|

Herfstslinger Gratis haakpatroon

Golvende slinger met gehaakte herfstbladeren, eikeltjes en besjes, met de tekst "Autumn Garland".

Attic24 maakt prachtige haakpatronen, waaronder deze leuke slinger met herfstversieringen. Je kunt de patronen ook los maken als decoratie.

📋 Patroon Kenmerken

🎯Wat maak je?Decoratie, Slinger
⭐MoeilijkheidGemiddeld
🧵Materiaal100% acryl
🪡Haaknaald4.5 mm
🌿ThemaHerfst

Ga meteen naar

Stekenuitleg

In dit patroon worden de volgende steken gebruikt:

  • Losse = sla de draad om de naald en haal door de lus op de haaknaald heen.
  • Halve vaste = steek de naald door de aangegeven steek of ruimte, sla de draad om en haal door de steek/ruimte én door het lusje op de naald.
  • Vaste = steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte, haal een lusje op. Je hebt nu twee lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door beide lusjes heen.
  • Halfstokje = Sla de draad om de haaknaald en steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte. Haal een lusje op. Je hebt nu 3 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door alle drie de lusjes heen.
  • Stokje = Sla de draad om de haaknaald en steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte. Haal een lusje op. Je hebt nu 3 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door twee lusjes heen. Je hebt nu 2 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door beide lusjes heen.

Hoeveelheden en materiaal

🍁 4 esdoorn bladeren🍁 12 eikenblaadjes 🍁 6 eikeltjes🍁 16 beukenblaadjes 🍁 8 losse besjes 🍁 4 besjesclusters 🍁

Vier rijen blaadjes: echte beukenbladeren in herfstkleuren boven dezelfde kleuren in gehaakte blaadjes.

Esdoornblad - Haakpatroon

Haak 2 lossen.

Haak in doorgaande toeren (spiraalsgewijs).

Toer 1: Haak 6 vasten in de tweede losse vanaf de haaknaald.

Toer 2: Haak 2 halve stokjes in de eerste steek, 2 halve stokjes in elke steek rondom. (12 steken)

Toer 3: Haak 2 stokjes in de eerste steek, 2 stokjes in elke steek rondom. (24 steken) Sluit met een halve vaste in de bovenkant van het eerste stokje.

Toer 4: Sla de eerste steek over, haak 7 stokjes in de volgende steek, sla de volgende steek over, haak een halve vaste in de volgende steek, sla de volgende steek over, herhaal van * tot * nog 3 keer. Haak 7 stokjes in de volgende steek, sla de volgende steek over, haak een halve vaste in de volgende 3 steken.

Steel van het Esdoornblad

Haak 4 lossen, haak een halve vaste in de tweede losse vanaf de haaknaald, haak een halve vaste in de overige gemaakte lossen en haak een halve vaste in de laatste steek van toer 4.

Afwerktoer van het Blad

  • Punt 1:
    • Haak een vaste in de eerste 6 steken.
    • Haak (3 halve stokjes, 3 lossen, vouw en haak een halve vaste in de bovenkant van het laatste halve stokje) in de volgende steek.
    • Haak een halfstokje in de volgende steek.
    • Haak een vaste in de volgende 2 steken.
    • Haak een halve vaste in de volgende steek.
  • Punt 2:
    • Haak een vaste in de volgende 4 steken.
    • Haak (een halfstokje, 2 stokjes, 3 lossen, vouw en haak een halve vaste in de bovenkant van het laatste stokje) in de volgende steek.
    • Haak 2 lossen, haak een vaste in de volgende 2 steken.
    • Haak een halve vaste in de volgende steek.
  • Punt 3:
    • Haak een vaste in de volgende steek.
    • Haak een halfstokje in de volgende steek.
    • Haak een stokje in de volgende steek.
    • Haak (een stokje, een dubbel stokje, 2 lossen, haak een halve vaste in de bovenkant van het dubbele stokje, een stokje) in de volgende steek.
    • Haak een stokje in de volgende steek.
    • Haak een halfstokje in de volgende steek.
    • Haak een vaste in de volgende steek.
    • Haak een halve vaste in de volgende steek.
  • Punt 4:
    • Haak een halve vaste in de volgende steek.
    • Haak een vaste in de volgende 2 steken.
    • Haak (een stokje, 3 lossen, vouw en haak een halve vaste in de bovenkant van het stokje, een stokje, een halfstokje) in de volgende steek.
    • Haak een vaste in de volgende 2 steken.
    • Haak een halve vaste in de volgende 2 steken.
  • Punt 5:
    • Haak een halve vaste in de volgende steek.
    • Haak een vaste in de volgende 2 steken.
    • Haak een halfstokje in de volgende steek.
    • Haak (een halfstokje, 3 lossen, vouw en haak een halve vaste in de bovenkant van het halve stokje, 2 halve stokjes) in de volgende steek.
    • Haak een vaste in de volgende 3 steken.
    • Sluit met een halve vaste in de volgende steek en hecht af.

