Week 3

Kokosnoten hangen hoog in de bomen, schitterende schelpen kunnen gevonden worden langs het strand, en oh wat schittert de zee prachtig! Deze drie kleinere vierkanten zijn onderdeel van de Tropische Kust deken van Coastal Crochet, week 1 en week 2 zijn al gepubliceerd. Lees je liever vanaf een PDF? Dat kan!

Kokosnoot vierkant

Dit vierkant wordt gemaakt met de goede kant de hele tijd naar je toe.

Maak 4 van dit soort vierkanten

Gebruik Kleur B, haak 4 lossen, halve vaste in eerste losse om ring te sluiten.

Toer 1 (goede kant) 3 lossen (telt als eerste stokje hier en in de rest van t patroon), 11 stokjes in de ring, halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten [12 steken]

Toer 2: 3 lossen, stokje in dezelfde steek, 2 stokjes in elke steek tot einde, halve vaste in derde beginlosse. [24 stokjes]

Toer 3: 2 lossen (telt als eerste halfstokje), halfstokje in dezelfde steek, halfstokje in volgende steek, (2 halfstokjes in volgende steek, halfstokje in volgende steek) tot einde, halve vaste in tweede beginlosse, hecht af [36 steken]

Halfstokjes zijn uniek omdat je 3 lusjes/draadjes kunt zien aan de bovenkant van de steek. Zorg ervoor dat Toer 4 en 5 de haaknaald in alleen de allerachterste lus gaat (ook wel eens back bump of derde lus genoemd) die helemaal achter het werk ligt. Dit zorgt ervoor dat er twee lussen op de voorkant van het werk blijven liggen.

Toer 4: hecht Kleur D aan in de derde lus van 1 enkel halfstokje van Toer 3 (dus niet waar 2 halfstokjes in één steek zitten). 2 lossen (telt als halfstokje), halfstokje in dezelfde steek, halfstokje in derde lus van volgende 2 steken, (2 halfstokjes in derde lus van volgende steek, halfstokje in derde lus van volgende twee steken) tot einde, halve vaste in tweede beginlosse, hecht af. [48 steken]

Toer 5: Hecht Kleur H aan in de derde lus van een enkel halfstokje van Toer 4 (niet waar 2 halfstokjes in ééns teek zitten), 3 lossen (telt als eerste stokje), stokje in dezelfde steek, stokje in derde lus van volgende 3 steken. (2 stokjes in derde lus van volgende steek, stokje in derde lus van volgende 3 steken) tot einde, halve vaste in derde beginlosse, hecht af [60 steken]

Toer 6: Hecht Kleur F aan in een willekeurige steek, 2 lossen (telt als eerste halfstokje), halfstokje in volgende 3 steken, 2 reliëfstokjes-voor om volgende steek, (halfstokje in volgende 4 steken, 2 reliëfstokjes-voor om volgende steek) tot einde, halve vaste in tweede beginlosse, hecht af [72 steken]

In Toer 7 steek je je haaknaald in de achterste 2 lussen van het halfstokje, waardoor er nog 1 lusje op de voorkant blijft liggen en steek je je haaknaald in de achterste lus van de stokjes.

Toer 7: Hecht Kleur B aan in de achterste 2 lusjes van een willekeurig halfstokje tussen de reliëfsteken (dit is je eerste hoek), 4 lossen (telt als eerste dubbelstokje), (dubbelstokje, 1 losse, 2 dubbelstokjes) in dezelfde steek, *dubbelstokje in achterste lus van volgende 2 steken, stokje in achterste lus van volgende 2 steken, halfstokje in achterste lus van volgende 2 steken, vaste in achterste lus van volgende 5 steken, halfstokje in achterste lus van volgende 2 steken, stokje in achterste lusv an volgende 2 steken, dubbelstokje in achterste lus van volgende 2 steken**, (2 dubbelstokjes, 1 losse, 2 dubbelstokjes) in achterste lus van volgende steek, herhaal vanaf * drie keer, eindig laatste herhaling bij **, halve vaste in vierde beginlosse, hecht af [21 steken per zijde met 4 x 1-lossenhoekruimte]

Werk alle draadjes weg.


Schelpen vierkant

Dit vierkant wordt gemaakt met de goede kant altijd naar je toe.

Maak 4 van dit soort vierkanten

Gebruik Kleur D om 4 lossen te haken, halve vaste in eerste loss om ring te vormen

Toer 1: 2 lossen (telt als halfstokje), 7 halfstokjes in de ring [8 steken]

De schelp in het midden wordt in een continue spiraal gemaakt:

Toer 2: 2 halfstokjes in derde lus van tweede beginlosse van toer 1, haak 2 halfstokjes in elke derde lus. [16 steken]

Toer 3: 2 stokjes in derde lus van volgende 9 steken, 2 dubbelstokjes in derde lus van voglende 5 steken, wissel naar Kleur C bij laatste doorhaal van laatste dubbelstokje, ga door met 2 dubbelstokjes in derde lus van volgende steek, stokje in derde lus van laatste steek. [31 steken]

Nu kun je niet meer in de halfstokjes werken, dus de volgende toer gaat in de “normale” achterste lus van elke steek. Toer 4 is maar een halve toer en die gebruiken we om de schelp een volledige cirkel te laten beschrijven:

Toer 4: stokje in achterste lus volgende steek, 2 stokjes in achterste lus van de volgende steek, stokje in achterste lus van de volgende steek, halfstokje in achterste lus van volgende 2 steken, vaste in achterste lus van volgende steek, (vaste in achterste lusv an volgende 2 steken, 2 vasten in achterste lus van volgende steek) 2 keer, halve vaste in achterste lus van volgende steek, hecht niet af. [De cirkel is nu gevormd en er zijn 36 steken rondom]

Toer 5: 3 lossen, stokje in achterste lus van volgende 2 steken, 2 stokjes in achterste lus van volgende steek) 4 keer, haak nu in de steken zoals normaal en blijf (stokje in volgende 2 steken, 2 stokjes in volgende steek) herhalen tot einde, halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten, hecht af. [48 steken]

Toer 6: Hecht Kleur A aan in een willekeurige steek, 2 lossen (telt als eerste halfstokje), halfstokje in volgende 2 steken, 2 halfstokjes in voglende steek, (halfstokje in volgende 3 steken, 2 halfstokjes in volgende steek) tot einde, halve vaste in tweede beginlosse, hecht af [60 steken]

Toer 7: Hecht kleur G aan in de derde lus van een middelste halfstokje van een willekeurige 3halfstokjesgroep, 2 lossen (telt als eerste halfstokje), halfstokje in dezelfde lus, halfstokje in derde lus van volgende 4 steken, (2 halfstokjes in derde lus van volgende steek, halfstokje in derde lus van volgende 4 steken) tot einde, halve vaste in tweede beginlosse, hecht af [72 steken]

In Toer 8 steek je de haaknaald in de achterste 2 lussen van de halfstokjes, waardoor er één lus voorop je werk blijft liggen.

Toer 8: met de schelp omhoog beeld je je een vierkant erom heen. Hecht Kleur B aan in de achterste 2 lussesn van een steek aan de rechter buitenrand (dit wordt de eerste hoek), 4 lossen (telt als dubbelstokje), (dubbelstokje, losse, 2 dubbelstokjes) in dezelfde steek, *dubbelstokje in achterste lus van volgende 2 steken, stokje in achterste lus van volgende 2 steken, halfstokje in achterste lus van volgende 2 steken, vaste in achterste lus van volgende 5 steken, halfstokje in achterste lus van volgende 2 steken, stokje in achterste lus van volgende 2 steken, dubbelstokje in achterste lus van volgende 2 steken**, (2 dubbelstokjes, 1 losse, 2 dubbelstokjes) in achterste lus van volgende steek. Herhaal vanaf * drie keer, eindig laatste herhaling bij **, halve vaste in vierde beginlosse, hecht af. [21 steken per zijde, met 4 x 1-lossenhoekruimtes]

Werk alle draadjes weg.

Sprankelende zee vierkant

Dit vierkant wordt gehaakt met de goede kant altijd naar je toe.

