Cosy Nekwarmer

Gratis haakpatroon voor een heerlijke warme cosy nekwarmer, ontworpen door Attic24. Een overzicht van al haar patronen vind je via deze link, haar oorspronkelijke  Engelstalige blog vind je via deze link. 

Ben je op zoek naar het haakpatroon van een andere sjaal? Dat kan natuurlijk ook, er staan op deze pagina diverse andere gratis haakpatronen.

Deze heerlijke nekwarmer is een simpele col, je haakt ‘m in toeren (het begin en einde van de toer worden aan elkaar gemaakt), dus geen vervelende naden! En niet naaien! Het is een heerlijk makkelijk patroon, waar je alleen maar een vaste en losse hoeft te kunnen.

Voor we gaan beginnen, zal ik die steken nog even toelichten:

Losse: sla de draad om en haal door de lus op de haaknaald.

Halve vaste: steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte, sla de draad om en haal terug door de steek/ruimte én door de lus op de haaknaald. 

Vasten: steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte, sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu 2 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door beide lusjes.

Voor dit project moet je voorzichtig je garen kiezen. Je draagt het dicht op je gevoelige nekhuid en het moet wel heerlijk voelen natuurlijk. Warm en zacht. Ik heb een katoen/acryl mix gekozen (Cotton On by James C Brett), een heerlijk zacht DK gewicht garen met en 4 mm haakanald.

De kleuren laat ik aan jou over :: vele schitterende kleuren of gewoon een paar. Of zelfs één kleur. Als je dit patroon in twee afwisselende kleuren haakt, krijg je een heel interessant verticale strepen effect.

Je moet beginnen met het haken van een lossenketting. Een nekwarmer mag ietsjes groter zijn dan je hoofd, zodat je ‘m aan kunt doen zonder je oren te slopen 😉 Je wilt m wel lekker dicht om je nek heen hebben, hij is wat minder losjes dan een normale sjaal of col. 

Tijdens het haken van je lossenketting, tel je in groepjes van 4. Je lossenketting moet een veelvoud zijn van 4, plus 1 extra voor het keren. Om je een idee te geven: mijne was 93 (23 x 4 = 92 + 1), maar ik heb een klein hoofd, dus het kan goed zijn dat de jouwe groter moet.

Laat een draad van 20 centimeter over zodat je de eerste steken van de toer aan elkaar kunt naaien straks.

Toer 1

Begin in de tweede losse vanaf de haaknaald, haak een toer vasten. Tel nog even voor de zekerheid dat je echt een veelvoud van 4 hebt hier. Hecht niet af. 

Vouw je werk nu om een ring te maken. Let heel goed op dat je ‘m niet draait. Ik kan dit niet vaak genoeg herhalen. Check en dubbelcheck en check nogmaals… de goede kant van je steken moet naar buiten liggen, de bovenkant van de steken moeten allemaal aan dezelfde bovenkant zitten. Je wilt geen mobius ring maken!!

Steek je haaknaald in de eerste steek (zoals boven) en haak een halve vaste om de ring te vormen. 

Toer 2

Check nu, en check nog eens, dat je werk niet gedraaid zit, haak dan 1 losse en 1 vaste in dezelfde steek, dan een vaste in de volgende steek en 2 lossen (zie boven). Voor we verder gaan, ga je eerst het gat in de onderkant van je werk dichtnaaien. 

Haal het staartje door een stopnaald en naai het kleine gat tussen het begin en het einde van de lossenketting/eerste toer dicht. 

Probeer deze naad zo netjes mogelijk te maken, met en paar steekjes om beide uiteinden aan elkaar te maken. 

Deze naad zou er bijna onzichtbaar uit moeten zien (boven)

Werk het draadje aan de achterkant van het werk weg, heen en weer, om het goed stevig vast te zetten. 

Leg ‘m neer op de tafel (trek er een beetje aan als ie probeert te krullen) en verzeker je erzelf alsjeblieft nog een keer van dat er GEEN TWIST in zit, en dat alle steken netjes boven liggen. Nu gaan we naar de 2e toer…

2 steken overslaan, twee vasten, 2 lossen. 

*2 steken overslaan, 2 vasten, 2 lossen*

Herhaal vanaf * tot * tot je weer bij het begin bent. Je hebt dan nog 2 steken over (zie boven) en dat zijn de twee overgeslagen steken. 

Halve vaste in eerste vaste en hecht af.

Je hebt nu een nette ring (die niet gedraaid is!)

Voor je naar de volgende toer gaat, moet je je draadjes wegwerken. Je wordt er echt niet vrolijker van als alle draadjes blijven bungelen, geloof me. Gewoon meteen wegwerken voor je de nieuwe kleur doet, dat is het fijnst, geloof me. Je naait ze eerst de ene kant op, dan een stukje verder de andere kant op terug. En klaar!

Toer 3

Deze toer haak je in de 2-lossenruimtes van de vorige toer. Steek je haaknaald in een willekeurige lossenruimte…

….en haal een lulsje op van je nieuwe kleur naar voren. Misschien heb je hier een beetje oefening voor nodig als je dit niet gewend bent, maar we gaan hier niets knopen. Haal gewoon de lus door, laat een uiteindje over, houd beiden goed vast. 

1 losse (die houdt het garen tijdelijk vast), zorg dan dat het uiteindje over de steken heenligt, dan kun je daar overheen haken (zie foto boven). 

In dezelfde lossenruimte haak je 3 vasten, zorg ervoor dat je haaknaald ONDER het uiteinde door gaat steeds. Dat zorgt ervoor dat het uiteindje vast komt te zitten onder de vasten die je maakt, waardoor ie al een beetje vast komt te zitten. Je kunt ‘m dan later echt goed afwerken. 

2 lossen, haak 3 vasten in volgende 2-lossenruimte, 2 lossen (zie boven). 

*Haak 3 vasten in voglende 2-lossenruimte, 2 lossen*

Herhaal tussen * en * tot je weer bij het begin van de toer bent. 

Halve vaste in eerste vaste, hecht dan af. 

Keer je werk om en werk meteen je uiteindjes weg. 

Het uiteindje waar je overheen hebt gehaakt kan een paar keer heen en weer over zichzelf worden weggenaaid met je stopnaald. 

….en je kunt nu ook het draadje wegwerken in de steken, eerst de ene kant op, dan de andere kant op weer terug. De eindjes komen dan onzichtbaar en zeer vast in je cosy col terecht. 

Je hebt nu een redelijk nette cirkel, met netjes weggewerkte draadjes. Het gaat vlot, je wilt vast verder! 

Toer 4

Precies zoals toer 3. Begin in een willekeurige 2-lossenruimte (probeer niet steeds in dezelfde plek te starten, dan zie je daar anders alle afwerking zo goed).

Maak af precies zoals voor Toer 3 (3 vasten, 2 lossen, 3 vasten, 2 lossen, etc.)

Deze steek is zo simpel en je kunt ‘m zo snel haken, dat je zo klaar bent! De maat van de nekwarmer mag je zelf bepalen, maar je wilt wel dat ie wat substantie heeft, dat ie lekker dik om je nek valt. Mijne is 28 centimeter hoog (58 vastentoeren hoog).

Je allerlaatste toer krijgt dezelfde kleur als de eerste toer. HECHT NIET AF na de laatste toer, omdat je een hele simpele rand maakt met precies dezelfde kleur.

Rand Toer 1

1 losse, vaste in volgende 3 vasten (zoals boven)

Haak 2 vasten in 2-lossenruimte. 

*1 vaste in volgende 3 steken, 2 vasten in 2-lossenruimte*

Herhaal van * tot *, halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. 

HECHT NIET AF 🙂

Rand Toer 2

1 losse, vaste in eerste steek, 1 losse. 

*steek overslaan, vaste in volgende steek, losse*

Herhaal van * tot *. 

Halve vaste in eerste vaste en hecht af. 

Je kunt ook onzichtbaar afhechten, dat ziet er wat mooier uit!

Ta-dah!!!!

Een gezellige col, warm, klaar! Trek ‘m aan en geniet van de warmte! 

Trek ‘m omhoog om de kou buiten te houden…

….of rol ‘m een beetje op voor een beetje extra comfort.

Je wil ‘m vast niet af doen als ie klaar is. Het is heerlijk warm en staat prachtig.

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *