Geometrisch Vierkanten Tasje

Geometrisch Vierkanten Tasje

Dit prachtige vierkant geometrische tasje is ontworpen door She Makes Crochet, waarvan eerder al de Nederlandse versie van de Felix deken verscheen. Waar de Felix deken in de corner to corner techniek gehaakt werd, wordt nu gebruik gemaakt van de tapestry techniek.

Ik geef grif toe dat ik niet zo goed ben in het namen geven aan patronen. Ik werd voor dit project geïnspireerd door mijn Geometrische Ritstasje. Het ontwerp van beiden lijkt op elkaar, maar deze keer maken de driehoeken vierkanten – daarom is de naam het Geometrisch Vierkanten Tasje geworden.

Heb je liever een advertentievrije versie van dit patroon, in PDF-formaat zodat je het gemakkelijk kunt printen, waarmee je ook nog eens Een Mooi Gebaar steunt? Klik dan op deze link!

Ik heb hetzelfde patroon gebruikt om twee verschillende tassen te maken. De kleuren zijn een beetje anders, daarom zijn er ook voor beiden schema’s. De Wijde Bodem versie noem ik Versie 1 (v. 1) en de Dubbelgevouwen versie noem ik Versie 2 (v. 2)

Benodigdheden

  • DK garen – ik heb Cotlin garen gebruikt in de kleuren:
    • Linen
    • Whisker
    • Ash
    • Harbor
    • Mustard Seed (in versie 1) of Conch (in versie 2)
  • 3.5 mm haaknaald***
  • Schaar
  • Stopnaald
  • Steekmarkeerder
  • Versie 1: Wijde Bodem
    • 23 cm rits
    • Naald en draad voor vastzetten rits
    • Spelden
  • Versie 2: Dubbelgevouwen
    • Nep leer
    • Liniaal
    • Pen
    • 3,2 mm gaatjesmaker
    • Naald en draad
    • Knoopje

***Over de haaknaaldmaat: Ik heb haaknaald 3,5 mm gebruikt voor de Wijde Bodem versie, maar een 2.75 mm haaknaald voor de Dubbelgevouwen verise. Het kan zijn dat je een haaknaald groter of kleiner nodig hebt om de breedte van de nep leren bodem te bereiken.

Spanning: 10 centimeter tapestry haken vierkant is 27 steken bij 17 toeren met een 3,5 mm haaknaald; 31 steken bij 18 toeren met de 2,75mm haaknaald. Let op: spanning is relatief voor dit project, zeker als je de nep leren bodem gebruikt voor je tas. Je moet die bodem maken voor je de haaksteken maakt. Op basis van jouw specifieke garen en persoonlijke spanning, kun je je nepleer ook kleiner of groter knippen dan ik heb gedaan.

Afmetingen: De Wijde Bodem versie is 12,7 centimeter hoog en 22,9 centimeter breed (op het breedste stuk) en 11,5 centimeter diep. De Dubbelgevouwen versie is 25,4 centimeter hoog (onopgevouwen) / 16,5 centimeter hoog (opgevouwen) bij 20,3 centimeter breed.


Stekenuitleg

  • Vaste: steek de haaknaald in de aangegeven steek, sla de draad om en haal een lusje op. Je hebt nu twee lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door beide lusjes.
  • Alleen in de achterste lus: haakwerk heeft een V-vorm aan de bovenkant. Door alleen de achterste lus te steken (zie volgende pagina foto 1), komt het tapestry patroon mooier boven elkaar uit.
  • Losse: sla de draad om en haal door de lus op de haaknaald
  • Halve vaste: steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte, sla de draad om en haal een lusje op en meteen door de lus op de haaknaald.

Notities

Deze tassen worden gemaakt met de tapestry techniek. Je werkt met een diagram. Als je nog nooit tapestry gehaakt hebt, kun je nu de instructies zorgvuldig doorlezen. Onthou dat je met tapestry techniek met een kleinere haaknaald werkt om een mooie dichte stof te maken en haak in de achterste lussen, dat zorgt ervoor dat de meeloopdraden niet zo zichtbaar zijn.


Meeloopdraden

Om de kleurwisselingen voor dit project mooi te kunnen doen, haak je vasten in alleen de achterste lussen en laat je alle andere draden meelopen. Je werkt dan over de andere draden heen, terwijl je haakt. Kijk naar onderstaande foto’s.

Alle foto’s worden van links naar rechts, van boven naar beneden “gelezen”.

Nadat je de basistoer gehaakt hebt, steek je steeds in alleen de achterste lus van de volgende (eerste) steek en leg je alle overige draden over je haaknaald, zoals je in de eerste foto kunt zien. Sla de draad om en zorg ervoor dat de ongebruikte draden onder je werkdraad liggen, zoals te zien op de tweede foto. De derde en vierde foto laten zien hoe de meeloopdraden bovenop de steken liggen.

Kleurwisselingen

Je moet ook leren hoe je van kleur wisselt. Kijk daarvoor naar onderstaande afbeeldingen.

Als je een kleurwisseling doet, doe je dat al in de laatste steek vóór de nieuwe kleur. Steek je haaknaald in de volgende steek, haal een lusje op van de kleur waarmee je al werkte. Laat je draad naar de achterkant van het werk vallen en pak de nieuwe kleur op. Sla daarmee de draad om de naald en haal door beide lusjes heen. Je ene steek is nu afgemaakt met de “oude” kleur en er staat een lusje op de haaknaald klaar met de “nieuwe” kleur.

Hoe te voorkomen dat je draden in de knoop gaan?

Terwijl je aan het haken bent, houd je je garen zoals in de bovenste foto. Als je gaat kleurwisselen, pak je de nieuwe kleur bij de bol en trekt het naar boven. Er is dan wél wat gekronkel van draden bij je werk, zoals in de tweede foto. Daar werk je gewoon over heen. Het is handig om elke paar steken even aan je meeloopdraden te trekken en zachtjes over je steken te wrijven in de richting waarin je haakt, dan modeleer je de steken.

Met een tekening werken

Ten slotte moet je werken vanaf een tekening. Ik ben rechtshandig, dus lees de tekening van rechts naar links (omdat je je steken ook van rechts naar links haakt).

Als ik met bovenstaande tekening een tas zou maken, zie je op de foto de ene kant van de tas (laten we dat de voorkant noemen), die 12 steken breed en 6 toeren hoog is. Om de achterkant van de tas te maken, zou je de tekening dan herhalen. Elke toer haak je dan dus twee keer. De hele tas wordt dan 24 steken breed en 6 toeren hoog.

Elk vakje op de tekening staat voor één steek. In dit voorbeeld zou ik naar toer 1 kijken en 12 steken haken, beginnende bij de blauwe A en eindigend bij de grijze B. Ik ben dan halverwege mijn eerste toer. Ik zou dan nog een keer van rechts (bij de A) naar links (de B) werken om dezelfde 12 steken te maken voor de achterkant. Dan is mijn eerste toer af, klaar voor de tweede toer.

Het andere element aan de tekening is de kleurwisseling. Je kunt in bovenstaande foto zien dat toer 1 bestaat uit 6 blauwe steken en dan 6 grijze steken. Ik zou dan eerst 5 blauwe steken haken en bij de laatste draad-omslag van de 6e steek, wisselen naar grijs. Dan zou ik 5 grijze steken haken, en bij de laatste draad-omslag van de 6e steek, wisselen naar blauw. Dan zou ik 5 blauwe steken haken, bij de laatste draad-omslag van de 6e steek wisselen naar grijs en dan tot slot nog 5 grijze steken haken en bij de laatste omslag van de zesde steek, weer wisselen naar blauw.

Toer 1 is compleet, je gaat nu door naar toer 2 en zou beginnen bij de blauwe 1, waarbij je van rechts naar links werkt tot je de grijze 2 tegenkomt. Zoals je kunt zien, zou je 4 blauwe haken, wisselen naar geel bij de 5e blauwe steek, 1 gele steek waarbij je meteen wisselt naar wit, één witte steek waarbij je meteen wisselt naar grijs en dan 4 grijze steken. Bij de vijfde grijze steek, wissel je weer naar blauw. Je herhaalt deze toer weer één keer om beide kanten van je tasje te maken en eindigt de toer weer met totaal 24 steken. Toer 2 is compleet, je haakt dan toer 3 en doet weer precies hetzelfde.

Speciale overweging – Rode stip

Haaksteken “hangen” een beetje en soms lukt het daardoor niet om strakke lijnen te krijgen als je door alleen de achterste lussen werkt. Je ziet in de tekening soms een rode stip: daar raad ik je aan om door beide lussen te haken. Dit is optioneel. De twee bovenstaande foto’s illustreren dit verschil. In de eerste foto, heb ik de linkerkant van de driehoek in linnen-kleur door beide lussen gehaakt en in de tweede foto alleen door de achterste lus. Het is een subtiel verschil, maar ik vind de bovenstaande foto er strakker uit zien.

Zo, alle algemene informatie is op, we kunnen lekker gaan haken!


Patroon – Wijde Bodem Versie 

Je begint met de Wijde Bodem Versie door een lossenketting te maken, rond af te sluiten en dan tapestry te haken óp deze eerste toer. Je haakt in de rondte en naait de onderkant van de tas dicht aan het einde. De foto’s laten zien hoe je de lus maakt en hoe je daarna de meeloopdraden toevoegt.

Foto 1 en 2 laten zien hoe je van de kleur Ash, met de laatste draad-omslag van de laatste steek van de basistoer. Foto 3 en 4 laten zien hoe je de meeloopdraden over de haaknaald legt en verder gaat met toer twee terwijl je over de meeloopdraden heen haakt.Basistoer: Begin met de kleur Linen. 126 lossen. Halve vaste in eerste losse om toer te sluiten, vaste in dezelfde steek (de eerste losse) en vaste in alle andere lossen. [126 vasten]
Let op: je wisselt bij de laatste draad-omslag van de laatste vaste van deze toer naar de kleur Ash. 

 

Toer 1: Haak de eerste steek van het patroon in de achterste lus en voeg de meeloopdraden toe. Markeer de eerste steek van de toer. Volg de tekening hierboven e haak alle steken in alleen de achterste lus.  Zorg dat je alle meeloopdraden steeds meeneemt en af en toe aan trekt. [126 steken]

Toer 2-30: Volg het patroon volgens de tekening. Haak altijd in de achterste lus (tenzij je een rode stip tegen komt). Verplaats ook steeds de steekmarkeerder naar de eerste steek [126 vasten]

Toer 31: vaste in elke steek in je lievelingskleur – ik heb Mustard Seed gebruikt [126 vasten]

Let op: werk deze toer nog wél over je meeloopdraden heen! Maar knip ze aan het einde heel kort af. Je hoeft ze niet weg te werken.

Afronding

Naai de bodem met whip stitch aan elkaar. Als je een platte tas wilt, kun je het zo laten.

Het maken van een Wijde Bodem

Je moet nog een beetje meer naaien als je een Wijde Bodem wilt. Keer de tas binnenste buiten. Open de tas en plaats deze op je tafel met de bodemnaad naar je toe. Duw naar beneden en spreid de hoeken (zoals in de tweede foto hierboven).

Vouw dan de hoeken naar het midden van de tas – hoe verder je de hoeken vouwt, hoe dieper de tas zal zijn. Ik heb niet precies gemeten. Ik heb gevouwen tot de zevende toer steken. Als alles gevouwen is, kun je spelden gebruiken om het vast te zetten. Pak een lang stuk garen en naai de driehoek flap op z’n plek, zoals in foto 3 en 4. Ik haal mijn naald door beide panelen van de driehoek en dan maar deels door de bodem an de tas (zodat de steken niet aan de buitenkant van de tas te zien zijn).

Nadat je beide hoeken genaaid hebt, haal je de spelden eruit en werk je de draadjes weg. Keer je tas weer goed. Je ziet een deuk waar de tas naar binnen is gevouwen. Ik heb er voor gekozen om die deuk ook dicht te naaien. Deze steken zijn aan de buitenkant goed te zien, dus kies een kleur die niet teveel opvalt – ik heb Linen gebruikt.

De overige foto’s laten zien hoe je met een whip stitch de deuk dicht naait. Je ziet ook de bodem van de tas.Je kunt ervoor kiezen om je tas een voering te geven, maar omdat tapestry haken zo dicht is, is dat eigenlijk niet echt nodig. Ik heb geen voering gemaakt voor deze tas, maar wel een rits ingezet.
Ik heb een gele rits geplaatst. Zet de rits met spelden vast aan de bovenkant van de tas. Gebruik een stopnaald en borduurgaren om de rits op z’n plek te naaien. Hang er nog een bedeltje ofzo aan, aan de rits, als je dat leuke versiering vindt.


Patroon – Dubbelgevouwen tasje

Je maakt de Dubbelgevouwen tas vanuit een bodem van nepleer. Je werkt de basistoer in die nepleren bodem. Kijk naar de foto’s voor instructies.

Hoe maak je de nepleren bodem?

Knip een stuk nepleer vinyl uit dat 15 cm hoog is en 21 cm breed.

Let op: als je ander garen gebruikt, kan het zijn dat je bodem breder of smaller moet worden. 

Gebruik een liniaal, plaats een stipje op 1/2 centimeter vanaf de rand en elke 1 centimeter daarna op de lange zijde (totaal 21 stipjes). Herhaal dit aan de andere lange kant. Maak voorzichtig een gaatje bij elk van die stipjes.

Let op: als je je nepleer op een ander formaat geknipt hebt, moet je de afstand tussen de gaatjes daar ook op aanpassen. 

Vouw dubbel met de goede kant aan de binnenkant en de gaatjes langs de bovenkant. Naai beide korte zijdes aan elkaar. Keer je werk zodat de goede kant naar buiten ligt.

Zoals eerder vermeld, kan het zijn dat je een haaknaald groter of kleiner nodig hebt om de precieze maat te krijgen die bij de nepleren bodem past. Ik heb een 2.75mm haaknaald gebruikt en mijn steken passen precies boven de breedte van de tas – ik haak vaak net iets strakker dan anderen. Ik kan je aanraden om na een toer of 2 / 3 te evalueren of je de goede maat hebt.

Basistoer: gebruik kleur Linen. Steek de haaknaald in het eerste gat na de naad, haal een lusje op, 1 losse, vaste in hetzelfde gat. Nog 2 vasten in hetzelfde gat (voor een totaal van 3 vasten). Haak 3 vasten in elk gat rondom. [126 steken]

Let op: je moet naar de kleur Ash veranderen bij de laatste doorhaal van de laatste vaste van de basistoer.

Toer 1: Haak de eerste steek van het patroon in de achterste lus en voeg de meeloopdraden toe. Markeer de eerste steek van de toer. Volg bovenstaand schema en haak steeds vasten in de achterste lussen voor de rest van de toer. Neem steeds alle meeloopdraden mee, haak erover heen en vergeet ze niet af en toe aan te trekken [126 vasten]

Toer 2-30: Ga verder met het haken van het schema. Haak altijd in de achterste lus (tenzij je een rode stip ziet) en verplaats de steekmarkeerder steeds naar de eerste steek van de toer [126 vasten per toer]

Toer 31: Vaste in de achterste lus van elke steek rondom, over de meeloopdraden heen – ik heb dat met de kleur Conch gedaan [126 vasten].

Je kunt je meeloopdraden nu kort op het werk afknippen en hoeft ze niet weg te werken.

Afronding

Je kunt je tas voeren, maar dat is niet echt nodig bij tapestry tassen, omdat het haakwerk heel strak is en een stevige structuur heeft. Ik heb geen voering gemaakt, maar wel een knoopje.

Knoopje en lusje toevoegen

Als je een knoopje toevoegt, besluit dan eerst waar je ‘m wilt hebben en naai ‘m dan vast. Ik heb ervoor gekozen om de mijne in het midden, precies boven de nepleren bodem te maken. Ik heb ‘m met het haakgaren vastgezet.

Vouw dan de tas dubbel en maak een stuk garen vast aan de laatste toer (ik heb dat weer met Conch gedaan) aan de bovenkant van het dubbelgevouwen stuk. Je wilt nu een kleine lus maken, die om de knoop heen past. De precieze maat is afhankelijk van jouw knoopje. Maak een lossenketting, ik deed 11 lossen. Halve vasten terug in de laatste toer, met een paar steken ertussen, ik deed er 4 steken tussen. Daarna haak je vasen in de lossenketting en maak je een halve vaste in de steek waar je in begon. Ik maakte 11 vasten. Hecht af en werk de draadjes weg.

Wat leuk dat je tot hier gekomen bent! Is je tas mooi geworden?

Blij met dit gratis patroon? Deel je foto’s via Facebook of Instagram, dat vind ik écht een cadeautje! Vergeet je daarbij ook niet om de ontwerpster @shemakescrochet te taggen? 

Je mag je werk delen, je mag ook het eindproduct verkopen, maar meldt dan alsjeblieft SheMakesCrochet als de ontwerpster. Je mag het patroon niet delen, maar wel een link naar het patroon.

Gun je mij een kopje koffie of een bolletje wol als bedankje? Doe dan een donatie op NL91ASNB0267191650, t.n.v. Een Mooi Gebaar of gebruik deze PayPal-donatieknop: