Haakencyclopedie: Aan elkaar haken – Halve vasten

/, Haaksteken, Haken, Knutselprojectjes/Haakencyclopedie: Aan elkaar haken – Halve vasten

Haakencyclopedie: Aan elkaar haken – Halve vasten

In deze tutorial leer je om haakwerkjes aan elkaar te zetten met halve vasten. Dat heeft aan de voorzijde een vrijwel onzichtbaar effect en ook aan de achterzijde is weinig te zien van het aan elkaar zetten. In deze tutorial werk ik met wit, om duidelijk aan te geven wat ik doe, maar ik kan je aanraden om een onopvallende kleur te kiezen als je voor deze methode van aan-elkaar-zetten kiest. Daarnaast werk ik met vierkantjes, maar kan je op deze manier ook hexagonnen of driehoekjes of nog andere prachtige vormen aan elkaar zetten.

Je hebt voor deze methode een haaknaald nodig die even groot is als of een half maatje groter is dan waar je de vierkantjes of andere projectdelen mee gehaakt hebt. Daarnaast heb je een bolletje nodig van de kleur die je wilt gaan gebruiken voor het in elkaar zetten. Een schaar en een stopnaald zorgen ervoor dat je van je uiteindjes afkomt.

Steekmarkeerders

Steekmarkeerders kunnen handig zijn, zodat je van te voren de projectdelen al aan elkaar kunt zetten. Zo kun je spelen met de verdeling van de kleuren, zonder dat je meteen al dingen vastmaakt (en dus eventueel weer uit moet halen).

Als je een goede volgorde besloten hebt, maak je één of meerdere foto’s. Zo kun je altijd terugzien wat je bedacht had, ook nadat je de steekmarkeerders verwijderd hebt. Maak nu de keuze of je begint met de horizontale lijnen of de verticale lijnen. Het maakt niet uit, maar je moet het voor jezelf wel duidelijk hebben.

Stekenaantal

Als je met vierkantjes werkt van verschillende patronen met verschillende stekenaantallen per zijde, moet je zelf een beetje sjoemelen met steken samenhaken of overslaan. Dit valt, zeker bij een bonte deken met verschillende patronen, eigenlijk niet op. Tel dan voor je begint met aan elkaar naaien de steken van elke zijde van de verschillende vierkantjes en hou er rekening mee met het aan elkaar haken. Heeft het ene vierkant 20 steken en het andere vierkant 18 aan een zijde? Zorg dan dat je bij het ene vierkant twee steken netjes verdeeld overslaat of samenhaakt.

Goede en verkeerde kant

Voor deze methode is het belangrijk om te weten wat de goede en de verkeerde kant van je werk is. De goede kanten herken je door de duidelijk zichtbare V-tjes. In onderstaande foto liggen beide vierkanten met de goede kant naar boven. De zichtbare kant is dus de goede kant van het werk.

In onderstaande foto zie je de duidelijke V-tjes langs de rand niet. Dit komt omdat daar de verkeerde kanten van de vierkanten zichtbaar zijn. Kijk goed per vierkant wat de goede en verkeerde kant is en knoop desnoods een contrasterend draadje aan de goede kant om er altijd zeker van te zijn dat je de blokjes goed aan elkaar zet.

Voor dit project leg je de vierkanten met de goede kanten tegen elkaar, zodat je aan de verkeerde kant werkt. Dit zorgt ervoor dat de zichtbare naad aan de achterkant van je werk te zien is. Aan de voorkant is de naad dan nagenoeg onzichtbaar, zeker als je met een kleur werkt die overeenkomt met de kleuren van je project.

Je haakt deze halve vasten naad in de buitenste lussen van je werk. Als je naar bovenstaande foto kijkt, zie je op elk vierkant V-tjes aan de rand. Voor het roze vierkant is het bovenste lusje van de V het buitenste lusje, voor het blauwe vierkant is het onderste lusje van het V-tje op de foto het buitenste lusje.

Eerste naad

Steek de naald in de hoek door de buitenste lusjes van beide vierkantjes heen. Sommige grannies zullen een hoekruimte hebben, andere een steek, dat is allebei prima.

Zet de draad vast met een halve vaste. De twee vierkantjes zitten nu aan elkaar vast.

Nu ga je steeds een halve vaste maken door de buitenste lusjes van beide vierkanten heen. Zorg ervoor dat je niet te strak haakt, dan gaat het trekken. Door alleen de buitenste lusjes te gebruiken is de naad trouwens nóg onzichtbaarder. In onderstaande foto is de naad te zien vanaf de onderkant (dus de verkeerde kant van de vierkantjes). Doordat de naad wit is, ie ie heel duidelijk te zien, maar als het een “passende” kleur zou zijn, is het al een stuk minder duidelijk. De laatste halve vaste maak je weer in de hoekruimtes of hoeksteken van beide vierkantjes. Je hecht niet af, je kunt namelijk door met de draad en met de volgende blokjes.

Je naad ziet er nu van de achterkant uit zoals het plaatje hierboven, in het plaatje hieronder zie je de voorkant (zonder de laatste halve vaste).

De tweede en volgende naad

Dit proces herhaal je eigenlijk voor al je vierkantjes. Je zoekt nu de vierkantjes die onder je huidige vierkantjes horen, zodat je de naar door kunt haken.

Je begint weer door de buitenste lusjes van de hoeksteken van beide vierkanten. Vervolgens haak je in elke corresponderende steek van de twee vierkantjes een halve vaste, tot je bij het einde van de zijde aan bent gekomen. Daar leg je dan weer de twee volgende vierkantjes neer en zo ga je verder.

Een reepje van zes vierkantjes ziet er dan van de voorkant zoals onderstaande foto uit. Je ziet dat de naad moeilijk zichtbaar is en dat terwijl deze in een felle contrasterende kleur gemaakt is.

Als je aan het einde van een naad bent gekomen, hecht je af. Dit hoeft dus niet na elk blokje, maar wel na een hele rij of kolom. Werk het uiteindje stevig weg, het is immers belangrijk dat je project goed in elkaar blijft zitten.

Nu ga je door met de volgende lijn in dezelfde richting. In dit voorbeeld heb ik een blokje van 3 bij 3 en dus 9 vierkantjes aan elkaar vastgezet. Naast het effen roze vierkantje, het spiraal en de open blauwe, kwam nog een rij van 3 vierkantjes, beginnende met de ster. In dit geval haak je dus steeds één nieuw vierkantje aan je project vast. Het sterretje haak je aan het effen vierkantje, dat immers al aan de traditionele granny vastzit.

Kruisende lijnen

De twee verticale naden zijn af, tijd om aan de horizontale naden te beginnen. Die gaan op exact dezelfde manier, met het enige verschil dat de blokjes nu al aan andere blokjes vastzitten én dat je steeds andere naden moet kruisen.

Voor het kruisen van de naden maak je eerst een halve vaste in de buitenste lusjes van beide vierkanten waar je de naad al gemaakt hebt. Dit kan even zoeken zijn, vaak zit deze steek erg onder de reeds gemaakte kruisende naad.

Vervolgens maak je een halve vaste in de hoeksteken van de volgende vierkantjes. Ook hier moet je even kijken dat je echt de hoeksteken pakt. Als je de hoeksteken overslaat, krijg je een vreemd gat in je naden, dat van de achterkant niet zo goed te zien is, maar van de voorkant des te beter. Draai je werk dan ook regelmatig even om om te kijken of alles er nog goed uitziet. Het is zonde van al het werk aan de blokjes als het bij het in elkaar zetten alsnog lelijk wordt.

Werk structureel op deze wijze al je verticale en horizontale naden af, tot je al je vierkantjes aan elkaar gezet hebt.

Je hebt dan een lappendeken van vierkantjes (of hexagonnen, of driehoeken, of andere vormen), waar nagenoeg geen naad zichtbaar is.

Voorkant

Aan de achterkant is het wél zichtbaar dat je de vierkantjes aan elkaar gezet hebt. Wil je dat helemaal niet? Naai ze dan met deze methode aan elkaar (link volgt).

Achterkant

 

Veel haakplezier! Heb je nog vragen? Stel ze gerust!

 

 

 

 

 

 

 

By |2018-12-06T08:59:56+00:00september 23rd, 2017|Haakencyclopedie, Haaksteken, Haken, Knutselprojectjes|0 Comments

About the Author:

Leave A Comment