Herfstslinger

Herfstslinger – Gratis haakpatroon

Attic24 maakt prachtige haakpatronen, waaronder deze leuke slinger met herfstversieringen. Je kunt de patronen ook los maken als decoratie.

In dit patroon worden de volgende steken gebruikt:

Losse = sla de draad om de naald en haal door de lus op de haaknaald heen.
Halve vaste: steek de naald door de aangegeven steek of ruimte, sla de draad om en haal door de steek/ruimte én door het lusje op de naald.
Vaste = steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte, haal een lusje op. Je hebt nu twee lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door beide lusjes heen.
Halfstokje = Sla de draad om de haaknaald en steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte. Haal een lusje op. Je hebt nu 3 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door alle drie de lusjes heen.
Stokje = Sla de draad om de haaknaald en steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte. Haal een lusje op. Je hebt nu 3 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door twee lusjes heen. Je hebt nu 2 lusjes op de haaknaald. Sla de draad om en haal door beide lusjes heen.

🍁Beukenblaadje – Haakpatroon🍁

Ik hou van het combineren van kleuren in mijn werk en deze twee-kleurige blaadjes zijn geïnspireerd op een beuken haag waar ik elke dag langs loop. In de herfst zijn de blaadjes alle kleuren: van een diepe bruin, door koperkleuren, naar goudkleuren naar mosterd, lime en groen. Deze blaadjes zijn 6 cm groot, inclusief de stam.

Toer 1

8 lossen, begin in de tweede losse vanaf de haaknaald:

1 vaste, 1 halfstokje, 1 stokje, 2 stokjes, 1 stokje, 1 halfstokje.

Je hebt nog 1 steek over.

Haak 3 stokjes in die laatste losse. Op deze manier ga je de hoek om en maak je het ronde uiteinde van het blaadje.

Nu ga je aan de andere kant van de lossenketting verder. Je spiegelt je steken van de eerste kant.

Haak dus de volgende steken in de tweede zijde van het blaadje:

1 halfstokje, 1 stokje, 2 stokjes, 1 stokje, 1 halfstokje, 1 vaste.

Om de toer te sluiten haak je een halve vaste in het kleine lusje dat door de lossenketting gevormd is (zie naald in bovenstaande foto).

Je hebt nu de eerste kleur van je blaadje af. Kies een tweede kleur erbij. Je kunt een tintje lichter of donkerder gaan, maar kies een kleur die dichtbij je hoofdkleur ligt (bijvoorbeeld twee tinten groen, of zoiets als Stylecraft Special DK in de kleuren Copper en Spice zoals in dit voorbeeld).

Toer 2

Begin door je haaknaald in de keerlosse te steken, daar waar je je blaadje gesloten bent aan het einde van toer 1. Het is het puntige stukje van je blaadje (zie naald in foto boven).

Trek de nieuwe kleur door en haak 1 losse (zie foto boven).

Haak 1 vaste in elk van de volgende 8 steken (zie foto boven).

De volgende steek zou het midden / einde van het blaadje moeten zijn.

In de volgende steek haak je 1 vaste. Dan haak je 2 lossen. Halve vaste in tweede losse vanaf de haaknaald (je hebt nu een picot punt gehaakt). 1 vaste in dezelfded steek op het blaadje (zie foto boven).

Haak 1 vaste in elk van de volgende 8 steken, dan 1 losse.

Zie je waar mijn naald naar wijst in bovenstaande foto? Het is precies dezelfde plek als waar je het garen naar voren trok om toer 2 te starten. Steek je haaknaald daar precies in en maak een halve vaste.

3 lossen (je maakt een kort stammetje), halve vaste in tweede losse vanaf de haaknaald, halve vaste in volgende losse.

Zie je waar de naald naar wijst? Het is weer dezelfde plek, de basis/midden van het blaadje. Daar steek je de haaknaald in.

….dan sla je de draad om en haal je een lusje op (van achteren naar voren) en maak je zo een halve vaste door je blaadje heen. Je hebt nu één lusje op de haaknaald, aan de voorkant van het blaadje, en het garen is aan de achterkant van het blaadje.

Je maakt op deze manier een heel rijtje oppervlakte halve vasten over het midden van het blaadje om daar de hoofdnerf te maken. Haak niet te strak en doe de steken even ver uit elkaar.

Steek je haaknaald door het blaadje een klein stukje verder dan waar je halve vaste zit (zie naald in bovenstaande foto).

….sla de draad om, haal een lusje op door je blaadje (van achteren naar voren dus) en maak een halve vaste door de lus op de naald.

Maak op deze manier een keurige lijn halve vasten, waarbij je je haaknaald steeds ongeveer even ver insteekt over de middennerf en waarbij je een gelijke spanning behoudt. Zorg ervoor dat de steken recht en in het midden lopen. Als je te strak aantrekt, gaat je blaadje krullen.

Als je bij het einde bent aangekomen, knip je het garen door (laat ongeveer 15 centimeter draad over), en trek je de haaknaald met lus en al omhoog tot de draad los is.

Nu doe je de draad door een stopnaald….

…en steek je de haaknaald door het uiterste puntje van het blaadje, waarbij je het uiteinde door trekt.

Werk alle draadjes netjes weg.

Je blaadje is af! Schattig he? Hij kan wel wat krullen, dus een klein beetje blokken met koud stoom kan helpen.

Deze Berkenblaadjes zijn echt leuk om te maken voor de herfst, en doen het ook goed in een krans of aan een slinger.

🍁 Eikenblaadje🍁

Nu maken we nog een type twee-kleurig blaadje, ook weer in de herfstkleuren. Ik vind eikenbladen echt in alle kleuren, maar maak ze vooral in mustard en groen, koper en bruin. Het blaadje is 9 centimeter lang, inclusief het stammetje.

Toer 1

12 lossen, vanaf de tweede losse vanaf de haaknaald haak je:

vaste in volgende 6 steken, 3 halfstokjes in volgende 3 steken, stokje in volgende 2 steken.

Hecht af. [11 steken in totaal]

Toer 2

Houd je haakwerk met de goede kant naar je toe (de draaduiteindjes liggen dan links). Steek je haaknaald in de eerste steek (zie foto boven).

Haal een lusje van de nieuwe kleur op en haak 1 losse (zie foto boven).

Eerst bobbel (over 3 steken gehaakt, zie foto boven).

(1) (1 vaste, 1 halfstokje) in de volgende steek.

(2) (1 halfstokje, 2 lossen, halve vaste) in volgende steek.

(3) Halve vaste in volgende steek.

Tweede bobbel (haak over 3 steken (zie foto boven)).

(1) (1 vaste, 1 stokje) in volgende steek.

(2) (1 stokje, 3 lossen, halve vaste) in volgende steek.

(3) Halve vaste in volgende steek.

Derde bobbel (over 3 steken, zie foto boven).

(1) (1 vaste, 1 stokje) in volgende steek.

(2) (1 stokje, 3 lossen, halve vaste) in volgende steek.

(3) Halve vaste in volgende steek.

Je hebt nu nog één steek over. Haak daar 2 vasten in.

Haak 2 vasten in de stam van het laatste stokje (zie naald boven), verdeel ze netjes.

Nu haak je in de lossenlussen van de lossenketting.

Haak 2 vasten in de eerste steek (je hebt nu een ronde punt gemaakt aan je eikenblaadje).

Je maakt nu nog 3 bobbels, waarbij je 3 steken gebruikt voor elke bobbel.

Eerste bobbel (gehaakt over 3 steken, zie foto boven).

(1) Halve vaste in volgende steek.

(2) (Halve vaste, 3 lossen, stokje) in volgende steek.

(3) (1 stokje, 1 vaste) in volgende steek.

Tweede bobbel (gehaakt over 3 steken, zie foto boven).

(1) Halve vaste in volgende steek.

(2) (halve vaste, 2 lossen, halfstokje) in volgende steek.

(3) (1 halfstokje, 1 vaste) in volgende steek.

Derde bobbel (over 3 steken, zie foto boven).

(1) Halve vaste in volgende steek.

(2) (halve vaste, 2 lossen, halfstokje) in volgende steek.

(3) (1 halfstokje, 1 vaste) in volgende steek.

Je hebt nu nog 1 steek over. Haak daar een vaste in. 1 losse.

Halve vaste in de eerste losse die je aan het begin van toer 2 maakte.

4 lossen (je maakt een kort stammetje), halve vaste in tweede losse vanaf de haaknaald. Halve vaste in volgende 2 lossen.

Halve vaste in midden van het blaadje, hecht af en werk de draadjes weg.

Je kunt experimenteren met verschillende herfstkleuren, bijvoorbeeld mosterd en goud of lime en meadow green. Als je een stapeltje eikenblaadjes hebt, is het natuurlijk leuk om er ook wat eikeltjes bij te maken!

Eikeltjes

Je kunt twee kleuren uitkiezen die goed bij elkaar passen: een donkere kleur voor de cup en een lichtere kleur voor het nootje. Probeer bijvoorbeeld twee tinten groen of twee tinten bruin bij elkaar.

Het nootje

Maak de schuiflus met een lange draad van ongeveer een 90 centimeter over (ongeveer van het puntje van je neus tot je vingers als je je arm strekt). Hier vul je het nootje straks mee op!

Toer 1

(let op: je werkt in spiralen voor het nootje. Je haak in hele kleine steken, te klein voor steekmarkeerders, dus maak deze eikeltjes bij voorkeur als je niet gestoord wordt en wél hard op kunt tellen!) 

2 lossen, 6 vasten in de tweede losse vanaf de haaknaald (zie foto boven).

Zes steken in totaal, in dat inimini cirkeltje!

Toer 2

(2 vasten in de eerste steek, 1 vaste in de volgende steek) x 3

Je hebt nu 9 steken, een klein plat rondje.

Toer 3, 4 en 5

Haak 1 vaste in elke steek rondom – doe dit 3 teoren in totaal. Ik tel dan gewoon tot 27, zodat ik zeker weet dat ik 3 complete rondjes gemaakt heb.

(let op: je eikel ziet er nu uit als een vingerhoedje. Zorg ervoor dat je haaknaald aan de buitenkant van het hoedje blijft (zoals in bovenstaande foto), anders zit je haakwerk binnenste buiten.).

Weet je nog die hele lange draad die je hebt overgehouden? Dat wordt de vulling voor je eikeltje! Draai het om je vinger en stop het met de achterkant van de haaknaald in het kleine nestje….

….duw het stevig aan, zodat het nootje mooi gevuld is.

Ta-dah! Eén opgevuld nootje!

Nu is het tijd om te gaan minderen. Vasten minderen doe je hier op de volgende manier:

steek de haaknaald in de eerste steek, sla de draad om, haal een lusje op (twee lusjes op de haaknaald), steek de haaknaald onder de tweede steek, sla de draad om en haal een lusje op (drie lusjes op de haaknaald), sla de draad om en haal door alle drie de lusjes.

Daar gaan we met de laatste shaping

Toer 6

*2samengehaaktevasten, 1 vaste*

Herhaal tussen * 4 of 5 keer, totdat je geen gaatje meer hebt. Je eikeltje ziet er dan zo uit….

Hecht af, naai met een paar steekjes het gaatje dicht als dat nog nodig is en werk het uiteindje weg.

Je hebt nu een prachtig klein eikeltje.

Eikel dopje

Toer 1

(let op: je haakt in een spiraal)

Maak een start schuiflus met een draad van ongeveer 45 centimeter extra.

2 lossen, 6 vasten in tweede losse.

Je hebt dan 6 steken in totaal

Toer 2

*2 vasten in volgende steek, vaste in volgende steek* Herhaal 3 keer.

Je hebt dan 9 steken in totaal – een plat rondje.

Toer 3

Haak 1 vaste in elke steek rondom. Je hebt nu een klein dopje. Hecht af, laat een lange draad over om te naaien.

Takje 

Pak de begindraad en een stopnaald en haal het door het middelste gaatje heen.

Steek je haaknaald door het kleine rondje in het midden van je dopje en dan weer naar buiten een klein stukje ervandaan (zoals in bovenstaande foto). Huo het vast alsof het garen uit de bol is, sla de draad om en maak een halve vaste door het dopje en door de lus op je haaknaald.

3 lossen, halve vaste in tweede losse vanaf de haaknaald, halve vaste in volgende losse. Hecht af.

Doe de draad door een stopnaald en steek de stopnaald door het middelste gat. Trek stevig aan en werk de draadjes weg.

Nu ben je klaar met het stammetje. Schattig, niet waar?

Doe het draadje door een stopnaald en naai het dopje rondom aan de eikel vast.

Als je klaar bent met naaien steek je de naald weer helemaal door het dopje heen.

Steek de naald door het midden van het dopje, laat een inimini gaatje over tussen waar de naald naar buiten en weer naar binnen ging…

…. dan heb je een prachtig klein steekje aan de onderkant gemaakt. Het mag een beetje op een bultje lijken. Hecht af, maar trek niet te strak aan, dan verdwijnt je bultje.

De eikeltjes zien er shattig uit, zeker in paartjes. Je kunt ze gebruiken op een krans of aan een slinger.

 

De herfstslinger

Ik heb de slinger heel eenvoudig gemaakt, door een lossenketting te maken, waaraan ik elk blaadje of eikeltje vastzette. Ik maakte steeds 10 lossen tussen de halve vaste waarmee ik de decoratie vastzette, en dan weer 10 lossen. De hele slinger is ongeveer 160 cm lang.

Ik hoop dat je geïnspireerd bent om ook zo’n prachtige herfstdecoratie te maken voor je eigen huis.