Haak 4 van dit soort vierkanten.

Gebruik Kleur E en haak 4 lossen, halve vaste in eerste losse om toer te sluiten.

Toer 1: 3 lossen (telt als eerste stokje hier en in de rest van dit haakpatroon), 11 stokjes in de ring, halve vaste in derde beginlosse, trek door maar hecht niet af (we gebruiken kleur E weer in toer 3). [12 steken]

Toer 2: Hecht aan met Kleur B in een willekeurige steek, 2 lossen (telt als vaste + 1 losse), (vaste in volgende steek, losse) tot einde, halve vaste in eerste losse, hecht af. [12 steken en 12 1-lossenruimtes]

Toer 3: Zoek het einde van Kleur E in Toer 1 en steek haaknaald in 1-lossenruimte dichtsbijzijnde het draad. pak Kleur E op en haak 3 lossen, stokje in dezelfde ruimte, volgende steek overslaan, (2 stokjes in volgende 1-lossenruimte, steek overslaan) tot einde, halve vaste in derde beginlosse, hecht af. [24 steken]

Toer 4: Hecht Kleur B aan in een willekeurige steek, 3 lossen (telt als vaste + 2 lossen), steek overslaan, (vaste in ovlgende steek, 2 lossen, steek overslaan) tot einde, halve vaste in eerste losse, hecht af. [12 steken+ 12 x 2-lossenruimte]

Toer 5: Hecht Kleur C aan in een willekeurige 2-lossenruimte, 3 lossen, 3 stokjes in dezelfde lossenruimte, steek overslaan, (4 stokjes in volgende ruimte, steek overslaan) tot einde, halve vaste in eerste beginlosse, hecht af. [48 steken]

Toer 6: Hecht Kleur B aan in een willekeurige steek, 2 lossen (telt als vaste + 1 losse), steek overslaan, (vaste in volgende steek, 1 losse, steek overslaan) tot einde, halve vaste in eerste losse, hecht af. [24 steken + 24 1-lossenruimtes]

Toer 7: Hecht Kleur E aan in een willekeurige 1-lossenruimte, 2 lossen (telt als eerste halfstokje), 2 halfstokjes in dezelfde ruimte, steek overslaan, 2 halfstokjes in voglende ruimte, steek overslaan, (3 halfstokjes in volgende ruimte, steek overslaan, 2 halfstokjes in volgende ruimte, steek overslaan) tot einde, halve vaste in tweede beginlosse, hecht af [60 steken]

Steek in Toer 8 je haaknaald in de derde lus van de halfstokjes. Dit zorgt ervoor dat er twee lusjes op d voorkant van je werk blijven liggen.

Toer 8: Hecht Kleur A in de derde lus van een rechter halfstokje van een willekeurig 2halfstokjesgroepje. 2 lossen (telt als halfstokje), halfstokje in dezelfde lus, halfstokje in derde lus van volgende 4 steken. (2 halfstokjes in derde lus van volgende steek, halfstokje in derde lus van volgende 4 steken) tot einde, halve vaste in tweede beginlosse, hecht af. [72 steken]

In Toer 9 steek je de haaknaald door beide achterste lussen van de halfstokjes, waardoor er één lus op de voorkant van je werkblijft liggen.

Toer 9: Hecht Kleur B aan in de achterste 2 lussen van een willekeurige steek (dit wordt de eerste hoek), 4 lossen (telt als eerste dubbelstokje), (dubbelstokje, losse, 2 dubbelstokjes) in dezelfde steek, *dubbelstokje in achterste lussen van volgende 2 steken, stokje in achterste lussen van volgende 2 steken, halfstokje in achterste lussen van volgende 2 steken, vaste in achterste lussen van voglende 5 steken, halfstokje in achterste lus van volgende 2 steken**, (2 dubbelstokjes, 1 losse, 2 dubbelstokjes) in achterste lus van de voglende steek. Herhaal vanaf * drie keer, eindig laatste herhaling bij **, halve vaste in vierde beginlosse, hecht af. [21 steken per zijde, met 4 x 1-lossenhoekruimtes]

Werk alle draadjes weg.