Eenvoudige granny square leren: je eerste vierkantje in 6 stappen

Een klein gehaakt vierkantje kan verrassend veel plezier geven. Een eenvoudige granny square leren is een heerlijk begin als je de basissteken kent en graag iets kleurrijks wilt maken. Je ziet je werkje per toer groeien, je hoeft niet steeds te tellen tot honderd en elk vierkantje is op zichzelf al een klein succesje.

De klassieke granny square bestaat uit groepjes van drie stokjes met lossen ertussen. Dat klinkt misschien technisch, maar zodra je ÊÊn of twee toeren hebt gehaakt, ontstaat er een rustig ritme. En het fijne is: je hoeft hem niet meteen perfect te vinden. Een granny square is juist een vrolijk oefenproject waarin je ontdekt hoe jouw steken en kleuren samenkomen.

Wat heb je nodig?

Kies een prettig, niet te donker garen van goede kwaliteit. Met een glad garen in een lichte of heldere kleur zie je de steken beter dan met pluizig of heel donker garen. Een haaknaald die past bij de dikte van je garen, een schaartje en een stopnaald zijn genoeg om te starten.

Voor een eerste vierkantje werkt ÊÊn kleur heel fijn. Je kunt je dan volledig richten op de steken en de vorm. Wil je toch meteen kleur gebruiken? Wissel dan na elke toer van kleur. Dat maakt de opbouw van je granny square extra duidelijk en geeft meteen dat bekende, vrolijke effect.

Je gebruikt drie basissteken:

  • Losse: je haalt de draad door de lus op je haaknaald
  • Halve vaste: je steekt in, slaat om en haalt de draad in ÊÊn keer door beide lussen
  • Stokje: je slaat om, steekt in, haalt een lus op en haakt steeds twee lussen samen tot er ÊÊn lus overblijft

Een groepje van drie stokjes wordt vaak een stokjesgroepje genoemd. Precies die groepjes vormen straks de hoeken en zijkanten van je vierkant.

Linkshandige video

Rechtshandige video

Eenvoudige granny square leren: begin in het midden

De meeste klassieke granny squares starten met een klein ringetje. Je kunt daarvoor vier lossen haken en die met een halve vaste tot een ring sluiten. Als je al vertrouwd bent met een magische ring, mag dat ook. De lossenring is voor beginners vaak iets overzichtelijker, omdat je goed ziet waar je eerste steken komen.

Haak vier lossen. Steek je haaknaald in de eerste losse, sla om en haal de draad door beide lussen. Je hebt nu een klein rondje. Dat rondje lijkt nog niet op een vierkant, maar daar komt snel verandering in.

Stap 1: haak de eerste hoek

Haak drie lossen. Die tellen als je eerste stokje. Haak daarna nog twee stokjes in het ringetje. Je hebt nu je eerste groepje van drie stokjes gemaakt.

Haak vervolgens twee lossen. Die twee lossen maken ruimte voor een hoek. In een granny square zijn de hoeken altijd herkenbaar aan zo'n lossenruimte. Dat is handig, want je weet daardoor steeds precies waar je in de volgende toer moet haken.

Stap 2: maak vier stokjesgroepjes

Haak opnieuw drie stokjes in het ringetje, gevolgd door twee lossen. Herhaal dit totdat je vier groepjes van drie stokjes hebt. Na het vierde groepje haak je nog twee lossen.

Sluit de toer met een halve vaste in de derde losse van je eerste drie lossen. Kijk eens naar je werk: je ziet nu vier kleine groepjes met vier open ruimtes ertussen. Die open ruimtes worden de vier hoeken van je vierkant.

Het kan helpen om je werk plat op tafel te leggen. Ligt het nog wat gekruld of ongelijk? Dat is heel normaal bij een eerste toer. De volgende toeren geven het vierkant steeds meer vorm.

granny square leren

Stap 3: begin de tweede toer in een hoek

Je wilt voor elke nieuwe toer in een hoekruimte starten. Haak daarom een paar halve vasten tot je bij de volgende hoek bent, of sluit je nieuwe kleur aan in een hoekruimte. Haak drie lossen en daarna twee stokjes in diezelfde hoekruimte.

Haak twee lossen en haak nog eens drie stokjes in dezelfde hoekruimte. EÊn hoek bestaat dus uit: drie stokjes, twee lossen, drie stokjes. Dat onthoudt makkelijk.

Haak ÊÊn losse en ga naar de volgende hoekruimte. Daar haak je weer drie stokjes, twee lossen en drie stokjes. Herhaal dat rond het hele vierkant. Tussen twee hoeken haak je steeds ÊÊn losse. Sluit de toer weer met een halve vaste.

CAL 1 Toer 2

Stap 4: herken het ritme van de volgende toeren

Vanaf de derde toer gebeurt er iets leuks: naast de hoeken verschijnen er ook open ruimtes aan de zijkanten. In elke zijkantruimte haak je ÊÊn groepje van drie stokjes, gevolgd door ÊÊn losse. In elke hoekruimte haak je altijd twee groepjes van drie stokjes met twee lossen ertussen.

Je ritme is dus heel eenvoudig:

  • Langs de zijkant: drie stokjes, ÊÊn losse
  • In een hoek: drie stokjes, twee lossen, drie stokjes

Hoe groter je granny square wordt, hoe meer zijkantruimtes je tegenkomt. Je hoeft niet bij iedere steek te twijfelen of je goed zit. Zoek gewoon naar de open ruimte tussen twee groepjes stokjes. Daar steek je in. Je haakt dus niet boven in elk afzonderlijk stokje, maar om de ruimte heen. Dat maakt deze techniek zo ontspannen.

CAL 1 Toer 3

Stap 5: houd je vierkant mooi in vorm

Een granny square mag soepel vallen, maar hij moet wel ongeveer vlak blijven liggen. Trekken je hoeken erg strak naar binnen? Probeer de twee lossen in de hoek iets losser te haken. Worden de zijkanten juist heel golvend? Kijk dan of je misschien per ongeluk extra stokjesgroepjes in een ruimte hebt gemaakt.

Ook je haakspanning speelt mee. Haak je van nature strak, dan kan een haaknaald die een halve millimeter groter is prettig zijn. Haak je los, dan geeft een iets kleinere naald soms meer stevigheid. Meer over spanning en proeflapjes lees je in een aparte uitleg.

Tel aan het einde van een toer eventueel je hoeken. Een vierkant heeft er altijd vier. Zie je vier duidelijke hoekruimtes, dan ben je al een heel eind. De rest hoeft niet met een liniaal gecontroleerd te worden: handgemaakt werk mag karakter hebben.

CAL 1 Toer 4

Stap 6: wissel van kleur zonder gedoe

Wil je kleur toevoegen, knip je draad dan af nadat je een toer hebt gesloten. Trek de draad door de lus om hem vast te zetten. Sluit de nieuwe kleur aan in een willekeurige hoekruimte, haak drie lossen en begin direct met je eerste stokjesgroepje.

Laat aan het begin en einde van iedere kleur een draadje van ongeveer tien centimeter hangen. Die werk je later met een stopnaald weg aan de achterkant, door een paar steken heen. Meer tips over netjes kleur wisselen vind je in een aparte blog.

CAL 1 Toer 5

Van oefenvierkantje naar echt project

EÊn granny square is een fijn proeflapje, maar meerdere vierkantjes samen worden al snel iets groters. Denk aan een kussenhoes, een slinger, een tas of natuurlijk een deken. Voor een eerste project is een kussenhoes vaak overzichtelijker dan een grote deken: je hebt sneller resultaat en kunt toch heerlijk met kleuren spelen.

Maak je veel vierkantjes, leg ze dan af en toe naast elkaar voordat je verder haakt. Zo zie je of je kleuren mooi verdeeld zijn. Je kunt heel planmatig werken met een vaste volgorde, maar willekeurig combineren geeft vaak juist een levendig resultaat.

Let wel op de maat. Voor vierkantjes die je later aan elkaar wilt zetten, is het handig als ze ongeveer even groot zijn. Gebruik daarom hetzelfde garen en dezelfde haaknaald voor alle vierkantjes. Als je verschillende kleuren gebruikt, kunnen sommige garens toch iets anders aanvoelen. Meet na een paar toeren even na en pas je spanning aan als dat nodig is. Wil je je vierkantjes meteen tijdens het haken aan elkaar zetten? Bekijk dan de uitleg over granny squares aan elkaar haken met de join-as-you-go-techniek.

Inspiratie nodig? De Granny Strepen deken van Attic24 is een prachtige regenboogdeken die begint met dezelfde basissteken. Of bekijk alle granny square dekens op de site.

Veelvoorkomende twijfels onderweg

Mijn vierkant draait een beetje. Is dat erg?

Nee, dat is bij handwerk heel gewoon. Leg het na afloop eventueel licht vochtig plat in vorm en laat het drogen. Dat noemen we opspannen. Vooral bij een deken met veel vierkantjes zorgt dit voor een rustiger eindresultaat.

Waar moet ik de halve vaste aan het einde van de toer haken?

Meestal sluit je boven in de derde beginlosse. Die drie lossen tellen als een stokje. Vind je dat lastig te zien, steek dan een steekmarkeerder of een contrasterend draadje door die derde losse zodra je hem haakt.

Moet elke toer een nieuwe kleur krijgen?

Zeker niet. Je kunt ÊÊn kleur gebruiken voor een rustig, modern vierkant, of pas na twee of drie toeren wisselen. Met kleur kun je spelen, maar het hoeft niet ingewikkeld te zijn om mooi te worden.

Ik ben linkshandig, werkt dit patroon ook voor mij?

Ja! De steken zijn hetzelfde, alleen je handrichting verschilt. In de videocursussen van de Een Mooi Gebaar Club vind je video's voor zowel links- als rechtshandigen.


De beste manier om een eenvoudige granny square te leren, is om er gewoon eentje op je haaknaald te zetten. Kies een kleur waar je blij van wordt, haak twee toeren en kijk wat er ontstaat. Voor je het weet, wil je nog eentje maken. En nog eentje.

Ben je nog niet helemaal zeker van je basissteken? De gratis cursus haken voor beginners helpt je stap voor stap op weg, met duidelijke foto's bij elke stap.

LM101487 edited

Creatieve, enthousiaste en lieve Iris van Meer is het gezicht achter Een Mooi Gebaar en vertaalt, ontwerpt en deelt meer dan duizend haakpatronen met jullie op dit stukje internet.

Mijn verhaal, over hoe ik van onhandige knutselaar toch nog creatieve ondernemer ben geworden, lees je hier: Mijn Verhaal

Als je contact met Iris wil opnemen, ga je naar de contactpagina