Bower Bird

Gratis Haakpatroon Decoratie – Prieelvogel

Deze prachtige Bower Bird – Prieelvogel – is ontworpen door Attic24. Zij maakt schitterende patronen en heeft mij toestemming gegeven om haar patronen naar het Nederlands te vertalen. Onderstaand bericht is een vertaling van haar oorspronkelijke, zeer lange en foto-rijke, blogpost. Veel haakplezier!


Ik vind het zo leuk om dit patroon met jullie hier te delen!! Het is zo ongeveer mijn favoriete ontwerp ooit. In dit patroon ontdekte ik de lol in het rond maken van een plat ontwerp. Dit vogeltje wordt van een plat figuurtje, ineens een karakter, met persoonlijkheid en leven. Het proces is echt leuk en ik hoop dat jullie dat ook ervaren.

Ik ontwierp dit kleine decoratieve vogeltje in de herfst van 2012.

Dit prieelvogeltje is zo genoemd omdat ie oorspronkelijk bedoeld is om in een prieeltje te zitten. Het prieeltje kan zo simpel of decoratief zijn als je zelf wilt: hang ‘m dicht met bloemetjes of doe er een paar, hang er een hartje bij en wat mooie knoopjes of kraaltjes voor wat extra kleur.

Deze regenboogversie vind ik ook heel mooi, maar je kunt dit patroon aan allerlei situaties aanpassen, dat is juist het mooie ervan. Maak twee tortelduifjes en gooi er hartjes en bloemen omheen en je hebt een prachtig trouwcadeau. Als je de kleuren lichtroze of lichtblauw houdt, is het ook een schattig cadeautje voor in de babykamer. Ik zou ook wel eens een kerstversie willen maken in rood en wit met groene hulst, klimop of maretak en besjes.

Deze vogeltjes zijn ook zeer geschikt om vol te stoppen met gedroogde lavendel. Bovenstaand grijze vogeltje geeft al 18 maanden een heerlijke geur af als ik er in knijp, hij ligt op m’n nachtkastje. 

Alle vogeltjes zijn gehaakt met Merino Fine DK garen met eem 3,5 mm haaknaald. De kleuren zijn fel en de steken komen er heel net uit te zien, lief en zacht, ziet er prachtig uit. Maar zoals met alle decoratieve projectjes kun je lekker improviseren met grotere of kleinere haaknaald, dunner of dikker materiaal en alle leuke versieringkjes die erop kunnen. Met 3,5 mm haaknaald past het vogeltje mooi in m’n handpalm en past ie goed in een 17,8 cm brede ring.

Je hebt twee kleuren garen nodig voor de vogel, en een klein beetje geel/oranje voor de snavel. Daarnaast heb je nog uiteindjes nodig om de borduurseltjes te maken.

Voor de ring heb je twee of drie contrasterende kleuren nodig om de hoes te maken, en weer wat restjes om de decoraties te maken (hartjes, blaadjes, bloemen, etc.)

Je hebt ook nog de volgende dingen nodig:

2 x 6 mm veiligheidsoogjes

Een beetje knuffelvulling

Een (borduur)ring van 17,8 cm (of iets wat daarop lijkt).

Het vogeltje wordt vooral gehaakt in vasten, met wat simpele meerderingen en minderingen. Tel alsjeblieft zorgvuldig je toeren en steken.

Dit patroon heeft vijf secties: het lijf, de staart, de snavel, de vleugels en de onderkant. De vleugels, de staart en de snavel worden in één stuk gehaakt, de vleugels en de onderkant haak je apart.

HET LIJF

Let op: Het lijfje wordt in toeren gehaakt met een duidelijk einde en begin en NIET in een spiraal. Elke toer begin met 1 losse die NIET als steek telt. Deze kleine 1-losse telt als visuele markeerder, een indicatie van het begin van elke toer en niks meer.

Gebruik kleur A (de kleur die je gekozen hebt voor het lijf)

Toer 1

4 lossen, halve vaste in eerste losse om ring te vormen. Werk over je staartje heen zodat je die kunt gebruiken om straks het gaatje dicht te trekken. 1 losse (telt niet als steek). 6 vasten in de ring. Halve vaste in eerste vaste (niet in de 1-losse) om toer te sluiten. [6 vasten]

Toer 2: 

1 losse (telt niet als steek), 2 vasten in elke steek rondom, halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. [12 steken]

Toer 3

Let op: nadat je je kleine 1-losse gemaakt hebt aan het begin van elke toer, zou je eerste vaste gemaakt moeten worden in de volgende steek. Haak je vaste niet in dezelfde steek als je halve vaste, want dan wordt het een drama. Zie onderstaande foto: bij de naald moet je volgende steek.

