Instructies Dutch Rose CAL – Motief 1

De hele en halve hexagon motieven worden met de kleuren gemaakt zoals beschreven in deze blogpost. De motieven worden met een whipstitch aan elkaar gezet, houd dus aan het eind van je motief een lange draad voor over.

Motief 1 (Volledige Roos Bloem Hexagon)

2stokjescluster (draad om de naald, naald in steek/lossenruimte, draad om naald, lusje op trekken, draad om naald, door twee lusjes heen halen) 2 keer, draad omslaan, haal door alle lusjes in één keer.

Begincluster (beginstokje, stokje) – telt als 1 cluster – Let op: het beginstokje telt hier niet als steek. Als je hier de toer eindigt, ga dan met een halve vaste in het stokje.

Beginstokje (vaste, 1 losse) – telt als stokje

Begin grote schelp Allemaal in dezelfde lossenruimte: [begincluster, (2 lossen, cluster) 2 keer]

Begin kleine schelp Allemaal in dezelfde lossenruimte: (begincluster, 3 lossen, cluster)

Grote schelp Allemaal in dezelfde lossenruimte: [(cluster, 2 lossen) 2 keer, cluster]

Kleine schelp Allemaal in dezelfde lossenruimte (cluster, 3 lossen, cluster).

Speciale 2samengehaaktestokjes Sla de draad om de naald, steek de naald onder de lossenruimte en haal een lusje op, sla de draad om en haal door 2 lusjes op de naald, sla de draad om en steek de naald in de laatste vaste, sla de draad om de naald en haal een lusje op, sla de draad om en haal door 2 lusjes op de naald, sla de draad om en haal door alle drie de lusjes op de naald.

Toer 1

Schuiflus, 3 lossen, halve vaste in eerste losse om ring te vormen. In de ring: begin*(2stokjescluster, 2 lossen) x 6*. Halve vaste in eerste stokje.

Toer 2

(Beginstokje, 3 stokjes) in 2-lossenruimte, 5 stokjes in volgende 5 lossenruimtes, stokje in eerste lossenruimte, halve vaste in beginstokje. [30 stokjes].

Toer 3

(Beginstokje, 2 lossen, stokje) in volgende steek. *1 losse, 1 steek overslaan, stokje in 2 steken, 1 losse, 1 steek overslaan, (stokje, 2 lossen, stokje) in volgende steek. Herhaal vanaf * 5 keer, laatste (stokje, 2 lossen, stokje) overslaan, halve vaste in beginstokje. [24 stokjes, 6 2-lossenruimtes, 12 1-lossenruimtes]

Toer 4

Begin grote schelp in 2-lossenruimte, *1 losse, stokje in volgende 2 steken, 1 losse, grote schelp in 2-lossenruimte. Herhaal van * 5 keer, laatste grote schelp overslaan, halve vaste in begincluster. [6 grote schelpen, 12 stokjes, 12 lossenruimtes].

Toer 5

*(vaste in 2-lossenruimte, 3 lossen) 2 keer, vaste in 1-lossenruimte, vaste in volgende 2 stokjes, vaste in 1-lossenruimte, 3 lossen. Herhaal vanaf * 5 keer, halve vaste in eerste vaste. [36 vasten, 18 1-lossenruimtes]

Toer 6

Begin kleine schelp in 3-lossenruimte, (grote schelp in voglende 2 lossenruimtes, kleine schelp in volgende lossenruimte) 6 keer, laatste kleine schelp overslaan, halve vaste in begincluster, hecht af. [12 grote schelpen, 6 kleine schelpen]

Let op: de 3-lossenruimtes van de kleine schelpen zijn de 6 hexagon hoeken.

Toer 7

Keer het motief om naar de verkeerde kant. Werk deze toer met de verkeerde kant naar je toe. Hecht het garen aan met een halve vaste om een vaste van toer 5. *(vaste om vaste, 3 lossen) 2 keer, 2 vasten overslaan, (vaste om volgende vaste, 3 lossen) 2 keer. Herhaal vanaf * 5 keer, halve vaste in eerste vaste, keer terug naar goede zijde. [24 vasten, 24 lossenruimtes].

Toer 8

Werk deze toer in de lossenruimtes van toer 7. (Beginstokje, 2 lossen, 2 stokjes) in 3-lossenruimte, *3 stokjes in volgende 3 3-lossenruimtes, (2 stokjes, 2 lossen, 2 stokjes) in volgende lossenruimte. Herhaal vanaf * 5 keer, laatste (2 stokjes, 2 lossen, 2 stokjes) overslaan. Stokje in eerste lossenruimte om hoek af te maken, halve vaste in beginstokje. [78 stokjes, 6 lossenruimtes].

Toer 9

*(vaste, 3 lossen, vaste) in 2-lossenruimte, 3 lossen, 2 steken overslaan, vaste, 3 lossen, 1 steek overslaan, vaste, 3 lossen, 1 steek overslaan, special-vaste om toer 6 vast te zetten op de volgende manier: voordat je de vaste in de volgende steek maakt, steek je je naald tussen de twee grote schelpen van toer 6. Steek dan de naald door de volgende vaste van toer 8 om je vaste te maken. Je maakt nu een V-tje in toer 6, waardoor je deze vast zet. (3 lossen, 1 steek overslaan, vaste) 2 keer, 3 lossen. Herhaal vanaf * 5 keer, halve vaste in eerste vaste. [56 vasten (waarvan 6 speciale vasten), 56 lossenruimtes].

Toer 10

(Beginstokje, 2 lossen, 2 stokjes) in hoekruimte. *2 stokjes in volgende 6 lossenruimtes, (2 stokjes, 2 lossen, 2 stokjes) in hoekruimte, herhaal vanaf * 5 keer, sla daarbij de laatste (2 stokjes, 2 lossen, stokjes) over. Stokje in eerste hoekruimte om de hoek af te maken, halve vaste in beginstokje. [96 stokjes, 6 lossenruimtes].

Toer 11

(3 vasten in 2-lossenruimte, vaste in volgende 16 stokjes tot de volgende hoek) 6 keer. Halve vaste in eerste vaste, hecht af maar laat een lange draad over om straks de motieven mee aan elkaar te kunnen zetten. [114 vasten].

LINKS

Dutch Rose CAL – Motief 1

Dutch Rose CAL – Motief 2

Dutch Rose CAL – Motief 3

Dutch Rose CAL – Motief 4