Rozenblaadje

8 losse

Begin in tweede losse en haak de volgende steken: (vaste, halfstokje, stokje, 2 stokjes in volgende losse, stokje, halfstokje, vaste).

Haak nu 2 lossen.

Halve vaste in eerste losse om picot te maken voor het puntje van het blaadje.

Ga nu aan de andere kant in de lussen van de lossenketting verder met: (vaste, halfstokje, stokje, 2 stokjes in volgende losse, stokje, halfstokje, vaste).

Sluit het blaadje af met een halve vaste in de volgende steek. Werk het startdraadje weg en laat een lang draadje over om te kunnen vastnaaien.


Miniblaadje

6 lossen

Begin in de tweede losse vanaf de naald en haak : (vaste, halfstokje, stokje, halfstokje, vaste).

1 losse. Ga nu aan de andere kant van de lossenketting verder: (vaste, halfstokje, stokje, halfstokje, vaste).

Hecht af, werk het begin draadje weg door het midden van het blaadje heen.


Lang blaadje

9 lossen

Begin in tweede losse vanaf de naald en haak: (vaste, halfstokje, halfstokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, vaste).

1 losse, keer om.

(Vaste, halfstokje, halfstokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, vaste) precies op de overeenkomstige steken van het eerste stuk.

Hecht af en gebruik het begindraadje om nog wat meer vorm in je blaadje te krijgen.


Berkenblaadje

8 lossen

Begin in de 2e losse vanaf de naald en haak: (vaste, halfstokje, stokje, 2 stokjes in de volgende steek, stokje, halfstokje).

Je hebt nog 1 steek over.

Je haakt 3 vasten in die laatste steek. Dit is de ronde kant van je blaadje.

Nu ga je verder in de lussen van de lossenketting en je spiegelt steeds de eerdere steken: (halfstokje, stokje, 2stokjes in volgende steek, 1 halfstokje, vaste).

 

Halve vaste in eerste losse (van de 8 beginlossen, de eerste sloeg je in eerste instantie over).

Ik vind het fijn om hier de draadjes weg te werken.

Nu kies je een tweede kleur, een lichtere of donkere, maar wel iets dat erbij in de buurt komt, dus bijvoorbeeld twee groenen of twee oranje tinten.

Steek je naald door de laatst gemaakte halve vaste en zet met een losse je nieuwe kleur vast.

Haak een vaste in de volgende 8 steken.

De volgende steek moet precies aan het einde/midden van je blaadje uitkomen.

In die steek haak je een vaste, 2 lossen, dan een halve vaste in de tweede losse vanaf de naald om het puntje te vormen. Haak dan nogmaals een vaste in dezelfde steek.

vaste in volgende 8 steken. 1 losse. Halve vaste in dezelfde plek als waar je de nieuwe kleur hebt aangehecht.

Je maakt nu het takje aan het blaadje.

4 lossen, halve vaste in 2e losse vanaf de naald, halve vaste in volgende losse.

Halve vaste wéér in dezelfde plek als waar je de nieuwe kleur hebt aangehecht.

Je hebt nu de draad aan de achterkant van je blaadje en het lusje op de naald aan de voorkant van het blaadje.

Je gaat nu de nerf op het blaadje maken door een oppervlakte lossenketting te maken op je werk. Steek de naald steeds één steekje verder op het blaadje en trek de draad door naar voren, tot je het hele blaadje gehad hebt. Trek niet te strak aan en zorg dat je de steken evenwijdig verdeeld.

Knip als je bij het puntje van het blaadje bent de draad af op ongeveer 15 centimeter, doe een stopnaald door de draad en steek deze door het midden van de twee vasten, zodat de nerf netjes doorloopt. Zet de draad aan de achterkant vast, of naai het blaadje ergens aan.


Eikenblaadje

Nog een blaadje in twee kleuren, een eikenblaadje dit keer.

12 lossen

Begin in tweede losse vanaf de naald: (vaste in volgende 6 lossen, halfstokje in volgende 3 lossen, 1 stokje in volgende 2 steken. Hecht af. [11 steken]

Hou je werk aan de goede kant (draadjes links).

Hecht nieuwe kleur aan in eerste steek, 1 losse.

(vaste, halfstokje) in volgende steek, (halfstokje, 2 lossen, halve vaste) in volgende steek, halve vaste in volgende steek.

(vaste, stokje) in volgende steek, (stokje, 3 lossen, halve vaste) in volgende steek, halve vaste in volgende steek.

(vaste, stokje) in volgende steek, (stokje, 3 lossen, halve vaste) in volgende steek, halve vaste in volgende steek.

Je hebt nu nog 1 steek over, haak daar 2 vasten in.

Haak 2 vasten in de zijkant van het stokje, steek de naald daarvoor IN de steek.

Nu haak je aan de andere kant van de lossenketting door.

2 vasten in eerste losse (je hebt nu de ronde kant van je blaadje gevormd).

Je maakt nu nog 3 van dit soort bolletjes aan je blaadjes, steeds met 3 steken per blaadje.

Halve vaste in volgende steek, (halve vaste, 3 lossen, stokje) in volgende steek, (1 stokje, 1 vaste) in volgende steek

Halve vaste in volgende steek, (halve vaste, 2 lossen, halfstokje) in volgende steek, (1 halfstokje, 1 vaste) in volgende steek.

Halve vaste in volgende steek, (halve vaste, 2 lossen, halfstokje) in volgende steek, (1 halfstokje, 1 vaste) in volgende steek.

In de laatste steek doe je 1 vaste, 1 losse. Halve vaste in 1losse die je helemaal aan het begin van deze kleur maakte.

4 lossen (je maakt een takje), halve vaste in tweede losse vanaf de naald, halve vaste in volgende 2 lossen.

Halve vaste in basis/midden van blaadje. Hecht af en werk de draadjes weg.