1 losse (telt niet als steek), *2 vasten in eerste steek, 1 vaste in volgende steek*. Herhaal. Halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten [18 vasten]

Let op: in bovenstaande foto zie je duidelijk de 1-losse (aangeduid met “ch”). Die negeer je dus!

Toer 4: 

1 losse (telt niet als steek), *2 vasten in volgende steek, 1 vaste in volgende 2 steken*. Herhaal. Halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. [24 steken]

Toer 5: 

1 losse (telt niet als steek). *2 vasten in volgende steek, 1 vaste in volgende 3 steken.* Herhaal. Halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. [30 vasten]

Let op: aan het einde van toer 5 zou je moeten zien dat je vorm een soort vage hexagon wordt, omdat je 2 vasten steeds in dezelfde zes hoeken zitten (zie foto boven). 

Let op: bovenstaande foto is halverwege toer 6. Je ziet duidelijk de plek waar deze toer gestart is.

Toer 6: 

1 losse (telt niet als steek), *2 vasten in volgende steek, 1 vaste in volgende 4 steken*. Herhaal. Halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. [36 steken]

Toer 7: 

1 losse (telt niet als steek), *2 vasten in volgende steek, 1 vaste in volgende 5 steken*. Herhaal. Halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. [42 steken]

Toer 8: 

1 losse (telt niet als steek), *2 vasten in volgende steek, 1 vaste in volgende 6 steken*. Herhaal. Halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. [48 steken]

Toer 9: 

1 losse (telt niet als steek), *2 vasten in volgende steek, 1 vaste in volgende 7 steken*. Herhaal. Halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. [54 steken]

Toer 10: 

1 losse (telt niet als steek), *2 vasten in volgende steek, 1 vaste in volgende 8 steken*. Herhaal. Halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. [60 steken]

Toer 11: 

1 losse (telt niet als steek), *2 vaste in volgende steek, 1 vaste in volgende 9 steken*. Herhaal. Halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. [66 steken]. Hecht af en wissel naar kleur B.

Dit is wat je na toer 11 zou moeten hebben – een zeshoekcirkel!

Toer 12: Kleur B

Trek een lusje van je nieuwe kleur door de eerste vaste van de vorige toer (zie foto boven). 

Let op: het helpt als je over de uiteindjes heen haakt, zodat je ze niet hoeft weg te steken.

1 losse (telt niet als steek). *2 vasten in volgende steek, 1 vaste in volgende 10 steken*. Herhaal. Halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. [72 steken] Hecht af.

Nu is je lijf af! Jeej! We gaan verder aan de staart….

DE STAART

Gebruik kleur B voor de staart, dezelfde kleur als je net gebruikt hebt. Leg je vorm zo neer dat de draad van waar je net klaar was precies aan de bovenkant ligt. Tel nu 4 steken naar rechts (zie foto boven). Hier begin je aan de staart.

Trek een lusje van kleur B door (zie boven)

Toer 1: 

1 losse (telt niet als steek), 1 vaste in dezelfde steek. Vaste in de volgende 7 steken. Keer om. [8 steken]

Toer 2: 

1 losse (telt niet als steek), haak 2 vasten samen als volgt:

steek de naald in de eerste steek, sla de draad om, haal een lusje door de steek (2 lusjes op de naald), steek de naald in de volgende steek, sla de draad om, haal een lusje terug door de steek (drie lusjes op de naald), sla de draad om en haal door alledrie de lusjes. 

1 vaste in volgende 4 steken.

2samengehaaktevasten in laatste twee steken (zoals boven beschreven). Keer om. [6 steken]

Toer 3-9:

1 losse (telt niet als steek), vaste in elke steek [6 steken]. Keer om.

Toer 10: 

Let op: de verkeerde kant van het werk ligt naar je toe terwijl je toer 10 haakt. 

2 lossen, halve vaste in eerste losse (zie foto boven, maak de halve vaste waar de naald zit)

*Halve vaste in volgende steek, 2 lossen, halve vaste in dezelfde steek*. Herhaal nog 4 keer. Je hebt nu 6 kleine lossen-lusjes. Hecht af en werk de draadjes weg.

Nu ziet je staart er zo uit.

DE SNAVEL

Gebruik geel of oranje garen voor de snavel

Let op: keer je werk om zodat de verkeerde kant naar je toe ligt. Werk in de voorste lussen voor de eerste toer. Je haakt de snavel precies tegenover de staart. Vind eerst het middelpunt van de vorm, tegenover het midden van de staart, tel dan drie steken naar rechts (zoals in bovenstaande foto). 

In deze close-up foto kun je het nog beter zien. Steek de haaknaald door de voorste lussen van deze steken voor deze eerst toer, dus de lusjes die het dichtsbij jou liggen….

Toer 1:

1 losse (telt niet als steek), 1 vaste in dezelfde steek (zie boven).

Let op: werk het draadje weg door erover heen te haken.

5 vasten. Keer om. [6 steken]

Toer 2:

Haak 3 vasten samen op de volgende manier:

Steek de naald in de eerste steek, sla de draad om en haal een lusje op (2 lusjes op de naald), steek de naald in de volgende steek, sla de draad om en haal een lusje op (3 lusjes op de naald), steek de naald in de volgende steek, sla de draad om en haal een lusje op (4 lusjes op de naald), sla de draad om en haal door alle vier de lusjes op de naald. 

Je 3samengehaaktevasten zien er nu uit zoals in bovenstaande foto. Dit doe je ook voor de overgebleven 3 steken.

Je hebt dus nu 6 steken omgetoverd tot slechts 2.

….dan zou het er zo uit moeten zien als in bovenstaande foto. Keer om.

Toer 3: 

1 losse (telt niet als steek), haak 2samengehaaktevasten. Hecht af en laat een staart van 15 centimeter over om te naaien.

Je vogeltje ziet er nu uit zoals in bovenstaande foto, met staart en bek op de goede plek.

DE VLEUGELS

Gebruik kleur B voor de vleugels, dezelfde kleur als voor de staart.

4 lossen, halve vaste in eerste losse om ring te vormen.

Toer 1: haak over het staartje heen als je de steken van toer 1 haakt, zodat je de cirkel dicht kunt trekken met het staartje. 

3 lossen (telt als stokje), 11 stokjes in de ring, halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten. [12 steken].

Toer 2: 

1 losse (telt niet als steek), 2 vasten in elk van de volgende 9 steken [18 steken in totaal]

Je ziet nu duidleijk 3 overgebleven steken, zie boven.

Halfstokje in volgende steek.

1 stokje in volgende steek, dan 2 lossen. Halve vaste in bovenkant stokje (zie naald in bovenstaande foto). Je hebt nu een picot gemaakt.

1 stokje in dezelfde steek als het vorige stokje (zie naald boven).

1 halfstokje in de laatste steek.

Halve vaste in eerste vaste om toer te sluiten. Hecht af en laat staartje van 20 centimeter over om straks vast te naaien.

Nu maak je nog een vleugel, want vogeltjes hebben er nu eenmaal 2 😉

DE ONDERKANT

Gebruik Kleur B voor de onderkant, dezelfde kleur als de vleugels en de staart.

Toer 1: 

2 lossen, 2 vasten  in 2e losse vanaf de naald, zie boven. Keer om. [2 steken]

Toer 2: 

1 losse (telt niet als steek), 2 vasten in elke steek. Keer om. [4 steken]

Toer 3: 

1 losse (telt niet als steek), 1 vaste in elke steek. Keer om. [4 steken]

Toer 4:

1 losse (telt niet als steek), 2 vasten in eerste vaste, 1 vaste in volgende 2 steken, 2 vasten in laatste steek. Keer om. [6 steken]

Toer 5: 

1 losse (telt niet als steek), 1 vaste in elke steek. Keer om. [6 steken]

Toer 6: 

1 losse (telt niet als steek), 2 vasten in eerste steek, 1 vaste in volgende 4 steken, 2 vasten in volgende steek. Keer om. [8 steken]

Toer 7: 

1 losse (telt niet als steek), 1 vaste in elke steek. Keer om. [8 steken]

Toer 8: 

1 losse (telt niet als steek), 2 vasten in eerste steek, 1 vaste in volgende 6 steken, 2 vasten in volgende steek, keer om. [10 steken]

Toer 9-17: 

1 losse (telt niet als steek), 1 vaste in elke steek. Keer om. [10 steken]

Toer 18: 

1 losse (telt niet als steek), 2samengehaaktevasten in eerste twee steken, 1 vaste in volgende 6 steken, 2samengehaaktevasten in volgende 2 steken. Keer om. [8 steken]

Let op: 2samengehaaktevasten als volgt: steek naald door volgende steek, sla draad om en haal lusje op (twee lusjes op de naald), steek naald in volgende steek, sla de draad om en haal een lusje op (drie lusjes op de naald), sla draad om en haal door alle drie de lusjes op de naald. 

Toer 19-21: 

1 losse (telt niet als steek), 1 vaste in elke steek. Keer om. [8 steken]

Toer 22: 

1 losse (telt niet als steek), 2samengehaaktevasten in eerste twee steken, 1 vaste in volgende 4 steken, 2samengehaaktevasten in laatste twee steken. Keer om. [6 steken]

Toer 23 – 31: 

1 losse (telt niet als steek), 1 vaste in elke steek. [6 vasten]

Hecht af, laat 60 centimeter draad over om vast te naaien.

Je bent nu even klaar met haken voor nu, we gaan nu dingen vastnaaien.

De onderkant is opgekruld, dat hoort zo, hij hoort niet plat te liggen.

Je hebt nu:

♥ één lijf, compleet met staart en snavel. Je hebt nog één draad over van de snavel, alle andere heb je weggewerkt.

♥ twee vleugels met het beginstaartje weggewerkt en de buitenste draadjes nog bungelend

♥ één onderkant met een hele lange draad eraan, het kleine eindje is ook weggewerkt.

NAAIEN

Ik weet dat niet iedereen houdt van decoratieve versieringen, maar zelfs als je verder niet versiert, kan ik je aanraden om de vleugels wel te versieren. Gebruik daarvoor contrasterend garen, ga met je naald door het middenpunt en steeds naar de buitenste zijkanten van de eerste toer stokjes. Probeer 6 “spaken” te maken, zoals boven, of 12, maar verdeel ze netjes.

Ik versier ook het lijfje met een subtiel randje, steeds één steek overslaan tot je rond bent.

Je kunt ook de staart nog met een paar V-steekjes versieren. Zorg vooral dat je de steken evenwijdig verdeeld.

Als je net zoveel van borduren houdt als ik, kun je nog een heel lief mini madeliefje op de billen van de vogel naaien, leuk he!

In de foto zie je de vijf vogeltjes die ik maakte, met steeds andere versiering.

IN ELKAAR ZETTEN

Als alles klaar is om in elkaar te zetten, starten we met de vleugels. Leg de vleugels goed op je vogeltje neer, kijk naar bovenstaande foto. De puntige stukken moeten richting staart wijzen. Maak nette steekjes rondom elke vleugel met de overgebleven draad…..

…..stop tegenover je begin punt, ga niet helemaal rond, het puntje moet een beetje los blijven zitten, dat ziet er grappiger uit.

Nu kun je de oogjes erin klikken. Ik he 6 mm veiligheidsoogjes gebruikt, maar zwarte kraaltjes zouden hetzelfde effect moeten geven.

Zorg dat de oogjes op precies de goede plek zitten, tussen toer 9 en 10. Vouw het vogeltje even dubbel om te plek te dubbelchecken. Er is géén weg terug als je de achterkantjes eenmaal op de oogjes hebt geduwd.

Het is een beetje lastig om die witte kapjes erop te krijgen, je hebt een beetje brute kracht nodig. Duw ze helemaal naar beneden aan.

Nu gaan we de snavel dichtnaaien. De snavel heeft een beetje een gat in het midden, dus naai daar een paar steekjes in om ‘m dicht te krijgen. Vouw de snavel dan dubbel en maak de onderkant dicht met kleine steekjes, zodat de snavel mooi puntig wordt. Hecht af en werk het draadje netjes en stevig weg.

Awwwwwwwwwwww!!!!! Hij begint echt tot leven te komen, niet waar?

Dan gaan we het laatste stukje naaien doen. Je hebt een lange draad aan het stuk van de onderkant hangen. Leg je vogel met de verkeerde kant naar je toe en leg dan de onderkant precies onder de gerafelde kant van de staart. Maak nette kleine steekjes zoals boven te zien is in de foto.

Nu ga je de eerste zijkant dichtnaaien, zoals boven te zien. Kleine nette steekjes, steeds over de buitenste randjes heen.

Let op: Probeer je onderkant niet uit te strekken tot de snavel, dat hoeft niet!! Het puntige stukje van de onderkant loopt tot ongeveer 3 centimeter ONDER de snavel door. Kijk goed naar de foto’s. 

Je stopt dus ongeveer 3-4 centimeter bij de snavel vandaan, ongeveer tot het punt waar je de 2samengehaaktevasten maakte in de laatste toer van het lijfje.

Vouw nu het gezichtje dubbel zodat de zijkanten tegen elkaar aanliggen (zie foto boven) en naai dat dicht, tot de onderkant van de snavel. Pak nu steeds alleen de binnenste lussen van de haaksteken voor een strakke finish…

Ga met je naald onder de naad die je net gemaakt hebt door en ga verder met het puntige gedeelte van de onderkant, zoals in bovenstaande foto. Naai nu de tweede zijkant dicht….

Ga door met naaien tot je op de helft bent en vul het vogeltje dan met wat knuffelvulling.

Pak steeds kleine stukjes vulling en gebruik je vingers of de achterkant van je haaknaald om de vulling goed tussen de oogjes te krijgen en het hoofdje vorm te geven. Er gaat veel vulling in het buikje, zodat die mooi rond wordt, maar niet teveel, hij hoeft geen overgewicht 😉

Het kan zijn dat je nog wat meer dicht moet naaien, dan nog wat vulling moet toevoegen, experimenteer daar even mee tot je tevreden bent met het formaat en de vorm.

Er hoeft maar een heel klein beetje vulling in de staart. Hou die vrij slapjes. Als je de bodem hebt bereikt, werk dan het draadje zorgvuldig weg.

In bovenstaande foto zie je de onderkant. Draai ‘m om en kijk naar je mooie nieuwe creatie!

Awwwwwwwwwwwwwwwwww!!!!!!!!!!!!!!

Ta-dah!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Weer een prachtig prieelvogeltje! Klaar voor de wereld!

Als je nog een ring wilt maken voor het vogeltje om in te zitten, volgen daar nu de instructies voor…

DE RING

Je hebt ten eerste een ring nodig. Ik heb een 17,8 cm grote flexi-hoop gebruikt. Dat is een plastic ring die gebruikt wordt voor het tonen en strekken van borduurwerkjes. Het maakt niet uit welke kleur je koopt, er komt helemaal haakwerk omheen.

Je hebt een kleine dunne streep vasten nodig als hoes. Geen vorm verder, gewoon toer na toer na toer vasten haken. Het is afhankelijk van je garen, haaknaald, spanning en ring hoe breed en lang je haakwerk meot worden. Ik heb 10 lossen gehaakt en de toeren steeds 9 vasten breed gemaakt. Je streep moet ongeveer 50-60 centimeter lang worden, maar maak ‘m neit te lang.

Je kunt ‘m in één kleur haken, maar ik hou er van om meerdere kleuren te gebruiken. Ik heb in bovenstaande foto steeds maar 2 kleuren gebruikt, maar meer kleuren kan natuurlijk ook. Maak ‘t niet te chaotisch, dan valt je vogeltje niet meer genoeg op.

Als je kleur wisselt, laat dan een lange staart over per blokje om de streep goed aan elkaar te kunnen naaien om de ring heen.

Als je klaar bent met haken, maak dan eerst de korte eindjes van de streep aan elkaar vast.

Schroef het kleine metalen hangertje eruit…

….zet de streep op de goede plek en schroef dan eerst het hangertje weer terug, dwars door het haakwerk heen. Je kunt dat gaatje écht niet meer vinden als de streep er eenmaal omheen zit, dus doe jezelf een lol en doe het meteen.

Gebruik de staartjes om de streep dicht te naaien, steeds met de passende kleur.

