De briljante Morale Fiber haakt schitterende hippy accessoires, waaronder dit mooie ronde vestje. Deze blogpost is een vertaling van haar originele werk. Je vindt Morale Fiber ook op Facebook, Instagram en Ravelry. De andere vertalingen van haar patronen vind je hier.

Lotus Mandala Vest

Ronde vesten zijn helemaal hip en nadat ik erover gepraat had met een paar andere haaksters op een festival, was ik helemaal geïnspireerd om het Lotus Throw patroon om te zetten in een mandala vest en duster. De Nederlandse vertaling voor het patroon van de Lotus Duster vind je hier. Helemaal onderaan deze blogpost vind je ook een link om mouwen aan dit Mandala Vest te zetten.

Je kunt dit patroon lezen als een soort van algemene gids, je kunt namelijk makkelijk toeren verwijderen of toevoegen, de maat aanpassen en een beetje experimenteren als je dat zou willen (ik raad het zelfs aan hihi). De armgaten zitten in dit patroon verder uit elkaar dan de Small maat van de Duster, zodat iedereen een circel vest kan maken. Het is vrij eenvoudig om het vest groter of kleiner te maken door de armgaten dichter of verder van elkaar af te doen met een paar lossen extra. Let dan wel op dat je stekenaantal anders is dan staat aangegeven.

Dit patroon verbruikt 8 bolletjes Lion Brand 24/7 Katoen, 1 van elk van de vier kleuren voor de binnenste ring en 2 van elk van de 2 kleuren van de buitenste ringen.

Lion Brand 24/7 heeft niet hetzelfde zachte gevoel als de Cotton-Ease (een katoen-blend die ik graag gebruik voor het haken van haltertopjes) maar het heeft wel mooie glimmende schitterende kleuren. Het heeft een #4 gewicht en blijft lang goed. Het is echt het perfecte garen voor dit felle mandala vest.

Lotus Circular Vest

Benodigdheden

Lion Brand Katoen 24/7 gebruikt, in de kleuren: Tangerine (1 bol), Rose (1 bol), Silver (1 bol), Lilac (1 bol), Purple (2 bollen), en Denim (2 bollen)
Ik ben van kleur gewisseld aan het begin van toer 10, 13, 14, 15, 16, 18, 19 en 30.

DIt design ziet er ook prachtig uit met het garen “Lion Brand Shawl in a Ball”, omdat die kleurwisselingen vanzelf gaan, waardoor je geen draadjes hoeft weg te werken. Je hebt daar dan 2 bollen voor nodig.

5.5 mm haaknaald, stopnaald en schaar


Stekenuitleg

Stokje met laatste lus op de naald: Sla één keer de draad om, steek de naald in de ruimte/steek, trek een lusje op. Sla de draad om en haal door 2 lusjes op de naald, (nog 2 lusjes op de naald over: de beginlus en de ene die overblijft van het stokje).

4stokjescluster – Haak 4 stokjes, waarbij je de laatste lus op de naald houdt voor elk stokje. Sla de draad om en haal door alle 5 lusjes op de haaknaald.

3stokjescluster
– Haak 3 stokjes, waarbij je de laatste lus op de naald houdt voor elk stokje. Sla de draad om en haal door alle 4 lusjes op de haaknaald.

Schelp
– 1 halfstokje, 1 stokje, 1 dubbelstokje, 1 stokje, 1 halfstokje

3samengehaaktedubbelstokjes: *Sla de draad twee keer om de haaknaald, steek de naald in de aangegeven ruimte of steek en haal een lusje op. (Sla de draad om en haal door 2 lusjes) 2 keer, laat één lusje over. *Herhaal van * tot * nog twee keer – 4 lusjes op de naald overlaten. Sla de draad om en haal door alle vier de lusjes heen.

2samengehaaktedubbelstokjes: *Sla de draad twee keer om de haaknaald, steek de naald in de aangegeven ruimte of steek en haal een lusje op. (Sla de draad om en haal door 2 lusjes) 2 keer, laat één lusje over. *Herhaal van * tot * nog één keer – 3 lusjes op de naald overlaten. Sla de draad om en haal door alle drie de lusjes heen.


Patroon

Maak een magische ring.

Toer 1. 8 vasten in ring, trek aan. Halve vaste in eerste vaste – 8 vasten.

Toer 2. 4 lossen – telt als stokje + 1 losse. (Stokje in volgende vaste, 1 losse) 7 keer. Halve vaste in derde beginlosse. – 8 stokjes + 8 ruimtes

Toer 3. Vaste in volgende 1-lossenruimte, 1 losse – telt als eerste stokje met laatste lus op de naald. Nog 3 stokjes in dezelfde ruimte, hou steeds de laatste lus op de naald. Sla om en haal door alle vier de lusjes. 3 lossen. (4stokjescluster in volgende 1-lossenruimte, 3 lossen) 6 keer. 4stokjescluster in volgende 1-lossenruimte, 1 losse. Halfstokje in eerste stokjescluster om toer te sluiten. Dit zorgt ervoor dat je haaknaald in het midden van de ruimte uitkomt. – 8 clusters + 8 lossenruimtes.

Toer 4. 2 lossen – telt als eerste stokje met laatste lus op de naald, nog 3 stokjes in dezelfde ruimte, met steeds de laatste lus van het stokje nog op de naald. Sla de draad om en haal door alle vier lusjes op de naald – je eerste 4stokjescluster is gemaakt. 2 lossen. (4stokjescluster in volgende 3-lossenruimte, 2 lossen, 4stokjescluster in dezelfde ruimte, 2 lossen) 7 keer. 2 lossen, 4stokjescluster in de volgende 3-lossenruimte, halfstokje in eerste cluster. – 16 clusters + 16 ruimtes.

Toer 5. 2 lossen – telt als eerste stokje met laatste lus op de naald. Haak nog 3 stokjes in dezelfde ruimte, steeds met de laatste lus nog op de naald. Sla de draad om en haal door alle vier de lusjes. 3 lossen. (4stokjescluster in volgende 2-lossenruimte, 3 lossen) 14 keer. 4stokjescluster in volgende 2-lossenruimte, stokje in eerste cluster om toer te sluiten. – 16 clusters + 16 ruimtes.

Toer 6. 3 lossen – telt als eerste stokje, nog 2 stokjes in dezelfde ruimte, 3 lossen. (3 stokjes in 3-lossenruimte, 3 lossen) 15 keer. Halve vaste in derde beginlosse. – 16 setjes van 3 stokjes + 16 ruimtes.

Toer 7. Halve vaste in volgende stokje. (Sla volgende stokje over. In de volgende 3-lossenruimte haak je: 2 halfstokjes, 1 stokje, 1 dubbelstokje, 1 stokje, 2 halfstokjes – schelp gemaakt. Stokje overslaan, halve vaste in volgende stokje) 16 keer. Halve vaste in eerste halve vaste. – 16 schelpen.

Toer 8. 6 lossen – telt als eerste stokje + 3 lossen, vaste bovenin volgende dubbelstokje in het midden van de schelp, 3 lossen. (Stokje in volgende halve vaste tussen schelpen in, 3 lossen, vaste in volgende dubbelstokje, 3 lossen) 15 keer. Halve vaste in derde beginlosse. – 32 ruimtes.

Toer 9. 3 lossen. Sla twee keer om, steek de naald in de volgende vaste en haal een lusje op. (Sla de draad om en haal door 2 lusjes) 2 keer – een dubbelstokje met laatste lus nog op de haaknaald gemaakt. Dubbelstokje in volgende stokje, met laatste lusje op de naald – 3 lusjes op de naald. Sla om en haal door alle drie de lusjes. 7 lossen. (In hetzelfde stokje als het laatste dubbelstokje, haak je 1 dubbelstokje met laatste lus op de naald behouden. Haak 1 dubbelstokje met laatste lus op de naald in de volgende vaste, met de laatste lus nog op de naald. Haak 1 dubbelstokje in het volgende stokje met de laatste lus nog op de naald. Je hebt nu 4 lusjes op de naald. Figuur 1. Sla de draad om en haal door alle vier de lusjes heen – 3samengehaaktedubbelstokjes gehaakt, 7 lossen. Figuur 2.) 15 keer. Halve vaste in bovenkant van eerste 3samengehaaktedubbelstokjes. – 16 3samengehaaktedubbelstokjes + 16 ruimtes.

Toer 10. 4 lossen – telt als eerste stokje + 1 losse. (4stokjescluster in de volgende 7-lossenruimte, 2 lossen, 4stokjescluster in dezelfde lossenruimte, 2 lossen. 4stokjescluster in dezelfde lossenruimte, 1 losse. 1 stokje in de bovenkant van de volgende 3samengehaaktedubbelstokjes, 1 losse) 15 keer. Haak 4stokjescluster in volgende 7-lossenruimte, 2 lossen, 4stokjescluster in dezelfde ruimte, 2 lossen. 4stokjescluster in dezelfde ruimte, 1 losse. Halve vaste in de derde beginlosse. Figuur 3. – 48 clusters + 16 stokjes.

