Eindelijk is ‘ie daar dan: de Lotus Duster van Morale Fiber (de artiestennaam van Regina Weiss). Een prachtig, open, vest, die je in de maat small of large kunt haken. De tekst hieronder is een vertaling van het oorspronkelijke patroon van Morale Fiber.

LargeDuster3

Heel erg bedankt aan Danielle dat ze model voor me wilde zijn!!

Je kunt dit patroon in downloadbaar, printbaar formaat kopen op Ravelry of op Etsy voor 5.50 USD (ongeveer €6,50). De PDF versie heeft super veel foto’s (meer dan 100!) en er is ook een printvriendelijke versie met alleen maar tekst!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maar je kunt natuurlijk ook gewoon hieronder de gratis versie van dit patroon lezen!

Stevie9

Dit is de Lotus Mandala 2.0. Een aantal aanpassingen in deze tweede versie zijn dat ik de nek wat minder gegolft heb gemaakt en dat ik instructies heb toegevoegd over het haken van halve toeren, de mouwen meer precies heb beschreven, stekenaantallen heb toegevoegd voor elke toer van het vest en gewoon een heleboel algemene aanpassingen in de schrijfstijl. Oh en, ik vergeet het bijna, op veler verzoek…. Er is nu ook een LARGE maat! Jippie! Lees gauw verder voor het gratis patroon….

LargeDuster1


Lotus Mandala Duster

DusterCover1

Maat Small (Links) and Large (Rechts)

Over dit patroon:
Hoe lees je dit patroon: Het patroon is zwart voor de maat Small, met de wijzigingen voor de maat Large in blauw afgedrukt. Als er geen wijzingen zijn, gelden de aanwijzingen voor alle maten. De toeren die met “Extra” zijn aangegeven, zijn alleen voor de maat Large (Bijvoorbeeld: “Extra Toer 13.1”)

Sluiten van toeren: In dit patroon worden regelmatig halfstokjes en stokjes gebruikt om toeren te sluiten. Als je daar moeite mee hebt kun je deze Engelstalige (!) tutorial bekijken:https://moralefiber.blog/2017/07/24/chain-stitch-join-tutorial/

Kleurwisselingen: In dit patroon kun je je eigen kleurwisselingen plannen. Je knipt de oude kleur door en hecht af, dan hecht je de nieuwe kleur aan in de laatste steek (in de dichte toeren) of in de laatste lossenruimte (in de open toeren) van de toer.

Gebruikt garen: Voor de maat Small (zie linkerfoto op de cover) is gerecycled garen van truien gebruikt. Je kunt een Engelstalige tutorial vinden hoe je garen uit truien kunt hergebruiken: http://wp.me/p5Dj8T-3d

De maat Large (de rechterfoto op de cover) is gemaakt met het garen dat onder de “materialen” vermeld staat.

Materialen
5.5 mm haaknaald
Premier Cotton Fair (#2, 100 gram, 290 meter) – 6 bollen
Schaar en stopnaald

Spanning: 7,6 cm diameter na toer 3.

Afmetingen: SMALL: 57,2 cm radius (gemeten van het midden van het motief naar de onderrand); 127 cm diameter (gemeten van nek tot onderrand); Geschikt voor maximaal 91 cm omtrek op borsthoogte

LARGE: 67,3 cm radius (gemeten van het midden van het motief naar de onderrand);
134,6 cm diameter (gemeten van nek tot onderrand); Geschikt voor maximaal 106,7 cm omtrek op borsthoogte

Terminologie:
Stokje met laatste lus op de naald – sla de draad één keer om, steek de naald in de volgende ruimte of steek, trek een lusje op. Sla de draad om en haal door twee lusjes op de naald. (2 lusjes over: de originele en nog eentje van het stokje)

4stokjescluster
– Haak 4 stokjes, waarbij je de laatste lus op de naald houdt voor elk stokje. Sla de draad om en haal door alle 5 lusjes op de haaknaald.

3stokjescluster
– Haak 3 stokjes, waarbij je de laatste lus op de naald houdt voor elk stokje. Sla de draad om en haal door alle 4 lusjes op de haaknaald.

Schelp
– 2 halfstokjes, 1 stokje, 1 dubbelstokje, 1 stokje, 2 halfstokjes


Patroon

1. 8 vasten in een magische ring, trek de ring dicht, halve vaste in eerste vaste van de toer. – 8 vasten

2. 4 lossen – telt als eerste stokje + 1 losse. (Stokje in volgende vaste, 1 losse) 7 keer. Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten. – 8 stokjes + 8 ruimtes.

3. Halve vaste in volgende 1-lossenruimte, 2 lossen – telt als eerste stokje met laatste lus nog op de naald. Nog 3 stokjes in dezelfde steek waarvan je steeds de laatste lus op de naald laat. Sla de draad om en haal door alle vier de lussen. 3 lossen. (4stokjescluster in volgende 1-lossenruimte, 3 lossen) 6 keer. 4stokjescluster in volgende 1-lossenruimte, 1 losse. Halfstokje in bovenkant van eerste cluster om toer te sluiten. Zo komt je haaknaald in het midden van de lossenruimte uit. – 8 clusters + 8 ruimtes

4. 2 lossen – telt als eerste stokje met laatste lus nog op de naald, nog 3 stokjes in dezelfde ruimtes, laat de laatste lus steeds op de naald. Sla de draad om en haal door alle 4 de lussen op de naald. Je hebt nu je eerste 4stokjescluster gehaakt. 2 lossen. (4stokjescluster in volgende 3-lossenruimte, 2 lossen, 4stokjescluster in dezelfde ruimte, 2 lossen) 7 keer. 2 lossen, 4stokjescluster in volgende 3-lossenruimte, 1 halfstokje in eerste cluster. – 16 clusters + 16 ruimtes.

5. 2 lossen – telt als eerste stokje met laatste lus op de naald. Haak nog 3 stokjes in dezelfde ruimte, steeds met de laatste lus nog op de naald. Sla om en haal door alle 4 de lusjes heen. 3 lossen. (4stokjescluster in de volgende 2-lossenruimte, 3 lossen) 14 keer. 4stokjescluster in volgende 2-lossenruimte, stokje in bovenkant van eerste cluster. 16 clusters + 16 ruimtes.

6. 3 lossen – telt als eerste stokje, 2 extra stokjes in dezelfde ruimte, 3 lossen. (3 stokjes in volgende 3-lossenruimte, 3 lossen) 15 keer. Halve vaste in derde beginlosse. – 16 setjes van 3 stokjes + 16 ruimtes

7. Halve vaste in bovenkant van volgende stokje. (Volgende stokje overslaan. In volgende 3-lossenruimte: 2 halfstokjes, 1 stokje, 1 dubbelstokje, 1 stokje, 2 halfstokjes – schelp gehaakt. Volgende stokje overslaan, halve vaste in volgende stokje) 16 keer, Halve vaste in eerste halve vaste. – 16 schelpen.

8. 6 lossen – telt als eerste stokje + 3 lossen. Vaste in volgende dubbelstokje (in het midden van de schelp), 3 lossen. (Stokje in volgende halve vaste tussen schelpen, 3 lossen, vaste in volgende dubbelstokje, 3 lossen) 15 keer. Halve vaste in derde beginlosse. – 32 ruimtes.

9. 3 lossen. Sla de draad twee keer om, steek de naald in de volgende vaste en haal een lusje op. (Sla de draad om en haal door 2 lusjes op de naald) twee keer – je hebt nu een dubbelstokje gehaakt met de laatste lus nog op de naald. Dubbelstokje in volgende stokje, laat laatste lus op de naald – 3 lusjes op de naald. Sla de draad om en haal door alle 3 lusjes heen, 7 lossen. (In de laatste steek waar je het dubbelstokje van de 3samengehaaktedubbelstokjes haakte, haak je nu het eerste dubbelstokje van de volgende 3samengehaaktedubbelstokjes. 1 dubbelstokje met laatste lus overgelaten in volgende vaste, 1 dubbelstokje met laatste lus overgelaten in volgende stokje. Sla de draad om en haal door alle 4 de lusjes op de naald – 3samengehaaktedubbelstokjes gemaakt, 7 lossen) 15 keer. Halve vaste in eerste 3samengehaaktedubbelstokjes. – 16 3samengehaaktedubbelstokjes + 16 ruimtes.

DSC_1134

10. 4 lossen – telt als stokje + 1 losse. (4stokjescluster in volgende 7-lossenruimte, 2 lossen, 4stokjescluster in dezelfde ruimte, 2 lossen. 4stokjescluster in dezelfde ruimte, 1 losse. 1 stokje in volgende 3samengehaaktestokjes, 1 losse) 15 keer. 4stokjescluster in volgende 7-lossenruimte, 2 lossen, 4stokjescluster in dezelfde ruimte, 2 lossen. 4stokjescluster in dezelfde ruimte, 1 losse. Halve vaste in derde beginlosse. – 48 clusters + 16 stokjes.

11. (3 lossen, volgende ruimte en cluster overslaan, 4stokjescluster in volgende 2-lossenruimte, 2 lossen. Volgende cluster overslaan, 4stokjescluster in volgende 2-lossenruimte, 3 lossen. Volgende cluster en ruimte overslaan, halve vaste in volgende stokje) 15 keer. 3 lossen. Volgende ruimte en cluster overslaan, 4stokjescluster in volgende 2-lossenruimte, 2 lossen. Volgende cluster overslaan, 4stokjescluster in volgende 2-lossenruimte. Volgende cluster en ruimte overslaan, stokje in dezelfde steek als de halve vaste van de vorige toer – 32 clusters.

12. 3 lossen – telt als eerste dubbelstokje met de lus nog op de naald. Dubbelstokje met laatste lus nog op de naald in volgende cluster. Sla de draad om en haal door beide lussen heen – 2samengehaaktedubbelstokjes gehaakt. 4 lossen, 4stokjescluster in volgende 2-lossenruimte, 4 lossen. (Dubbelstokje met laatste lus nog op de naald in volgende cluster, 2 3-lossenruimtes overslaan, dubbelstokje met laatste lus op de naald in het volgende cluster, sla de draad om en haal door alle 3 lusjes. 4 lossen, 4stokjescluster in volgende 2-lossenruimte, 4 lossen) 15 keer. Halve vaste in eerste 2samengehaaktedubbelstokjes. – 16 clusters + 16 2samengehaaktedubbelstokjes + 32 lossenruimtes.

DSC_1164.jpg

13. Halve vaste in volgende 4-lossenruimte, 3 lossen – telt als eerste stokje. 4 stokjes in dezelfde ruimte. (1 stokje in volgende cluster, 5 stokjes in volgende 4-lossenruimte, 1 stokje in volgende 2samengehaaktedubbelstokjes, 5 stokjes in volgende 4-lossenruimte) 15 keer. 1 stokje in volgende cluster, 5 stokjes in volgende 5-lossenruimte, 1 stokje in volgende 2samengehaaktestokjes. Halve vaste in derde beginlosse. – 192 stokjes.

Extra Toer (Extra toeren zijn alleen voor maat LARGE) 13.1: 3 lossen – telt als eerste stokje. Stokje in volgende 22 steken. 2 stokjes in volgende steek. (Stokje in elk van de volgende 23 steken, 2 stokjes in volgende steek) 7 keer. Halve vaste in derde beginlosse. – 200 stokjes.

Extra Toer 13.2: 3 lossen – telt als eerste stokje. Stokje in elk van de volgende 23 steken, 2 stokjes in volgende steek. (Stokje in elk van de volgende 24 steken, 2 stokjes in volgende steek) 7 keer. Halve vaste in derde beginlosse – 208 steken.

14. 4 lossen – telt als stokje + 1 losse. Volgende stokje overslaan. (Stokje in volgende steek, 1 losse, volgende stokje overslaan) 95, 103 keer. Halve vaste in derde beginlosse. – 96 stokjes + 96 lossenruimtes, 104 stokjes + 104 lossenruimtes.

15. (Volgende 1-lossenruimte overslaan. Halfstokje in volgende stokje. Haak in dezelfde steek nog een stokje, 1 dubbelstokje, 1 stokje, 1 halfstokje – schelp gemaakt. Sla 1-lossenruimte over, halve vaste in volgende stokje) 48, 52 keer. Halve vaste in dezelfde steek als de halve vaste van de vorige toer. – 48 schelpen, 52 schelpen

Ik wissel altijd na toer 15 van kleur als ik van kleur wissel, anders zijn de mooie schelpjes moeilijker te zien na de volgende toer.

16. 3 lossen – telt als eerste stokje. Sla volgende steek over, halfstokje in volgende steek, 1 vaste in volgende steek (dit is het dubbelstokje van de vorige toer). (1 halfstokje in volgende steek, steek overslaan, stokje in volgende steek (dit is de halve vaste van de vorige toer), steek overslaan, halfstokje in volgende steek, vaste in volgende steek) 47, 51 keer. Halfstokje in volgende steek, volgende steek overslaan, halve vaste in derde beginlosse. 192, 208 steken

17. 5 lossen – telt als eerste stokje + 2 lossen. (Sla de volgende steek over, stokje in volgende steek, 2 lossen) 94, 102 keer. Sla volgende steek over, stokje in volgende steek, halfstokje in derde beginlosse. – 96, 104 ruimtes

Extra Toer 17.1 – 5 lossen – telt als eerste stokje + 2 lossen. (Stokje in volgende lossenruimte, 2 lossen) 102 keer. Stokje in volgende ruimte. Halfstokje in derde beginlosse – 104 ruimtes

18. Vaste in de ruimte gevormd door het halfstokje van de vorige toer. 3 lossen. (Vaste in volgende lossenruimte, 3 lossen) 94, 102 keer. Vaste in volgende lossenruimte, 1 losse, halfstokje in eerste vaste van de toer. – 96, 104 lossenruimtes

Toer 19-20: herhaal toer 18.

Extra Toer 20.1: Herhaal toer 18 nogmaals.

Mouw uitsparing: 

21. 3 lossen. (Stokje in volgende 3-lossenruimte, 1 losse, 1 stokje in dezelfde ruimte) 10 keer. 30 lossen, 33, sla de volgende 6, 7 3-lossenruimtes overslaan, (stokje in volgende lossenruimte, 1 losse, stokje in dezelfde ruimte) 10, 14 keer. 30 lossen, 33, volgende 6, 7 3-lossenruimtes overslaan, (Stokje in volgende lossenruimte, 1 losse, 1 stokje in volgende ruimte) 63, 65 keer. Stokje in volgende lossenruimte, 1 losse, halve vaste in derde beginlosse. 84, 90 1-lossenruimtes en 2 lange lossenruimtes waar de mouwen in komen.

DSC_1321

22. 3 lossen – telt als eerste stokje. Stokje in volgende stokje, (3 stokjes in volgende 1-lossenruimte, 1 stokje in elk van de volgende 2 stokjes) 9 keer. 3 stokjes in volgende 3-lossenruimte, 1 stokje in volgende stokje, 1 stokje in elk van de volgende 30, 33 lossen. Stokje in volgende stokje, (1 stokje in volgende lossenruimte, stokje in elk van de volgende 2 stokjes) 9, 13 keer**. Stokje in volgende ruimte, stokje in volgende stokje. Stokje in elk van de volgende 30, 33 lossen. Stokje in volgende stokje, (3 stokjes in volgende 1-lossenruimte, 1 stokje in elk van de volgende 2 stokjes) 63, 65 keer. 3 stokjes in volgende 3-lossenruimte, halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten –  460, 488 steken.

**Je kunt de armgaten verder of dichter bij elkaar haken voor jouw maat, dan veranderd deze hoeveelheid. Let op dat elke V-steek tussen de armgaten 1 stokje per ruimte moet hebben, niet 3 zoals de rest van de toer.

23. 3 lossen – telt als eerste stokje. (3 steken overslaan, 1 stokje in volgende steek. 3 lossen, 1 stokje in dezelfde steek) 114, 121 keer. 3 steken overslaan, stokje in volgende steek, 1 losse. Halfstokje in derde beginlosse.– 115, 122 V-steken

24. 3 lossen – telt als eerste stokje. (Stokje in volgende lossenruimte, 3 lossen, stokje in dezelfde ruimte) 114, 121 keer. Stokje in volgende lossenruimte, losse, halfstokje in derde beginlosse.– 115, 122 V-steken

25. Vaste in ruimte die je net gemaakt hebt met het halfstokje, 4 lossen. (Vaste in 3-lossenruimte, 4 lossen) 113, 120 keer. Vaste in volgende 1-lossenruimte, stokje in eerste vaste van deze toer. – 115, 122 lossenruimtes.

26. Vaste in ruimte die gemaakt is door je laatst gehaakte stokje, 4 lossen. (Vaste in volgende lossenruimte, 4 lossen) 113, 120 keer. Vaste in volgende lossenruimte, 1 losse, stokje in eerste vaste van deze toer. – 115, 122 lossenruimtes

27. Vaste in dezelfde ruimte, 5 lossen. (Vaste in volgende ruimte, 5 lossen) 113, 120 keer. Vaste in volgende ruimte, 2 lossen, stokje in eerste vaste van de toer. – 115, 122 lossenruimtes

28-30. Herhaal toer 27.

Extra Toer 30.1-30.2: Herhaal toer 27 nog twee keer.

31. Vaste in dezelfde ruimte, 6 lossen. (Vaste in volgende ruimte, 6 lossen) 113, 120 keer. Vaste in volgende ruimte, 3 lossen, stokje in eerste vaste van toer. – 115, 122 lossenruimtes

Extra Toer 31.1: Herhaal toer 31

32. Vaste in dezelfde ruimte, 6 stokjes in volgende vaste – één boog gemaakt. (Vaste in volgende 6-lossenruimte, 6 stokjes in volgende vaste) 114, 121 keer, halve vaste in eerste vaste van deze toer. – 115, 122 bogen

33. 5 lossen – telt als eerste stokje + 2 lossen. 2 steken overslaan, vaste in volgende steek (het derde stokje van de boog), 1 losse, vaste in volgende stokje, 2 lossen. (2 steken overslaan, stokje in volgende vaste, 2 lossen. 2 steken overslaan, vaste in derde stokje van volgende boog, 1 losse, vaste in volgende stokje, 2 lossen) 113, 120 keer. 2 steken overslaan, stokje in volgende vaste, 2 lossen, 2 steken overslaan, vaste in derde stokje van volgende boog. Losse, vaste in volgende stokje, halfstokje in derde beginlosse – 345, 366 lossenruimtes.

34. 4 lossen – telt als eerste halfstokje + 2 lossen (Halfstokje in volgende 2-lossenruimte, 2 lossen, halfstokje in volgende 1-lossenruimte, 2 lossen, halfstokje in volgende 2-lossenruimte, 2 lossen) 114, 121 keer. Halfstokje in voglende 2-lossenruimte, 2 lossen, halfstokje in volgende 1-lossenruimte, halfstokje in tweede beginlosse. – 345, 366 lossenruimtes

Werk de volgende toeren alleen in de bovenste helft:

35. 3 lossen. (Stokje in volgende 2-lossenruimte, 1 losse, stokje in dezelfde ruimte) 171, 191 keer. 3 lossen, halve vaste in volgende 2-lossenruimte. 3 lossen, keer om – 171, 191 V-steken

DSC_1379

36. Eerste 3-lossenruimte overslaan. Haak een stokje, met de laatste lus op de haaknaald, in de volgende 1-lossenruimte. Haak nog 2 stokjes met de laatste lus op de haaknaald in dezelfde ruimte. Sla de draad om en haal door alle 4 de lussen op de haaknaald – 3stokjescluster gehaakt. 2 lossen. (3stokjescluster in volgende 1-lossenruimte, 2 lossen) 169, 189 3stokjescluster in volgende 1-lossenruimte, 3 lossen. Volgende lossenruimte overslaan, halve vaste in volgende halfstokje. 3 lossen, keer om.– 171, 191 3stokjesclusters

DSC_1383

Haak de volgende toer over de gehele rand van de trui.

37. 3 stokjes in eerste 3-lossenruimte, (3 stokjes in volgende 2-lossenruimte) 171, 191 keer. 3 stokjes in volgende 3-lossenruimte. (3 stokjes in volgende 2-lossenruimte) 172, 173 keer. 3 stokjes in volgende lossenruimte. Halve vaste in derde beginlosse. – 1036, 1101 stokjes.

DSC_1388

Hecht af en werk de draadjes weg.

Mouwen

Stap 1: Hecht het garen aan in de binnenkant van het armgat, aan de kant van het laatste stokje voor het armgat van toer 21. 3 lossen – telt als eerste stokje. 1, 2 extra stokjes in de zijkant van het stokje. 2, 3 stokjes in elk van de volgende 8, 9 lossenruimtes – inclusief de ruimtes waar de V-steken van Toer 21 in gehaakt zijn. 2, 3 stokjes in de zijkant van het andere toer 21 stokje aan de overkant van het armgat. Stokje in de basis van alle 30, 33 lossen. Halve vaste in eerste stokje om toer te sluiten. – 50, 66  stokjes

 DSC_1393

Stap 2. 4 lossen – telt als eerste stokje + 1 losse. Volgende steek overslaan. (Stokje in volgende steek, 1 losse, volgende steek overslaan) 23, 31 keer. Stokje in volgende steek, halfstokje in derde beginlosse om toer te sluiten. – 25, 33 1-lossenruimtes.
 DSC_1397

Stap 3. 4 lossen – telt als eerste stokje + 1 losse. (Stokje in volgende ruimte, 1 losse) 23, 31 keer. Stokje in volgende steek, halfstokje in derde beginlosse om toer te sluiten.– 25, 33 lossenruimtes.

Na een paar toeren op deze manier gehaakt te hebben, wissel dan naar een kleinere haaknaald als je wilt. Ik ben naar een haaknaald 4,5 overgestapt, zodat de mouw strak om mijn arm heen paste.

Herhaal toer 3 tot je 23 toeren hebt gehaakt in totaal voor de mouw, of tot de mouw net onder je elleboog komt.

Zoek de lossenruimte die middenop de achterkant van je elleboog valt en markeer deze. (Voor mij de 14e ruimte, en de 17e bij maat large) Dit wordt de plek waar je gaat meerderen.

Stap 4. 4 lossen – telt als stokje + 1 losse. (Stokje in volgende lossenruimte, 1 losse) tot je de markering bereikt. (Stokje, 1 losse) 4 keer in deze ruimte. De middelste lossenruimte is nu weer het midden waar je straks in gaat meerderen. (Stokje in volgende ruimte, 1 losse) voor de rest van de mouw, eindig met een halfstokje in de derde beginlosse.

Herhaal toer 4 tot de korte kant van de mouw ongeveer in het midden van je onderarm valt (11 toeren voor mij).

DSC_1415DSC_1418

Stap 5. 4 lossen – telt als eerste stokje + 1 losse. (Stokje in volgende ruimte, 1 losse) tot je de ruimte vóór de markering bereikt. (Stokje, 1 losse) 4 keer in volgende ruimte – eerste meerdering gemaakt. (Stokje, 1 losse) 4 keer in de ruimte van de markering – tweede meerdering gemaakt. (Stokje, 1 losse) 4 keer in de ruimte ná de markering. De middelste lossenruimte van de middelste markering is nu de nieuwe meerderplek. (Stokje in volgende lossenruimte, 1 losse) voor de rest van de mouw, eindig met een halfstokje in de derde losse om de toer te sluiten.

DSC_1424

Hier boven zie je de drie meerderingen naast elkaar na stap 5, steeds met het midden van eke meerdering gemarkeerd.

Stap 6. 4 lossen – telt als eerste stokje + 1 losse. (Stokje in volgende lossenruimte, 1 losse) tot je het midden van de meerdering vóór de middelste meerdering bereikt. (Stokje, 1 losse) 4 keer in de middelste ruimte van die meerdering, stokje + 1 losse tussen de middelste ruimtes. (Stokje, 1 losse) 4 keer in de middelste ruimte van de volgende meerdering, stokje + 1 losse tussen de middelste ruimtes. (Stokje,1 losse) 4 keer in de middelste ruimte van de derde meerdering. De middelste ruimte van de middelste meerdering is weer het centrum van de meerdering voor de volgende toer. (Stokje in volgende ruime, 1 losse) rondom, eindig met halfstokje in derde beginlosse.

 DSC_1426

(Maak dus steeds een 3-lossenruimte meerdering in het midden van elke eerdere meerdering, stokje + 1 losse in elke andere ruimte).

Stap 7. 4 lossen – telt als eerste stokje + 1 losse. (Stokje in lossenruimte, 1 losse) herhaal rondom, eindig met een halfstokje in de derde beginlosse om de toer te sluiten.

Herhaal stap 7 tot je de gewenste lengte hebt bereikt.

Stap 8. 3 lossen, 1 stokje in dezelfde ruimte, 1 stokje in het volgende stokje. (2 stokjes in lossenruimte, 1 stokje in volgende stokje) herhaal rondom. Halve vaste in derde beginlosse.

-Als je nog meer golfjes wilt, kun je nog meer stokjes per lossenruimte doen.

– Als je extra lengte of detail wil, herhaal dan toer 8 en volg dan de instructies voor toer 9 en 11.

 Stap 9. 3 lossen – telt als eerste stokje. 1 stokje in elke steek. Halve vaste in derde beginlosse.

Stap 10: 4 lossen – telt als eerste stokje + 1 losse. Volgende steek overslaan. (Stokje in voglende steek, 1 losse, volgende steek overslaan) herhaal rondom. Halve vaste in derde beginlosse om toer te sluiten.

Stap 11. 1 losse – telt als eerste vaste. Vaste in volgende ruimte. (Vaste in volgende stokje, vaste in volgende ruimte) herhaal rondom. Halve vaste in beginlosse.

Knip garen door en hecht af. Herhaal voor de mouw aan de andere kant. Denk eraan dat als je de mouw op dezelfde plek start, je alsnog even moet meten om de plek te vinden op de elleboog voor stap 4, het kan best een andere plek zijn dan voor de eerste mouw.

Werk alle draadjes weg.

Bandjes:

Begin met de schelp onder het laatste cluster aan het eind van toer 36, markeer deze. Herhaal aan de andere kant. Leg de duster met de verkeerde kant naar je toe (de binnenkant dus) en maak het garen vast aan de rand van de gemarkeerde schelp. Halve vaste in elke steek van de schelpen tot je bij de andere markering aan komt. Werk niet te strak. Hecht garen af en werk de draadjes weg.

Let op: voor de grotere maat kan het zijn dat je halve vasten toer verplaatst naar de allerlaatste toer zodat je over de hele breedte kunt knopen. Test het even voor je beslist! 

DSC_1436

In bovenstaande foto zie je de halve vasten die de schelpen verstevigen ter voorbereiding voor het vastmaken van de bandjes. Ik heb ze in een contrasterende kleur gehaakt voor de foto, maar ik zou ze met dezelfde witte kleur maken als de rest van de duster.

Zoek de middelste schelp tussen de twee gemarkeerde schelpen in. Deze schelp moet op het midden van je rug vallen als je de duster aan doet – zo niet, plaats ‘m daar dan wel! 

Doe de duster aan en bepaal waar je de bandjes wilt hebben en markeer die schelpen. Doe de duster uit en zorg dat de plaatsing symmetrisch is. Ik vind het leuk om 3-4 bandjes aan elke kant te plaatsen, met 3-4 schelpen ertussen.

Knip 6 draden af van ongeveer 1 meter lang. Vouw ze dubbel en trek ze door de middelste halve vaste van de eerste schelp aan beide kanten. Trek de uiteinden door de lus en trek stevig aan. Deel op in 3 bundels van 4 draden en vlecht ze. Hecht af. Knip nog 6 draden a fen herhaal het proces voor elke gemarkeerde schelp rondom.

DSC_1439DSC_1443

Zorg dat je alle draadjes wegwerkt en blok het vest als je dat wilt. Gefeliciteerd met je nieuwe Lotus Mandala Duster! <3

(Je mag het resultaat van dit patroon verkopen, als je als individuele artiest werkt. Bedrijven dus niet. Gebruik ook je eigen foto’s en gebruik alsjeblieft een link naar het originele patroon én naar deze Nederlandse vertaling!)

Nog meer foto’s!

LargeDuster2LargeDuster5LargeDuster7

En ik heb er eindelijk ook eentje voor mezelf gemaakt, als verjaardagscadeautje!

Duster3Duster5Duster7Duster2

Als je dit patroon leuk vond, deel dan eens een foto op Ravelry! Of via de Facebookpagina van Morale Fibers, of van Een Mooi Gebaar. Het is super leuk om jullie projecten te zien!