Ga zo door tot je helemaal rond bent.

Je kunt ook een regenboog streep maken, de techniek is exact hetzelfde. Kies dan 7 prachtige regenboog kleuren en begin met rood te haken. Haak evenveel toeren voor elke kleur (in het voorbeeld zijn het er 8), laat steeds lange staartjes over voor het naaien. Als je klaar bent met de paarse streep, ga dan naar een mooie lichtblauwe kleur over en ga door tot de streep lang genoeg is om om je ring te passen.

VERSIERINGEN

♥ HARTJE ♥

Je kunt het basispatroon voor een hartje hier vinden. Maak 2 van die hartjes en haak dan een contrasterend randje om beide hartjes:

Steek de naald in hetzelfde gat als waar je eindigde, trek de nieuwe kleur met een lange losse op. 2 vasten in elk van de volgende 3 steken langs de bovenkant, in de achterste lus.

1 vaste in de achterste lus van de volgende 5 steken.

(vaste, 1 losse, vaste) in de onderste steek.

1 vaste in de achterste lus van de volgende 5 steken. Dan 2 vasten in de achterste lus van elk van de volgende 3 steken. 1 losse en halve vaste in het gat waar je ook in begon. Hecht het garen af. Trek het draadje naar voren en steek het dan met een stopnaald weg.

Als je twee identieke hartjes hebt gemaakt, monteer er dan naar wens nog knoopjes of kraaltjes op. Naai ze dan aan elkaar (goede kanten naar buiten) en vul een heel klein beetje op met knuffelfulling. Je kunt het hartje aan de bovenkant van de ring hangen zodat he tboven de vogel zweeft, of onderaan de ring hangen. Gebruik heel dun garen om het op de goede plek te hangen.

♥ ZONNETJE ♥

4 lossen, halve vaste in eerste losse om ring te maken.

Toer 1: 

Gebruik donkerrood of donker oranje garen.

3 lossen (telt als 1 stokje, 11 stokjes in de ring. Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten. Hecht af. [12 steken]

Toer 2: 

Gebruik oranje garen.

3 lossen (telt als stokje), 1 stokje in dezelfde steek. *2 stokjes in volgende steek* herhaal nog 10 keer. Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten. Hecht af. [24 steken]

Toer 3: 

Gebruik geel garen.

Trek een lusje geel garen door de eerste steek, 1 losse. (telt als 1 vaste).

In de volgende steek: (halfstokje, stokje, 2 lossen, halve vaste in 2e losse vanaf de naald om een puntje te maken, stokje, halfstokje). Zie foto boven.

vaste in volgende steek.

*In volgende steek: (halfstokje, stokje, 2 lossen, halve vaste in tweede losse vanaf de naald, stokje, halfstokje). Vaste in volgende steek.*

Herhaal vanaf * tot * tot je 12 punten hebt. Halve vaste in eerste losse om toer te sluiten. Hecht af.

Maak twee zonnetjes, leg ze met de verkeerde kanten tegen elkaar en naai ze op elkaar vast. Laat een klein gaatje over en stop er een klein beetje vulling is en naai dan verder dicht. Gebruik het einde van de draad om de zon aan de ring te bevestigen.

BLOEMEN

Als je bloemetjes wilt maken aan je ring, kun je verschillende patronen volgen. Die staan in deze blogposts uitgelegd:

1. May Rose

2. Minibloemetje

3. Bloemetjes en blaadjes

4. Japanese Quince bloem

Maak zoveel of weinig bloemetjes als je wilt, alles is mogelijk!

Je kunt de vogel naar opzij laten kijken, of naar voren, of misschien zelfs wel schuin. Gebruik kleine steekjes aan de onderkant van de vogel. Gebruik hetzelfde garen als voor de vogel, of in ieder geval dezelfde kleur.

Ik hoop dat je heel erg veel plezier hebt bij het maken van dit projectje!  ♥


Wat leuk dat je tot hier gekomen bent! Is je Prieelvogel mooi geworden?

Blij met dit patroon? Deel je foto’s via Facebook of Instagram, dat vind ik écht een cadeautje!

Gun je mij een kopje koffie of een bolletje wol als bedankje? Doe dan een donatie op NL 91 ASNB 0267191650 tnv Een Mooi Gebaar of gebruik deze PayPal-donatieknop:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *