Strak golfpatroon

////Strak golfpatroon
Strak golfpatroon2018-12-04T10:35:43+00:00

Wat een prachtige, kleurrijke dingen kun je toch haken. Dit strakke golfpatroon is een letterlijke vertaling van het Neat Wave Pattern van Attic24, alle credits behoren dan ook bij Lucy van Attic24!! Ook alle prachtige foto’s uit dit blog zijn van haar gestolen (met toestemming!) Wat een mooie kleurkeuzes maakt deze vrouw toch…

Deze hele lange blogpost vertelt je over een proeflapje, over de basissteken en licht toe hoe je het juiste formaat deken krijgt. Het is echt beschreven met een superbeginner in gedachten en legt ook uit hoe je van kleur kunt wisselen en draadjes weg kunt werken. Lees alles rustig door! Zeer ervaren haaksters willen wellicht alleen het uitgeschreven patroon, dat staat helemaal onderaan.

Dit golvenpatroon gebruikt drie basishaaksteken om een zachte golf te creeëren. Het patroon leent zich uitstekend voor het spelen met kleur: de kleuren lijken in elkaar over te vloeien in het golfpatroon. De “haakgolf” is totaal niet nieuw, het bestaat al net zolang als de granny square of de ripplesteek. Lucy eist deze steek dan ook niet op als de hare, en ik zeker niet als de mijne, want ik vertaal alleen. Lucy heeft alleen wel een eigen interpretatie opgeschreven, met twee toeren voor elke streep en slechts drie verschillende steken.

Het is een fijn, dicht patroon dat zich goed leent voor kussentjes, maar zeker ook voor dekens. Het patroon is simpel en ik beloof je dat je maar weinig hoeft te tellen. Je moet wel een beetje wennen aan het wisselen tussen de steken, dus je moet je concentreren om te onthouden waar je bent in het ritme, maar het is heerlijk ontspannend en meditatief.


Haaknaaldgrootte en spanning

De standaard haaknaald voor Stylecraft Special DK is 4 mm. Na veel experimenteren is Lucy er echter achter gekomen dat het strakke golfpatroon beter werkt met een 5 mm haaknaald. Als je heel los haakt, is 4 mm waarschijnlijk wél geschikt.

Om erachter te komen wat voor jou het beste werkt, raad ik je ten zeerste aan om een proeflapje te maken. Doe jezelf een lol en maak een proeflapje! Het zal je helpen om de deken soepel te maken en de juiste grootte. Ook zorgt het ervoor dat je uitkomt met het garen als je het garenpakket besteld hebt voor de Mooreland CAL. Een klein proeflapje maken helpt ook bij het vertrouwd raken met het patroon.

Aan het eind van de tutorial staan een aantal tips over het bepalen van de totale lossenketting en het aantal herhalingen wat je kunt maken.


Steken

Dit strakke golfpatroon werkt met drie verschillende basissteken om de golfstructuur te bereiken.

Vaste [v] = naald in aangegeven steek, lusje ophalen, (twee lusjes op de naald), draad om de naald en door beide lusjes heen halen.

Half stokje [hstk] = draad om naald, naald in aangegeven steek, lusje ophalen (drie lusjes op de naald), draad om de naald en door alle drie de lusjes op de naald.

Stokje [stk] = draad om naald, naald in aangegeven steek, lusje ophalen (drie lusjes op de naald), draad omslaan en door twee lusjes halen (twee lusjes over op de naald), draad omslaan en door de laatste twee lusjes halen.


Strakke golf proeflapje 

De lossenketting voor dit patroon is altijd een veelvoud van 10, plus 1 extra om te keren. Als je begint met al hakend vasten opzetten, doe je een veelvoud van 10.

Voor het proeflapje: 31 lossen. (3 x 10, plus 1 extra).

Opzettoer 1: begin in de tweede lossen van de naald (zie naald in foto). 1 vaste in elke steek. (30 vasten).

Opzettoer 2: 3 lossen (telt als stokje). Negeer de eerste steek aan de basis van de lossen en begin in de tweede steek. Half stokje, half stokje, vaste, vaste, vaste, vaste, halfstokje, halfstokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, vaste, vaste, vaste, vaste, half stokje, half stokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, vaste, vaste. Je hebt nu nog vijf steken over. Werk daarin vaste, vaste, halfstokje, halfstokje, stokje.

Lucy dacht dat het zou helpen als je een grafische afbeelding zou krijgen van de patroonherhaling. De steken worden in paren gehaakt. Hieronder zie je toer 1 in het proeflapje. Hecht af. Het patroon is nu nog erg subtiel, dat hoort zo!

Het kan zijn dat je werk krult op dit punt. Probeer het ergens op vaste te pinnen zodat je het kunt meten. Bijvoorbeeld in het tapijt, of in een bankkussen. Het proefstukje zou nu ongeveer 19 cm breed moeten zijn.

Als je proeflapje als een regenboog krom staat, betekent dit meestal dat je lossenketting te strak is. Probeer het opnieuw, maar maak de lossenketting met een grotere haaknaald, maar wissel weer terug naar de gewone haaknaald voor je eerste rij.


Nieuwe kleur aanhechten:

Aan het eind van elke toer keer je je werk: je hecht altijd de nieuwe kleur aan aan de kant waar je de vorige toer hebt afgehecht.

Lucy denkt bij het wisselen van kleur niet aan knoopjes of vastzetten. Ze doet gewoon de haaknaald door de eerste steek en haalt een lusje op van de nieuwe kleur. Ze laat een staartje over van 10-15 cm om later weg te werken. Je moet dat staartje wel vasthouden als je de beginlossen maakt.

Alternatief kun je ook de laatste steek van de vorige toer afmaken door niet met dezelfde kleur de steek af te maken, maar door alvast met de nieuwe kleur de steek af te maken.


Nu begint het echte patroon. De volgende vier toeren worden eindeloos herhaald.

Toer 1 : twee lossen (telt als 1 vaste).

Vaste in volgende steek.

Halfstokje in elk van de volgende 2 steken.

Stokje in elk van de volgende twee steken.

Halfstokje in elk van de volgende 2 steken.

Vaste in elk van de volgende twee steken.

Ga zo door tot je bijna aan het einde bent.

Eindig met een vaste in de laatste echte steek en met een vaste in de derde beginlosse van de vorige toer (waar de naald zit in de foto). Hecht niet af maar keer je werk.

 

Toer 2: Deze toer is precies hetzelfde als toer 1.

2 lossen (telt als vaste). De eerste steek gaat daar waar de naald zit in onderstaande foto.

Werk weer in het volgende patroon: vaste, halfstokje, halfstokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, vaste, vaste, vaste, vaste, halfstokje, halfstokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, etc.

Eindig met een vaste in de laatste echte steek en met een vaste in de tweede beginlosse van de vorige toer.

 


Eindjes wegwerken

Lucy werkt haar draadjes het liefst meteen weg en ik kan je persoonlijk aanraden om dat ook te doen. Alle losse draadjes zitten je anders alleen maar in de weg en vormen een enorme uitdaging aan het eind van de deken. Het is wel verstandig om de laatste draad van de laatste toer te laten hangen, zodat je weet aan welke kant je gebleven bent als je je werk weg hebt gelegd. Het is niet heel eenvoudig bij dit patroon om te zien wat de goede of verkeerde kant van je werk is.

Doe het losse draadje door een stopnaald heen en doe de naald van onder naar boven door de laatste steken van de toer (zoals op de foto hierboven).

Ga vervolgens van links naar rechts door het midden van de laatste streep heen, zo’n 4 a 5 cm (foto hierboven).

Ga nu de andere kant weer op met je naald en draad, waarbij je het laatste stukje draad wegwerkt tot je aan de buitenkant van je deken uitkomt.

Door op deze manier van boven naar beneden en van links naar rechts en van rechts naar links te werken, heb je een goed gezekerd draadje. Door aan de buitenkant te eindigen, zorg je er ook voor dat er geen draadjes uit je deken steken.

Doe vervolgens het draadje van de streep eronder en werk deze weer van rechts naar links én van links naar rechts weg.

Knip de overgebleven draadjes af.


Toer 3: Draai je werk zodat het staartje van de draad van de vorige toer aan de rechterkant zit.

Hecht een nieuwe kleur aan en maak 3 lossen (telt als eerste stokje).

Halfstokje, halfstokje, vaste, vaste, etc. Werk weer volgens het onderstaande patroontje.

Je eindigt met twee halvestokjes en dan een stokje in de beginlosse van de vorige toer.

Je zou nu wel gewend moeten raken aan de volgorde van de steken, toch?

Soms is het moeilijk om in de beginlossen te haken en moet je een beetje friemelen (of grof geweld gebruiken).

Hecht niet af, maar keer je werk.

Toer 4: herhaal toer 3. Een handig ezelsbruggetje hier is dat de stokjes in je nieuwe toer tegenover de stokjes van de vorige toer moeten komen.

Nu is een goed moment om het te hebben over de steken die je maakt en waar ze komen ten opzichte van elkaar. De makkelijkste herkenbare steken zijn de stokjes, omdat ze de twee hoogste steken zijn in elk rijtje en omdat ze in het midden van de patroonherhaling zitten. Als je de terugkeertoer haakt, kun je dus regelmatig checken of je stokjes in de stokjes van de vorige toer gaan.

In het proeflapje is het makkelijk om het patroontje goed te doen, maar als je een brede deken maakt, dan kun je zo maar eens een steek overslaan. Leer jezelf daarom de goede gewoonte aan om bij de stokjes te checken of ze tegenover de stokjes zitten.

Toer 5: deze toer is hetzelfde als toer 1. Keer je werk en begin waar het staartje van de vorige toer zit.

Hecht niet af, maar keer om.

Toer 6: herhaal toer 2.

Dat was het patroon voor het proeflapje!

Je zou nu bekend moeten zijn met het patroon. Hou twee dingen in gedachten:

  1. Elke streep bestaat uit twee identieke rijen patroonherhaling, de steken komen dus precies op elkaar uit.
  2. De strepen wisselen af. De eerste streep begint met 2 lossen en een halve patroon herhaling, de tweede streep begint met 3 lossen en een hele patroonherhaling, de derde streep begint weer met 2 lossen en een halve patroonherhaling, de vierde met drie lossen, etc!

Nu moeten we kijken hoe groot je proeflapje is geworden en of de gekozen naald voor jou goed werkt. Je proeflapje zou nu ongeveer 19 centimeter breed moeten zijn. Het zou mooi plat moeten zijn zonder kromtrekken of krullen.

De hoogte van je proeflapje zou nu 6 cm moeten zijn. De golfjes moeten redelijk open lijken en platliggen en golfachtig zijn.

Toen Lucy haar proeflapje maakte met een 4 mm haaknaald waren de toeren te strak, ze leken in elkaar te krimpen en de hoogte van de deken was daardoor veel te laag. Met een 4.5 mm haaknaald bereikte ze hetzelfde. Uiteindelijk bleek ze met een 5 mm haaknaald meer ruimte te creëren voor de steken, waardoor ze mooier uitkomen. Het is moeilijk om uit te leggen, maar maak vooral een paar proeflapjes en vergelijk ze om te kijken welke het mooiste is. Het lijkt misschien veel werk, maar nu 3 of 4 keer 19×6 cm haken is alsnog veel sneller dan straks met een deken van 1.20 x 1 meter of iets dergelijks zitten die je niet mooi vindt! Probeer zo dicht mogelijk bij die 19×6 cm uit te komen voor het proeflapje als je kunt als je met hetzelfde materiaal werkt, dan weet je dat je genoeg uit je pakket kunt halen en dat de lengte/breedte-verhouding klopt.

 


Randen

Nu even over de randen. Ik ken veel hakers die zich zorgenmaken om het ‘wobbelige randjes syndroom’ dat veroorzaakt wordt door weinig haakervaring of wisselende strakte bij het haken. De bovenste foto laat de kant zien waar de toeren beginnen en eindigen en waar de staartjes zijn weggewerkt. Het is een beetje wobbelig, maar als je een rand toevoegt aan het einde, verdwijnen die bobbels.

De onderste foto laat de andere kant zien, die is heel strak geworden. Let erop dat je de keerlossen even strak haakt en dan komt jouw rand er ook zo uit te zien. Maak je niet druk als de randen er wel een beetje wobbelig uitzien, de uiteindelijke rand maakt een hoop goed!


Je hebt nu één of meerdere proeflapjes gemaakt, je hebt de juiste haaknaald gekozen en je hebt kennis gemaakt met het project. Nu gaan we bepalen hoe groot je lossenketting moet zijn, zodat je kunt gaan beginnen! Het beste is om te bepalen hoe breed je de deken wilt hebben en de lossenketting op te meten. Iedereen haakt anders en zeker met meer dan 150 steken is het lastig om van te voren precies de maat te bepalen. Ook als je met ander materiaal werkt is het beter om gewoon een lossenketting van gewenst formaat te haken, dan te tellen en aan te passen tot je een veelvoud van 10 plus 1 hebt. Hieronder volgen toch een aantal maten:

Als je één van Attic24’s garenpakketten gebruikt, heb je 15 keer 100 gram Stylecraft Special DK garen (link: Moorland pack), waarmee je een deken van 110 bij 170 cm kunt maken.

Eenpersoonsdeken van 120 cm breed: 181 lossen (18 patroonherhalingen).
Tweepersoonsdeken van 180 cm breed: 301 lossen (30 patroonherhalingen).
Tweepersoonsdeken van 210 cm breed: 351 lossen (35 patroonherhalingen).

Dit klinkt misschien ingewikkeld, maar probeer het gewoon uit en meet zelf even na!

Voor een kussentje van 45 centimeter zet je 81 lossen op voor 8 patroonherhalingen.


Mooreland deken – Strak golfpatroon 

Lossenketting is altijd een meervoud van 10 + 1.

Opzettoer 1: Gebruik kleur Cypress, 181 lossen. Begin in de tweede losse van de naald en haak in elke losse een vaste. Hecht niet af. (180 vasten).

Opzettoer 2: 3 lossen, halfstokje, halfstokje, vaste, vaste. Nu herhaal je het volgende patroon totdat er nog 5 steken overblijven: [vaste, vaste, halfstokje, halfstokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, vaste, vaste]. In de laatste vijf steken doe je vaste, vaste, halfstokje, halfstokje, stokje. Hecht af, laat een staartje van 10-15 cm over. Keer je werk zodat je staartje aan de rechterkant zit.

Toer 1: hecht met Lime aan in de bovenkant van het laatstgemaakte stokje. 2 lossen, vaste, halfstokje, halfstokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, vaste, vaste. Herhaal nu het volgende patroon, waarbij het laatste stokje in de derde beginlosse van de vorige toer zit: [vaste, vaste, halfstokje, halfstokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, vaste, vaste]. Hecht niet af, keer om.

Toer 2: 2 lossen, vaste, half stokje, half stokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, vaste, vaste. Herhaal nu het volgende patroon tot je aan de overkant bent: [vaste, vaste, halfstokje, halfstokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, vaste, vaste]. De laatste vaste zit in de tweede beginlosse van de vorige toer. Hecht af, laat een staartje van 10-15 cm over.

Toer 3: hecht aan met Khaki. 3 lossen, half stokje, half stokje, vaste, vaste. Herhaal nu het  volgende patroon tot je aan de overkant bent, eindig met één stokje in de bovenkant van de tweede beginlosse van de vorige toer: [vaste, vaste, halfstokje, halfstokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, vaste, vaste]. Hecht niet af maar keer om.

Toer 4: 3 lossen, halfstokje, halfstokje, vaste, vaste. Herhaal het patroon tot je aan de overkant bent: [vaste, vaste, halfstokje, halfstokje, stokje, stokje, halfstokje, halfstokje, vaste, vaste]. Eindig met een stokje in de derde beginlosse van de vorige toer. Hecht af en laat een staartje van 10-15 cm over.

Toer 5: Keer je werk zodat het staartje van toer 4 aan de rechterkant zit. Gebruik Meadow, herhaal toer 1. (Niet de opzettoer 1, maar toer 1!)

Toer 6: Herhaal toer 2.

Toer 7: Keer je werk zodat het staartje van toer 6 aan de rechterkant zit. Gebruik Pistachio, herhaal toer 3.

Toer 8: Herhaal toer 4.

Blijf het patroon herhalen, telkens toer 1-4.

Proeflapje klaar? Klik hier voor de kleurenvolgorde van de eerste week!

>> Kleureninformatie week 1 <<

 

10 Comments

  1. Jacq. 8 januari 2017 at 00:54 - Reply

    Prachtig patroon. Zin om te beginnen. Bedankt voor je heldere uitleg/vertaling!

    • Iris 8 januari 2017 at 15:20 - Reply

      Hoi Jacq!

      Dankjewel voor de complimenten. Met welke kleuren ga je ‘m maken?

      Met vriendelijke groet,

      Iris van Meer

      • Jacq 15 januari 2017 at 22:46 - Reply

        Allereerst van harte gefeliciteerd!
        Ik maak de deken met stylecraft DK.

Leave A Comment