Olifanten Rand Haakpatroon
Deze schattige rand kun je op elk willekeurig project haken. Het is daarvoor van belang dat je een basisrand haakt van (vaste, 2 lossen) tot een hoek, met (vaste, 1 losse, vaste) in de hoekruimtes. In het voorbeeld heb ik deze basisrand gehaakt om de Corner-to-Corner deken, met haaknaald 4,5 zodat de lossen mooi ruim op de rand kwamen te liggen. Daarna ben ik overgestapt naar haaknaald 2,5 voor de olifantjes.

De olifantjes haak je per stuk in een doorgaande lijn. Je keert daarvoor een aantal keer je werk om. "Toer" is in dit geval wellicht niet helemaal duidelijk, omdat ÊÊn toer dus niet ÊÊn keer om de hele deken heen gaat.
Het olifantje bestaat uit lossen, vasten en dubbelstokjes.
Stekenuitleg
- Losse: sla de draad om en haal door het lusje op de haaknaald.
- Halve vaste: steek de haaknaald in de aangegeven steek of ruimte, sla de draad om en haal door de steek/ruimte Ên door de lus op de haaknaald.
- Lossenruimte: de ruimte onder de losse(n), niet IN de losse(n), maar eronder.
- Vaste: steek de naald onder beide lusjes van de aangegeven steek, sla je de draad om de naald en trek de naald en het draadje terug door de steek. Je hebt nu twee lusjes op je haaknaald. Sla de draad opnieuw om de naald en trek deze door beide lusjes op je haaknaald. Je hebt nu ÊÊn vaste gemaakt.
- Dubbelstokje: sla de draad twee keer om je naald, steek de naald in een steek, sla de draad om (aan de achterkant van je werk dus) en haal die door de steek heen terug. Nu heb je 4 lusjes op je naald staan. Sla de draad om en haal deze door 2 lusjes op je naald. Nu heb je 3 lusjes op de haaknaald. Sla nu nogmaals om en haal weer door 2 lussen op de naald. Je hebt nu 2 lussen op de haaknaald. Sla de draad om en haal door 2 lusjes op de haaknaald. Je hebt nu 1 dubbelstokje gemaakt.
- Haken in de voorste of achterste lus: haaksteken vormen een soort V-vorm aan de bovenkant. De âpootâ van de V die het dichtste naar je toe ligt wordt de voorste lus genoemd. De âpootâ van de V die het verste van je af ligt wordt de achterste lus genoemd. Als er niks over staat, haak je onder beide poten van de V door.
Toer 1
Je haakt in deze toer de pootjes van de olifant, die bestaan uit twee keer vier dubbelstokjes.
Vaste in vaste, 2 vasten in volgende lossenruimte, 1 vaste in vaste, 1 vaste in volgende lossenruimte.

2 lossen. Dubbelstokje in dezelfde ruimte, dubbelstokje in volgende vaste, dubbelstokje in volgende lossenruimte, 3 lossen.

2 dubbelstokjes in volgende lossenruimte. Dubbelstokje in vaste, dubbelstokje in volgende lossenruimte.

Toer 2
Je haakt in deze toer de buik van de olifant en z'n staartje. Het staartje bestaat in deze toer uit 7 lossen en een halve vaste, in de volgende toer maak je het staartje af.
Keer je werk. 3 lossen, dubbelstokje in volgende 3 steken. 3 dubbelstokjes in lossenruimte, dubbelstokje in volgende 3 steken. Je hebt nu 10 dubbelstokjes op rij.

7 lossen. Halve vaste in eerste vaste die je gehaakt hebt. Als je al een olifantje gehaakt hebt, is het de steek voor het olifantje.

Toer 3
In deze toer doe je een heleboel: je maakt het staartje af door 7 lossen, je haakt de bovenkant van het lijf en je haakt het oor van de olifant.
Keer je werk. 7 vasten in 7-lossenruimte.Vaste in dubbelstokje, 2 lossen, dubbelstokje in volgende 8 steken, dubbesltokje in derde keerlosse. 5 lossen.

Vaste in bovenkant van eerste dubbelstokje van toer 2 (waar de naald in bovenstaande foto naar wijst). Draai het werk een kwartslag, zodat de staart van de olifant naar boven ligt. 3 lossen.

3 dubbelstokjes om het dubbelstokje naast de 5-lossenruimte. Bij het vierde dubbelstokje haak je de voorste lus van het achterliggende dubbelstokje mee, zodat het oortje vast komt te zitten. Steek hiervoor vÃŗÃŗr de dubbele omslag ook de haaknaald door de voorste lus van die steek, maak daarna je dubbelstokje zoals je gewend bent maar haal de laatste doorhaal door 3 lusjes heen]. Haak nog 3 dubbelstokjes om hetzelfde dubbelstokje.

3 lossen, vaste in diezelfde ruimte als waar de 7 dubbelstokjes aan zitten. Klap het oor weg, draai je werk weer een kwartslag tot het olifantje weer "normaal" ligt.

Toer 4
In deze korte toer maak je het olifantje af: je haakt de kop, een slagtandje met 3 lossen en een vaste en dan een slurf.
We gaan nu aan het hoofd beginnen, 3 lossen, 8 dubbelstokjes in 5-lossenruimte (zie naald in bovenstaande foto). 3 lossen.

Vaste in bovenkant van 8e dubbelstokje [waar de naald naar wijst in bovenstaande foto. Je hebt nu de slagtand gehaakt], 5 lossen, 1 vaste overslaan op de rand, vaste in volgende lossenruimte.

Je bent nu klaar voor de volgende olifant! In de hoeken kan het zijn dat je een beetje moet sjoemelen. Het makkelijkste sjoemel je met de eerste vijf vasten van de eerste toer.
Heel veel plezier met het haken van deze rand! Stuur je me een foto op Facebook als ie af is?


Veelgestelde vragen
Op welke projecten kan ik deze rand haken?
Op elk willekeurig project, zolang je eerst een basisrand haakt van (vaste, 2 lossen) met (vaste, 1 losse, vaste) in de hoeken.
Uit hoeveel toeren bestaat de rand?
Uit 4 toeren.
Hoe maak je de slagtand?
Met een vaste in de bovenkant van het 8e dubbelstokje; de foto laat zien waar.
Wat is het thema?
Olifanten: de rand bestaat uit kleine olifantjes.
Waar kan ik mijn rand laten zien?
Stuur een foto via Facebook.
Creatieve, enthousiaste en lieve Iris van Meer is het gezicht achter Een Mooi Gebaar en vertaalt, ontwerpt en deelt meer dan duizend haakpatronen met jullie op dit stukje internet.
Mijn verhaal, over hoe ik van onhandige knutselaar toch nog creatieve ondernemer ben geworden, lees je hier: Mijn Verhaal
Als je contact met Iris wil opnemen, ga je naar de contactpagina