Beukenblaadje - Haakpatroon

Ik hou van het combineren van kleuren in mijn werk en deze twee-kleurige blaadjes zijn geïnspireerd op een beuken haag waar ik elke dag langs loop. In de herfst zijn de blaadjes alle kleuren: van een diepe bruin, door koperkleuren, naar goudkleuren naar mosterd, lime en groen. Deze blaadjes zijn 6 cm groot, inclusief de stam.

Oranje helft van een blaadje met pijlen bij de steken: dc, htr, tr, 2tr, tr, htr, en "1 stitch remaining".

Toer 1

8 lossen, begin in de tweede losse vanaf de haaknaald:

1 vaste, 1 halfstokje, 1 stokje, 2 stokjes, 1 stokje, 1 halfstokje.

Je hebt nog 1 steek over.

Oranje blaadje aan de haaknaald, met pijlen bij de 3 vasten in de laatste losse (Engelse tekst: 3 dc); de stopnaald wijst die steek aan.

Haak 3 vasten in die laatste losse. Op deze manier ga je de hoek om en maak je het ronde uiteinde van het blaadje.

Nu ga je aan de andere kant van de lossenketting verder. Je spiegelt je steken van de eerste kant.

De tweede kant van het oranje blaadje is gehaakt, met pijlen bij de steken: dc, htr, tr, 2tr, tr, htr.

Haak dus de volgende steken in de tweede zijde van het blaadje:

1 halfstokje, 1 stokje, 2 stokjes, 1 stokje, 1 halfstokje, 1 vaste.

Oranje blaadje met de tekst "slip stitch in turning chain": de stopnaald wijst het lusje aan de punt aan.

Om de toer te sluiten haak je een halve vaste in het kleine lusje dat door de lossenketting gevormd is (zie naald in bovenstaande foto).

Een klaar oranje blaadje met een draadje aan de punt, naast de haaknaald.

Je hebt nu de eerste kleur van je blaadje af. Kies een tweede kleur erbij. Je kunt een tintje lichter of donkerder gaan, maar kies een kleur die dichtbij je hoofdkleur ligt (bijvoorbeeld twee tinten groen, of zoiets als Stylecraft Special DK in de kleuren Copper en Spice zoals in dit voorbeeld).

De stopnaald wijst de puntige keerlosse van het oranje blaadje aan.

Toer 2

Begin door je haaknaald in de keerlosse te steken, daar waar je je blaadje gesloten bent aan het einde van toer 1. Het is het puntige stukje van je blaadje (zie naald in foto boven).

Roodbruin garen is door de punt van het oranje blaadje gehaald, met een lusje op de haaknaald.

Trek de nieuwe kleur door en haak 1 losse (zie foto boven).

Roodbruine vasten langs de rand van het oranje blaadje, met de tekst "make your picot-point in this end stitch".

Haak 1 vaste in elk van de volgende 8 steken (zie foto boven).

De volgende steek zou het midden / einde van het blaadje moeten zijn.

Close-up van de roodbruine vasten langs de onderkant van het blaadje, met de haaknaald aan het eind.

In de volgende steek haak je 1 vaste. Dan haak je 2 lossen. Halve vaste in tweede losse vanaf de haaknaald (je hebt nu een picot punt gehaakt). 1 vaste in dezelfded steek op het blaadje (zie foto boven).

Blaadje met roodbruine rand en spits punt; de stopnaald ligt over het midden en wijst de basis aan.

Haak 1 vaste in elk van de volgende 8 steken, dan 1 losse.

Zie je waar mijn naald naar wijst in bovenstaande foto? Het is precies dezelfde plek als waar je het garen naar voren trok om toer 2 te starten. Steek je haaknaald daar precies in en maak een halve vaste.

Rand rondom klaar, met een kort stammetje van roodbruine lossen aan de haaknaald.

3 lossen (je maakt een kort stammetje), halve vaste in tweede losse vanaf de haaknaald, halve vaste in volgende losse.

Afgewerkt stammetje aan het blaadje; de stopnaald wijst de basis in het midden van het blaadje aan.

Zie je waar de naald naar wijst? Het is weer dezelfde plek, de basis/midden van het blaadje. Daar steek je de haaknaald in.

Blaadje met stammetje; de haaknaald steekt naast het stammetje door het midden, waar de stopnaald wijst.

....dan sla je de draad om en haal je een lusje op (van achteren naar voren) en maak je zo een halve vaste door je blaadje heen. Je hebt nu één lusje op de haaknaald, aan de voorkant van het blaadje, en het garen is aan de achterkant van het blaadje.

Je maakt op deze manier een heel rijtje oppervlakte halve vasten over het midden van het blaadje om daar de hoofdnerf te maken. Haak niet te strak en doe de steken even ver uit elkaar.

Steek je haaknaald door het blaadje een klein stukje verder dan waar je halve vaste zit (zie naald in bovenstaande foto).

Een hand kantelt het blaadje; aan de achterkant haalt de haaknaald roodbruin garen door het midden.

....sla de draad om, haal een lusje op door je blaadje (van achteren naar voren dus) en maak een halve vaste door de lus op de naald.

De haaknaald ligt op het blaadje, aan het begin van een rechte lijn halve vasten over het midden.

Maak op deze manier een keurige lijn halve vasten, waarbij je je haaknaald steeds ongeveer even ver insteekt over de middennerf en waarbij je een gelijke spanning behoudt. Zorg ervoor dat de steken recht en in het midden lopen. Als je te strak aantrekt, gaat je blaadje krullen.

De middennerf is over het hele blaadje gehaakt, met het lange draadje nog aan de lus op de haaknaald.

Als je bij het einde bent aangekomen, knip je het garen door (laat ongeveer 15 centimeter draad over), en trek je de haaknaald met lus en al omhoog tot de draad los is.

Het blaadje met middennerf, met de losgeknipte draad die door een lange stopnaald gaat.

Nu doe je de draad door een stopnaald....

De stopnaald steekt door het uiterste puntje van het blaadje, met de draad erachter.

...en steek je de haaknaald door het uiterste puntje van het blaadje, waarbij je het uiteinde door trekt.

Het afgewerkte oranje blaadje met roodbruine rand, nerf en stammetje, naast de haaknaald.

Werk alle draadjes netjes weg.

Je blaadje is af! Schattig he? Hij kan wel wat krullen, dus een klein beetje blokken met koud stoom kan helpen.

Een cirkel van echte beukenbladeren met daarin een kring gehaakte blaadjes, van rood en oranje tot geel en groen.

Deze Berkenblaadjes zijn echt leuk om te maken voor de herfst, en doen het ook goed in een krans of aan een slinger.

Twee echte eikenbladeren naast een gehaakt eikenblaadje in mosterdgeel met een groene middenstreep.

Eikenblaadje

Nu maken we nog een type twee-kleurig blaadje, ook weer in de herfstkleuren. Ik vind eikenbladen echt in alle kleuren, maar maak ze vooral in mustard en groen, koper en bruin. Het blaadje is 9 centimeter lang, inclusief het stammetje.

Groene gehaakte strook met pijlen bij de steken: 2 tr, 3 htr en 6 dc.

Toer 1

12 lossen, vanaf de tweede losse vanaf de haaknaald haak je:

vaste in volgende 6 steken, 3 halfstokjes in volgende 3 steken, stokje in volgende 2 steken.

Hecht af. [11 steken in totaal]

De groene strook met de twee draadjes links; de stopnaald wijst de eerste steek rechts aan.

Toer 2

Houd je haakwerk met de goede kant naar je toe (de draaduiteindjes liggen dan links). Steek je haaknaald in de eerste steek (zie foto boven).

Mosterdkleurig garen is aangezet aan de groene strook, met een lusje op de haaknaald.

Haal een lusje van de nieuwe kleur op en haak 1 losse (zie foto boven).

Een eerste mosterdkleurige bobbel langs de groene strook, met de haaknaald ernaast.

Eerst bobbel (over 3 steken gehaakt, zie foto boven).

(1) (1 vaste, 1 halfstokje) in de volgende steek.

(2) (1 halfstokje, 2 lossen, halve vaste) in volgende steek.

(3) Halve vaste in volgende steek.

Twee mosterdkleurige bobbels op de groene strook, de haaknaald werkt aan de volgende.

Tweede bobbel (haak over 3 steken (zie foto boven)).

(1) (1 vaste, 1 stokje) in volgende steek.

(2) (1 stokje, 3 lossen, halve vaste) in volgende steek.

(3) Halve vaste in volgende steek.

Drie mosterdkleurige bobbels op de groene strook, met de tekst "1 stitch remaining" en een pijl.

Derde bobbel (over 3 steken, zie foto boven).

(1) (1 vaste, 1 stokje) in volgende steek.

(2) (1 stokje, 3 lossen, halve vaste) in volgende steek.

(3) Halve vaste in volgende steek.

Je hebt nu nog één steek over. Haak daar 2 vasten in.

Pijlen en de tekst "2 dc into post of end treble" bij het uiteinde van de strook; de stopnaald wijst de plek aan.

Haak 2 vasten in de stam van het laatste stokje (zie naald boven), verdeel ze netjes.

De stopnaald wijst losse lussen aan onderkant van de groene strook aan, met de tekst "work in single loops of foundation chain".

Nu haak je in de lossenlussen van de lossenketting.

Het werk is gedraaid: de eerste steken van de andere kant, met de mosterdkleurige ronde punt.

Haak 2 vasten in de eerste steek (je hebt nu een ronde punt gemaakt aan je eikenblaadje).

Je maakt nu nog 3 bobbels, waarbij je 3 steken gebruikt voor elke bobbel.

De eerste bobbel aan de tweede kant van de groene strook, onder de haaknaald.

Eerste bobbel (gehaakt over 3 steken, zie foto boven).

(1) Halve vaste in volgende steek.

(2) (Halve vaste, 3 lossen, stokje) in volgende steek.

(3) (1 stokje, 1 vaste) in volgende steek.

Twee bobbels aan de tweede kant, zodat de groene strook nu aan beide zijden bobbels krijgt.

Tweede bobbel (gehaakt over 3 steken, zie foto boven).

(1) Halve vaste in volgende steek.

(2) (halve vaste, 2 lossen, halfstokje) in volgende steek.

(3) (1 halfstokje, 1 vaste) in volgende steek.

Alle bobbels gehaakt: een eikenblad in wording met de stopnaald aan het smalle einde.

Derde bobbel (over 3 steken, zie foto boven).

(1) Halve vaste in volgende steek.

(2) (halve vaste, 2 lossen, halfstokje) in volgende steek.

(3) (1 halfstokje, 1 vaste) in volgende steek.

Je hebt nu nog 1 steek over. Haak daar een vaste in. 1 losse.

Halve vaste op het eikenblad: de stopnaald wijst de eerste losse in de groene strook aan, de lus zit op de haaknaald.

Halve vaste in de eerste losse die je aan het begin van toer 2 maakte.

Een kort stammetje van lossen aan de punt van het mosterdkleurige eikenblad, met de haaknaald eraan.

4 lossen (je maakt een kort stammetje), halve vaste in tweede losse vanaf de haaknaald. Halve vaste in volgende 2 lossen.

Het stammetje is terug gehaakt met halve vasten en zit dik en rond aan het eikenblad.

Halve vaste in midden van het blaadje, hecht af en werk de draadjes weg.

Op een blauwgrijze ondergrond echte eikenbladeren en eikels tussen gehaakte blaadjes en eikels, naast kaartjes garen.

Je kunt experimenteren met verschillende herfstkleuren, bijvoorbeeld mosterd en goud of lime en meadow green. Als je een stapeltje eikenblaadjes hebt, is het natuurlijk leuk om er ook wat eikeltjes bij te maken!

Takje met twee gehaakte eikeltjes in groen en twee eikenblaadjes in groen en mosterdoranje.

Eikeltjes

Je kunt twee kleuren uitkiezen die goed bij elkaar passen: een donkere kleur voor de cup en een lichtere kleur voor het nootje. Probeer bijvoorbeeld twee tinten groen of twee tinten bruin bij elkaar.

Een lange lus groen garen op tafel, met de schuiflus op de haaknaald.

Het nootje

Maak de schuiflus met een lange draad van ongeveer een 90 centimeter over (ongeveer van het puntje van je neus tot je vingers als je je arm strekt). Hier vul je het nootje straks mee op!

Een piepklein rondje van groene vasten aan de haaknaald, met de lange draad ernaast.

Toer 1

(let op: je werkt in spiralen voor het nootje. Je haak in hele kleine steken, te klein voor steekmarkeerders, dus maak deze eikeltjes bij voorkeur als je niet gestoord wordt en wél hard op kunt tellen!) 

2 lossen, 6 vasten in de tweede losse vanaf de haaknaald (zie foto boven).

Zes steken in totaal, in dat inimini cirkeltje!

Het groene rondje op de haaknaald, met een extra steek die in de ring wordt gehaakt.

Toer 2

(2 vasten in de eerste steek, 1 vaste in de volgende steek) x 3

Een klein plat rondje groene vasten met een lus op de haaknaald.

Je hebt nu 9 steken, een klein plat rondje.

Vingers houden het groene eikeltje vast terwijl het rond gehaakt wordt, als een klein hoedje.

Toer 3, 4 en 5

Haak 1 vaste in elke steek rondom - doe dit 3 teoren in totaal. Ik tel dan gewoon tot 27, zodat ik zeker weet dat ik 3 complete rondjes gemaakt heb.

(let op: je eikel ziet er nu uit als een vingerhoedje. Zorg ervoor dat je haaknaald aan de buitenkant van het hoedje blijft (zoals in bovenstaande foto), anders zit je haakwerk binnenste buiten.).

Het eikeltje als een klein vingerhoedje, naast een bosje opgerolde groene draad.

Weet je nog die hele lange draad die je hebt overgehouden? Dat wordt de vulling voor je eikeltje! Draai het om je vinger en stop het met de achterkant van de haaknaald in het kleine nestje....

De opgerolde draad zit half in het hoedje, de achterkant van de haaknaald duwt het erin.

....duw het stevig aan, zodat het nootje mooi gevuld is.

Tussen de vingers een opgevuld groen nootje, gezien op de open kant met een lus op de haaknaald.

Ta-dah! Eén opgevuld nootje!

Het gevulde groene nootje op de haaknaald met twee lussen, tijdens het minderen.

Nu is het tijd om te gaan minderen. Vasten minderen doe je hier op de volgende manier:

steek de haaknaald in de eerste steek, sla de draad om, haal een lusje op (twee lusjes op de haaknaald), steek de haaknaald onder de tweede steek, sla de draad om en haal een lusje op (drie lusjes op de haaknaald), sla de draad om en haal door alle drie de lusjes.

Daar gaan we met de laatste shaping...

Toer 6

*2samengehaaktevasten, 1 vaste*

Herhaal tussen * 4 of 5 keer, totdat je geen gaatje meer hebt. Je eikeltje ziet er dan zo uit....

Het eikeltje is bijna dicht: een ovaal groen nootje met een lus op de haaknaald.

Hecht af, naai met een paar steekjes het gaatje dicht als dat nog nodig is en werk het uiteindje weg.

Een klaar, ovaal groen nootje op drie vingers van een hand.

Je hebt nu een prachtig klein eikeltje.

Donkergroen garen met de begindraad in een lus op tafel, onder de haaknaald.

Eikel dopje

Toer 1

(let op: je haakt in een spiraal)

Maak een start schuiflus met een draad van ongeveer 45 centimeter extra.

2 lossen, 6 vasten in tweede losse.

Je hebt dan 6 steken in totaal

Een klein donkergroen rondje aan de haaknaald, met lange draden eromheen.

Toer 2

*2 vasten in volgende steek, vaste in volgende steek* Herhaal 3 keer.

Je hebt dan 9 steken in totaal - een plat rondje.

Een donkergroen dopje als een klein bolletje, nog aan de haaknaald met een lange draad.

Toer 3

Haak 1 vaste in elke steek rondom. Je hebt nu een klein dopje. Hecht af, laat een lange draad over om te naaien.

Het afgehechte donkergroene dopje met een lange lus draad ernaast.

Takje 

Pak de begindraad en een stopnaald en haal het door het middelste gaatje heen.

De haaknaald steekt door het dopje heen, de draad ligt eroverheen voor een lusje.

Steek je haaknaald door het kleine rondje in het midden van je dopje en dan weer naar buiten een klein stukje ervandaan (zoals in bovenstaande foto). Huo het vast alsof het garen uit de bol is, sla de draad om en maak een halve vaste door het dopje en door de lus op je haaknaald.

Lossen voor het takje aan het dopje, met het dopje ernaast en de lus op de haaknaald.

3 lossen, halve vaste in tweede losse vanaf de haaknaald, halve vaste in volgende losse. Hecht af.

Een stopnaald steekt door het dopje, met een kort rond steeltje aan de zijkant.

Doe de draad door een stopnaald en steek de stopnaald door het middelste gat. Trek stevig aan en werk de draadjes weg.

Het dopje op een vingertop, met een klein rond steeltje bovenop.

Nu ben je klaar met het stammetje. Schattig, niet waar?

De stopnaald naait het donkergroene dopje met steeltje aan het lichtgroene nootje vast, boven een hand.

Doe het draadje door een stopnaald en naai het dopje rondom aan de eikel vast.

Eikeltje op tafel: de stopnaald steekt dwars door het dopje, met de draad erachter.

Als je klaar bent met naaien steek je de naald weer helemaal door het dopje heen.

De draad gaat met de stopnaald door de onderkant van het lichtgroene nootje naar buiten.

Steek de naald door het midden van het dopje, laat een inimini gaatje over tussen waar de naald naar buiten en weer naar binnen ging...

Het eikeltje met een klein donkergroen bultje onderaan het nootje, de draad loopt weg naar rechts.

.... dan heb je een prachtig klein steekje aan de onderkant gemaakt. Het mag een beetje op een bultje lijken. Hecht af, maar trek niet te strak aan, dan verdwijnt je bultje.

Gehaakte eikenblaadjes in groen en mosterd, met paartjes eikeltjes in groen, rood en beige met bruine dopjes.

De eikeltjes zien er shattig uit, zeker in paartjes. Je kunt ze gebruiken op een krans of aan een slinger.

Besjes

Eigenlijk wilde ik helemaal geen bessen voor mijn slinger maken, het zou in eerste instantie alleen om bladeren gaan. Maar toen de eikels er toch tussen kwamen, moesten er op de een of andere manier ook bessen bij. Dit zijn piepkleine dingetjes, wil je weten hoe je ze maakt?

A photo

Haak 3 lossen en zorg er hierbij voor dat de allereerste losse (de schuifknoop op je haaknaald) een beetje losjes wordt aangetrokken.

Vervolgens maak je een nop van 6 stokjes, als volgt: *Sla de draad om, steek de haaknaald in de eerste losse, sla de draad om, haal een lus op, sla de draad om en haal door twee lussen*

Herhaal het gedeelte tussen in totaal 6 keer totdat je 7 lussen op je haaknaald hebt staan....

A photo

….sla dan de draad om en haal deze door alle 7 de lussen. Haak 1 losse om de vorm te behouden. Om af te werken haak je een halve vaste in dezelfde losse waar je steeds je haaknaald in hebt gestoken om de nop te maken (aangegeven door mijn naald) – dit zorgt ervoor dat je platte gehaakte nop verandert in een klein bolletje. Hecht af.

A photo

Rijg beide draadeinden aan een naald en steek een paar keer heen en weer door het midden van de nop om een strak, net klein bessenvormpje te vormen. Heel eenvoudig!!

A photo

Ik maakte in een paar minuten een stapeltjes besjes. Heerlijk om te doen en prachtige kleurenexplosie tussen de groene blaadjes.

De herfstslinger

Bruine lossenketting met gehaakte blaadjes, eikeltje en besjes, naast de haaknaald; één blaadje ligt nog los.

Ik heb de slinger heel eenvoudig gemaakt, door een lossenketting te maken, waaraan ik elk blaadje of eikeltje vastzette. Ik maakte steeds 10 lossen tussen de halve vaste waarmee ik de decoratie vastzette, en dan weer 10 lossen. De hele slinger is ongeveer 160 cm lang.

De herfstslinger hangt langs een schoorsteenmantel vol gehaakte pompoenen, boven een bakstenen haard.

Ik hoop dat je geïnspireerd bent om ook zo'n prachtige herfstdecoratie te maken voor je eigen huis.


Veelgestelde vragen

Uit welke onderdelen bestaat de herfstslinger?

De slinger bestaat uit een prachtige mix van herfstdecoraties: 4 esdoornbladeren, 12 eikenblaadjes, 6 eikeltjes, 16 beukenblaadjes, 8 losse besjes en 4 besjesclusters. Je kunt de onderdelen ook los maken als decoratie, bijvoorbeeld op een herfsttafel of als versiering op een kaart.

Welke steken moet ik kunnen voor dit patroon?

Je hebt de volgende basissteken nodig: losse, halve vaste, vaste, halfstokje en stokje. Alle steken worden in het patroon nog eens stap voor stap uitgelegd, dus ook als beginner kun je hiermee aan de slag.

Hoe maak ik de tweekleurige beukenblaadjes?

De beukenblaadjes zijn geïnspireerd op een beukenhaag waar ontwerpster Attic24 elke dag langs liep. Je haakt eerst toer 1 in je hoofdkleur en kiest voor toer 2 een tint die dichtbij ligt, bijvoorbeeld twee tinten groen of Copper en Spice. De blaadjes worden ongeveer 6 cm groot inclusief stam en krijgen door de picot-punt een liefelijk randje.

Kan ik ook een andere kleurenmix gebruiken dan de herfstkleuren?

Absoluut! Het origineel is ontworpen in warme herfsttinten, maar je kunt elke kleurencombinatie kiezen die je mooi vindt. Denk aan pasteltinten voor de lente, of felle zomerkleuren. Kijk ook eens naar de Lenteslinger voor een voorjaarsvariant!

Hoe rijg ik de onderdelen tot een slinger?

Je kunt de losse onderdelen aan elkaar verbinden met lossenkettingen of een dun koordje. De blaadjes en eikeltjes hebben al een steel of puntje waar je makkelijk iets aan vast kunt maken. Varieer in hoogte en volgorde voor een speels effect, of hou het netjes symmetrisch. Het is jouw slinger, dus maak hem zoals jij het mooi vindt!

LM101487 edited

Creatieve, enthousiaste en lieve Iris van Meer is het gezicht achter Een Mooi Gebaar en vertaalt, ontwerpt en deelt meer dan duizend haakpatronen met jullie op dit stukje internet.

Mijn verhaal, over hoe ik van onhandige knutselaar toch nog creatieve ondernemer ben geworden, lees je hier: Mijn Verhaal

Als je contact met Iris wil opnemen, ga je naar de contactpagina

Lucy Attic24

Lucy is het creatieve brein achter Attic24, een van 's werelds meest geliefde haakblogs. Vanuit haar gezellige zolderkamer in het Engelse North Yorkshire ontwerpt ze de meest kleurrijke, op de natuur geïnspireerde dekens en accessoires. Haar patronen zijn ontspannend om te haken en perfect voor zowel beginners als gevorderden. Op Een Mooi Gebaar vind je de officiële Nederlandse vertalingen van haar populairste patronen en Crochet-Alongs (CALs)!