Rechte naad

Rechte naad Tutorial

Deze tutorial is geschreven door Morale Fiber en hier met toestemming voor jullie naar het Nederlands vertaald.

Ik heb in twee van mijn recente projecten erg geworsteld met een kenmerk van haken in spiral: het afbuigen!

Haaksteken gaan, over het algemeen, hangen in de richting van de dominante hand – dus als je een rechtshandige haakster bent, buigen je steken af naar rechts en als je een linkshandige haakster bent, buigen ze af naar links. Als je heen en weer haakt, in toeren, dan lost dit vanzelf op…. Maar als je in de rondte werkt (en dus niet keert), wordt het afbuigen steeds bij elkaar “opgeteld” en krijg je een spiraal van toeren sluiten en meerderingen. 

Zo’n afbuiging kan best mooi zijn, maar niet als je de naad op één plek wilt houden, of als je de eerste steek gebruikt als markeerder voor het midden van een cirkel.

Ik probeerde het beide te doen! Gelukkig zijn er een paar interessante oplossingen voor dit probleem. De beste techniek was van Wilma Westenberg, die steeds de eerste steek van elke tweede toer overslaat. Haar (Engelstalige!) tutorial kun je hier vinden.

Ik vind deze methode goed, maar ik wilde iets dat beter paste bij het haken van platte cirkels. Dus toen heb ik wat geëxperimenteerd en kwam ik op de volgende methode uit, die ik de Switchback Join genoemd heb. Net als Wilma’s methode wissel je steeds toeren om en om af.

(V) Voorwaartse toer: haak een normale halfstokjes naad doordat je een halve vaste in de eerste steek haakt, 1 losse (of 2 als je wilt, maar bij 1 heb je minder dikte) en halfstokje in dezelfde steek om de toer te beginnen. Deze toer helt naar de dominante hand toe.
(A) Achterwaartse toer: halve vaste, één steek overslaan, extra steek aan het einde van de toer toevoegen om te compenseren. Deze toer helt van de dominante hand af.

Door V en A toeren om te wisselen, elke toer, krijg je een naad met afwisselende hellingen, waardoor hij vrij recht wordt.

Het verschil in mijn methode is de manier waarop je de eerste steek van de toer overslaat en welke steek dan de overgeslagen steek aan het einde vervangt. Als je geïnteresseerd bent in de details, kun je verder lezen voor een uitgebreide foto-tutorial!

P.S. Ik heb ook deze zeer interessant methode van “zelf-correctie” gelezen van Ira Rott. Helemaal awesome! Het lost niet volledig het hellen van de halfstokjes-naad op, maar het is wel een hele handige truc! 

Update 11/21/19: Er is nu ook een handige, Engelstalige, video van deze tutorial. Check it out on Youtube ❤

Switchback Join Tutorial

Deze tutorial werkt met een platte cirkel met halfstokjes, waarbij je niet in een spiraal werkt (we sluiten de toer dus bij elke ronde). Ik neem aan dat je weet hoe je een platte cirkel moet maken – dus ik leg niets uit over het aantal meerderingen, etc.  🙂 Schroom niet om vragen te stellen!

Toer 1: je kunt en zult dit waarschijnlijk als je eerste toer tellen, dus het zal een A of terughellende toer zijn, maar ik heb dat niet gedaan – oops. Daardoor begin ik een beetje uit het midden, maar dat maakt niet veel uit. Maak een magische ring, 8 halfstokjes in de ring. Halve vaste in eerste halfstokje van de toer.

Haal een lusje op. 
Trek door om een halve vaste sluiting te maken. 

Toer 2 (A – achterwaarste toer) 1 losse om toer te starten (telt niet als halfstokje). 2 halfstokjes in elke steek rondom. Haak een halve vaste, maar niet te strak. Haal de haaknaald uit de lus en steek die door de achterste lus van de volgende haaksteek. Haal het vrije lusje door deze achterste lus om de toer te sluiten. 

Stap voor stap mét foto’s:

1 losse begin van de toer
2 halfstokjes in dezelfde steek en elke steek rondom 
Toer 2 compleet, voor de sluiting 
Laat het lusje op de haaknaald los, steek de haaknaald door het eerste halfstokje van de toer. 
Maak een halve vaste…
Haal je haaknaald eruit en steek in de achterste lus van het volgende halfstokje…
Pak dan de losse lus met je haaknaald en trek het door de achterste lus van de steek. Vanuit deze steek begin je de volgende toer, de halve vaste lus (gehighlight in teal) is de laatste steek van de toer. 

(V) Toer 3: 1 losse (telt niet als eerste halfstokje). JE begint met de volgende VOORWAARTS leunende toer. Je bent gestart bij één steek verder dan bij een normale naad. Dit zorgt voor de verspringing ten opzichte van de achterwaartse toer. De steek die we hebben overgeslagen is vervangen door de lussen van de losse halve vaste. Halfstokje in dezelfde steek. 2 halfstokjes in de volgende steek. (Halfstokje in volgende steek, 2 halfstokjes in volgende steek) rondom. Laatste herhaling in de halve vaste van vorige toer. Halve vaste om toer te sluiten. 

Oké, dat gaan we even stap voor stap samen doen.

1 losse om de volgende toer te beginnen. (V – Voorwaarts)
Steek je haaknaald door BEIDE lussen van dezelfde steek. De voorste lus kan wat strak zijn, omdat je misschien al wat aan de achterste lus hebt getrokken. 
Halfstokje in dezelfde steek
Werk rondom, plaats je laatste meerdering in de halve vaste van de vorige naad (gehighlight in teal)
Halve vaste om toer te sluiten. 

(B) Toer 4: 1 losse om toer te starten (telt niet als steek). Halfstokje in dezelfde steek, halfstokje in 2 steken, 2 halfstokjes in volgende steek. (Halfstokje in 2 steken, 2 halfstokjes in volgende steek) rondom. Losgehaakte halve vaste, lus laten vallen en haaknaald in achterste lus van volgende steek. Trek de gevallen lus door en begin aan de volgende toer. 

Hier is een stap voor stap uitleg van toer 4:

1 losse om te beginnen
Haak rondom zoals gebruikelijk 
Haak een losgehaakte halve vaste…
Steek de haaknaald, zonder lusje erop, door de achterste lus van de volgende steek… 
Pak de gevallen lus en trek naar voren. 

(V) Toer 5: 1 losse om te beginnen (telt niet als halfstokje). Halfstokje in dezelfde steek en volgende 2 steken. 2 halfstokjes in volgende steek. (Halfstokje in 3 steken, 2 halfstokjes in volgende steek) rondom. Laatste meerdering in de halve vaste van de vorige sluiting. Halve vaste om toer te sluiten. 

Begin je het een beetje door te krijgen?  🙂

Halfstokje in dezelfde steek
Laatste meerdering komt in de halve vaste van de vorige toer. 

Ga door met het afwisselen van de Achterwaartse en Voorwaartse toeren om je naad zo recht mogelijk te houden in de cirkel! 

Deze methode heeft het effect dat de meerderingen ook een beetje verspringen, waardoor dat ook een minder zichtbare spiraal wordt!

Als je in elke toer meerderingen maakt, kun je gemakkelijk zeggen of je op de voorwaartse of achterwaartse toer bent aan de meerderingen – als de meerderingen boven de meerderingen van de laatste toer zitten, werk je een achterwaartse toer. Als ze nét links of rechts van de meerderingen in de vorige toer zitten, werk je een voorwaartse toer.

Ik hoop dat deze manier van een naad maken je helpt en inspireert! Als je geen idee hebt waarvoor je ’t kunt gebruiken, dan heb ik een paar patroonsuggesties voor je!

Tree of Life Mandala – gratis in het Nederlands beschikbaar

The Hedge Witch Hat gebruikt deze manier ook! Deze is nog niet in het Nederlands beschikbaar, maar wel in het Engels via: FREE crochet pattern available here.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *