten. Hecht af. [25 dubbele V-steken en 25 vasten]

Toer 8 : Gebruik kleur H

Begin in een willekeurige 2-lossenruimte.

3 lossen (telt als stokje); stokje in dezelfde ruimte; 2 lossen; 2 stokjes in dezelfde ruimte;

Dubbele V-steek in de volgende ruimte (zie je de stopnaald in de foto hierboven?);

*Dubbele V-steek in volgende ruimte*

Herhaal tussen ** tot je weer bij het begin bent.

Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten. Hecht af. [25 dubbele V-steken]

Toer 9 : Gebruik Kleur C

Begin in willekeurige 2-lossenruimte

3 lossen (telt als stokje); 4 stokjes in dezelfde ruimte;

Vaste in ruimte tussen Dubbele V-steken (zie naald in foto boven);

*5 stokjes in volgende 2-lossenruimte, vaste in ruimte tussen Dubbele V-steken*

Herhaal tussen ** tot je rond bent.

Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten. Hecht af. [25 schelpen]

Ik vind het fijn om mijn mandala een beetje te stomen en op te rekken na toer 9, zodat het wat vlakker wordt.

Idealiter is je mandala nu 25 of 26 centimeter groot. Je hebt zo ongeveer een 2 cm gat nodig tussen je mandala en de ring. Je kunt het uittesten door voorzichtig te trekken aan de buitenkant van de mandala: dan moet het beide kanten van de ring kunnen raken – maar wel strak! Maak je niet teveel zorgen als je minder dan 2 cm rondom hebt, dan zit je mandala gewoon wat losser in de ring.

Pak je steekmarkeerders, dan gaan we nu oprekken en vastmaken voor we aan de laatste toer beginnen….

Ik vind het fijn om 5 a 6 stekmarkeerders te gebruiken, die ik door de middelste (derde) steek van de schelp doe, ALLEEN DOOR DE ACHTERSTE LUSSEN, en dan door de ring.

Je ziet waarschijnlijk dat de steek behoorlijk uitrekt en een beetje gek en lussig eruit ziet, maar maak je geen zorgen, dat komt goed.

Ok. Klaar om te beginnen? Daar gaan we met de laatste ronde!

Toer 10 : Gebruik Kleur B.

Haak alleen in de achterste lussen voor deze toer.

Begin in de bovenkant van een willekeurige vaste. De bovenkant van deze vaste ligt een klein beetje naar rechts van de stam van de steek – zie je de naald in m’n foto boven? Onthoud: alleen in de achterste lus.

Haal een lusje op en haak 1 losse.

Haak een halve vaste in de achterste lus van de volgende 3 steken. Nu ben je in de middelste steek van de schelp.

3 lossen.

Nu ga je je garen naar de achterkant van de ring brengen en je haaknaald ook. Duw de bol ook naar de achterkant.

Trek je 3-lossen naar de ring, til het op, zodat het over de ring heen komt te liggen van achteren naar voren. Je bol en je draad komen dan ook vanzelf naar voren.

Steek de haaknaald onder dezelfde achterste lus als waar je 3 lossen uitkomen…

…..en haak er een halve vaste in om de lus vast te zetten.

Je hebt je eerste aanhechting gemaakt – nog 24 te gaan!!

1 halve vaste in de achterste lus van de volgende 6 steken. Dan ben je in de middelste steek van de volgende schelp.

3 lossen.

Duw je haaknaald en garen door de ring zodat je weer aan de achterkant van de mandala bent….

…Trek dan de lussen over de rand van de ring, van achteren naar voren. Je bol garen en haaknaald gaan dan ook weer naar voren.

Haak 1 halve vaste in dezelfde lus als waar je 3-lossen uitkomen.

Haak 1 halve vaste in de achterste lus van de volgende 6 steken. Nu ben je weer in de middelste steek van de volgende schelp.

3 lossen.

Duw je haakwerk, haaknaald en garen naar achteren door de ring, zodat het aan de achterkant van de mandala is.

Vouw je 3 lossen over de rand van de ring van achteren naar voren, alles komt dan automatisch weer naar voren.

Halve vaste in dezelfde achterste lus als waar de 3 lossen uitkomen.

Herhaal dit rondom, verwijder de steekmarkeerders als je ze tegenkomt.

Er is een punt waarop het er allemaal erg wiebelig uit ziet, alsof het onmogelijk is dat het ooit plat komt te liggen.

Geen paniek!

Rustig doorgaan, dan komt het goed.

Uiteindelijk ben je weer bij het begin. Om de toer te sluiten, gebruik je de onzichtbaar afhechten techniek. Als je een halve vaste in de laatste steek hebt gemaakt, knip je je garen door en trek je het zodat het staartje uit de steek komt. Trek de halve vaste niet te strak aan.

Doe het garen door een stopnaald. Steek de stopnaald onder beide lussen van de allereerste halve vaste die je maakte (zie foto boven).

Steek de naald nu door het midden van de laatste halve vaste die je maakte deze toer, trek het staartje door naar de achterkant van het werk.

Gaaf he?

Zorg dat je het laatste draadje netjes wegwerkt, trek er niet te hard aan.

Je mandala ziet er ongeveer even goed uit aan de voorkant als aan de achterkant… cool he!

Ta-dah!! Eén super mooie Positiviteits Mandala om ergens op te hangen zodat je er een blij gevoel van krijgt!

Misschien wil je er een tijdje mee spelen voor je besluit waar je ‘m ophangt.


Wat leuk dat je tot hier gekomen bent! Is je Mandala mooi geworden?

Blij met dit patroon? Deel je foto’s via Facebook of Instagram, dat vind ik écht een cadeautje!

Gun je mij een kopje koffie of een bolletje wol als bedankje? Doe dan een donatie op NL 91 ASNB 0267191650 tnv Een Mooi Gebaar of gebruik deze PayPal-donatieknop: