Onzichtbaar afhechten

Onzichtbaar afhechten

De meeste patronen die je in rondes haakt in plaats van in heen en weer gaande toeren, eindigen met een halve vaste in een beginlosse. Als je dan afhecht, is het duidelijk te zien waar je hebt afgehecht. Dat kan ook anders. Daarvoor heb je een stopnaald en een schaartje nodig. Je haakt bovendien de halve vaste niet, maar haalt de draad al helemaal door het lusje heen.

Haal de draad door de naald en steek de naald door beide lusjes van de aangegeven beginlosse heen. Als je met 3 lossen bent begonnen en een toer stokjes hebt gedaan, steek je de naald dus door de derde beginlosse heen. (Bij halve stokjes is het de tweede beginlosse, bij vasten is het de eerste vaste). Deze steek staat vaak gewoon aangegeven in het patroon en hoef je niet zelf te verzinnen.

Trek de draad zoveel aan, zodat het lusje nog ongeveer evengroot is als de andere steken ook zijn. Steek de naald vervolgens door het achterste lusje van de steek waar je draadje in eerste instantie uitkwam, dus de laatste steek van de toer. Je kunt de draad nu wegwerken aan de achterkant van je werk. Zorg er daarbij voor dat je de steek niet teveel of te weinig aantrekt: het is de bedoeling dat het V-tje dat je gemaakt hebt, even groot is als de andere V-tjes.

In het uiteindelijke resultaat is niet meer te zien waar je hebt afgehecht. Handig hè? Let wel op dat de ene zijde van je werk nu een steek meer lijkt te hebben als je de V-tjes telt! Voor de Een Mooi Gebaar CAL is dit van belang, omdat je het aantal steken in de eerste toer van het aan elkaar zetten corrigeert, zodat alle vierkanten evenveel steken hebben. Let daar dus op bij het tellen van je steken 🙂

By |2018-01-07T10:33:44+00:00januari 7th, 2018|Haakencyclopedie, Haaksteken, Haken, Knutselprojectjes|0 Comments

About the Author:

Leave A Comment