Toer 11. (3 lossen, volgende ruimte en cluster overslaan, 4stokjescluster in volgende 2-losesnruimte, 2 lossen. Volgende cluster overslaan, 4stokjescluster in volgende 2-lossenruimte, 3 lossen. Volgende cluster en ruimte overslaan, halve vaste in volgende stokje. Figuur 4). 15 keer. 3 lossen. Volgende ruimte en cluster overslaan, 4stokjescluster in voglende 2-lossenruimte, 2 lossen. Cluster overslaan, 4stokjescluster in volgende 2-lossenruimte. Cluster en ruimte overslaan, stokje in dezelfde ruimte als halve vaste van vorige toer. – 32 clusters.

Toer 12. 3 lossen – telt als eerste dubbelstokje met laatste lus nog op de naald. Haak een dubbelstokje met laatste lus nog op de naald in het volgende cluster. Figuur 5. Sla de draad om en trek door beide lussen – eerste 2samengehaaktedubbelstokjes mogelijk. 4 lossen, 4stokjesclhuster in volgende 2-lossenruimte, 4 lossen. Figuur 6. (Dubbelstokje met laatste lus op de naald bovenin volgende cluster. Volgende 2 3-lossenruimtes overslaan, dubbelstokje met laatste lus op de naald in volgende cluster. Sla de draad om en haal door alle drie de lussen heen. Figuur 7. 4 lossen, 4stokjescluster in volgende 2-lossenruimte, 4 lossen) 15 keer. Halve vaste in eerste 2samengehaaktedubbelstokjes. – 16 clusters + 16 2samengehaaktedubbelstokje + 32 lossenruimtes.

Toer 13. Halve vaste in volgende 4-lossenruimte, 3 lossen – telt als eerste stokje. Haak nog 4 stokjes in dezelfde ruimte. (Stokje in volgende cluster, 5 stokjes in volgende 4-lossenruimte, stokje in volgende 2samengehaaktedubbelstokjes, 5 stokjes in volgende 4-lossenruimte) 15 keer. Stokje bovenin volgende cluster, 5 stokjes in volgende 5-lossenruimte, 1 stokje bovenin 2samengehaaktedubbelstokjes. Halve vaste in derde beginlosse. – 192 stokjes

Toer 14. 4 lossen – telt als eerste stokje + 1 losse. Volgende stokje overslaan. (Stokje in volgende stokje, 1 losse, volgende stokje overslaan) 95 keer. Halve vaste in derde beginlosse. – 96 stokjes + 96 lossenruimtes

Toer 15. (1 lossenruimte overslaan. Halfstokje in volgende stokje. Haak in dezelfde steek nog een stokje, dubbelstokje, stokje en halfstokje – schelp gemaakt. 1 lossenruimte overslaan, halve vaste in volgende stokje) 48 keer. Halve vaste in dezelfde steek als de halve vaste van de vorige toer. – 48 schelpen.

Toer 16. 3 lossen – telt als eerste stokje. Volgende steek overslaan, halfstokje in volgende steek, vaste in volgende steek. (halfstokje in volgende steek, volgende steek overslaan,s tokje in volgende steek, volgende steek overslaan, halfstokje in volgende steek, vaste in volgende steek) 47 keer. Halfstokje in volgende steek, volgende steek overslaan, halve vaste in derde beginlosse. – 192 steken.

Extra toeren: als je het vest groter wilt maken, haak dan stokje, 1 lossen toeren. Als je de extra toeren wilt haken, volg dan de schuingedrukte instructies ook bij de armgaten.

Extra toer 1: 5 lossen – telt als eerste stokje + 2 lossen, volgende steek overslaan. (Stokje in volgende steek, 2 lossen, volgende steek overslaan) 94 keer. Stokje in volgende steek, halfstokje in derde beginlosse.

Extra toer 2: 5 lossen – telt als eerste stokje + 2 lossen. (Stokje in volgende 2-lossenruimte, 2 lossen) 94 keer. Stokje in voglende ruimte, halfstokje in derde beginlosse.


Armgat maken

(Als je de extra toeren hebt gehaakt, volg dan de schuingedrukte alternatieve toer 17

  1. 43 lossen – telt als eerste stokje + 40 lossen. Volgende 24 steken overslaan, stokje in volgende steek, 1 losse, volgende steek overslaan. (Stokje in volgende steek, 1 losse, volgende steek overslaan) 22 keer. Stokje in volgende steek, 40 lossen, volgende 24 steken overslaan. Stokje in volgende steek, 1 losse, volgende steek overslaan. (Stokje in volgende steek, 1 losse, volgende steek overslaan) 47 keer. Halve vaste in derde beginlosse.

17 (Alternatief). 43 lossen – telt als stokje en 40 lossen. 11 ruimtes overslaan, stokje in volgende ruimte, 1 losse. (Stokje in volgende ruimte, 1 losse) 12 keer. Stokje in volgende ruimte, 40 lossen, volgende 11 ruimtes overslaan. Stokje in volgende ruime, 1 losse. (Stokje in volgende ruimte, 1 losse) 59 keer. Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten.

Als je de extra toeren gehaakt hebt, kun je nu weer gewoon het patroon volgen vanaf hier.

Check of het past! De horizontale afstand tussen de armgaten zou dezelfde afstand moeten hebben als de afstand tussen je schouders.

Toer 18. 3 lossen – telt als eerste stokje. Stokje in elk stokje of lossenruimte rondom. Halve vaste in derde beginlosse. – 224 steken

Toer 19. (Vaste in volgende stokje, 3 lossen, volgende steek overslaan) 111 keer. Vaste in volgende stokje, 1 losse, halfstokje in eerste vaste van deze toer – 112 3-lossenruimtes

Toer 20. Vaste in volgende lossenruimte, 3 lossen. (Vaste in volgende lossenruimte, 3 lossen) 110 keer. Vaste in volgende lossenruimte, 1 losse, halfstokje in eerste vaste van de toer. – 112 3-lossenruimtes.

Toer 21. Herhaal toer 20.

Toer 22. 3 lossen. (Stokje in volgende lossenruimte, 3 lossen, stokje in dezelfde ruimte) 111 keer. Stokje in volgende lossenruimte, 1 losse, halfstokje in derde beginlosse. – 112 3-lossenruimtes.

Toer 23. Vaste in ruimte gevormd door halfstokje van vorige toer. 4 lossen. (Vaste in volgende 3-lossenruimte, 4 lossen) 110 keer. Vaste in volgende 1-lossenruimte, 1 losse, stokje in eerste vaste van de toer.  – 112 4-lossenruimtes.

Toer 24. Vaste in dezelfde ruimte, 4 lossen. (Vaste in volgende lossenruimte, 4 lossen) 110 keer. Vaste in de volgende lossenruimte, 1 losse, stokje in eerste vaste van de toer. – 112 4-lossenruimtes.

Toer 25. Vaste in dezelfde ruimte, 5 lossen. (Vaste in volgende lossenruimte, 5 lossen) 110 keer. Vaste in volgende ruimte, 2 lossen, stokje in eerste vaste van de toer. – 112 ch-5 spaces

Toer 26-28. Herhaal toer 25

Toer 29. Vaste in dezelfde ruimte, 6 lossen. (Vaste in volgende lossenruimte, 6 lossen) 110 keer. Vaste in volgende ruimte, 3 lossen, stokje in eerste vaste van de toer. – 112 6-lossenruimtes.

Extra grote optie: Als je het grotere vest maakt, kun je nog extra herhalingen van toer 29 toevoegen. Onthoud wel dat je maar een paar herhalingen kunt doen op deze manier terwijl het een cirkel blijft, na een tijdje moet je het aantal lossen tussen de vasten verhogen om nog een cirkel te behouden.

Toer 30. Vaste in dezelfde ruimte, 6 stokjes in volgende vaste – één boog gemaakt. (Vaste in volgende 6-lossenruimte, 6 stokjes) 111 keer, halve vaste in eerste vaste van de toer. – 112 bogen.

Toer 31. 5 lossen – telt als eerste stokje + 2 lossen. Vaste in derde stokje van boog, 1 losse, vaste in volgende stokje, 2 lossen. (Stokje in volgende vaste, 2 lossen, vaste in derde stokje van volgende boog, 1 losse, vaste in volgende stokje, 2 lossen) 110 keer. Stokje in volgende vaste, 2 lossen, vaste in derde stokje van volgende boog, 1 losse, vaste in volgende stokje, halfstokje in derde beginlosse. – 336 lossenruimtes.

Toer 32. 3 lossen – telt als eerste stokje. 2 stokjes in dezelfde ruimte, 1 losse. (3 stokjes in volgende 2-lossenruimte, 1 losse, 1 stokje in volgende 1-lossenruimte, 1 losse, 3 stokjes in volgende 2-lossenruimte, 1 losse) 111 keer. 3 stokjes in volgende 2-lossenruimte, 1 losse, 1 stokje in volgende 1-lossenruimte, 1 losse. Halve vaste in derde beginlosse. – 784 stokjes + 336 lossenruimtes.

Hecht af en werk de draadjes weg.

Meten van armgat tot armgat

In het basispatroon is de schouderwijdte 38 centimeter.

De kleurkeuze maakt zo veel verschil bij dit patroon, dat ik zeker weet dat ik er nog meer ga maken!