Je navel is eigenlijk een litteken of overblijfsel op de plek waar de navelstreng je, in de buik van je mama, van eten en zuurstof voorzag. Maar wat doet zo’n navelstreng eigenlijk? En wanneer knip je ‘m door na de geboorte? Daarover in deze blog meer!

BRON: https://www.studiobiologie.nl/KB1/K12_06/uitleg2.html

De navelstreng heeft 9 maanden lang je kindje aan de placenta verbonden. De navelstreng bestaat uit 3 vaten: 1 aanvoerende (rood in afbeelding) en 2 afvoerende (blauw in afbeelding). Via het aanvoerende vat wordt zuurstofrijk bloed aangevoerd, gevuld met alle voedingstoffen die je kindje nodig heeft. De vaten zitten om elkaar heengedraaid en worden beschermd door een gelei, die ervoor zorgt dat er geen knikken in kunnen komen. Als je kindje geboren is, zit de navelstreng nog vast aan de placenta (en natuurlijk aan de navel). De kleur van de navelstreng is dan nog blauw (zie onderstaande foto), de vaten zijn duidelijk zichtbaar en de navelstreng pulseert. Dit pulseren kun je zelf heel goed voelen als je je hand om de navelstreng houdt. Het lichaam heeft namelijk een mooi trucje: een deel van het bloed van de baby zit nog in de navelstreng en placenta, daardoor is de baby kleiner als het door het geboortekanaal heen gaat. Naar schatting eenderde van het bloed van de baby, met alle zuurstof, vitamines en andere belangrijke stoffen, zit dus nog níet in de baby als deze geboren wordt.

Door te wachten tot de navelstreng is uitgeklopt, en er dus geen bloed meer van de placenta naar het kindje gaat, krijgt je kindje al zijn of haar eigen bloed mee bij de geboorte. Op onderstaande foto zie je het verloop van een ongeklemde of ongeknipte navelstreng: op plaatje 1 is de baby nét geboren, 15 minuten later zie je plaatje 6.

Waarom uitkloppen

Hartstikke handig dus, als dat bloed van de baby ook ín de baby terecht komt. Helaas is het nog niet standaard in veel ziekenhuizen en verloskundigenpraktijken om laat af te navelen. Met direct afnavelen wordt in deze tekst het binnen 30 seconden doorknippen van de navelstreng bedoeld. Verschillende onderzoeken houden verschillende definities van “laat afnavelen” aan. In een onderzoek bij zeer premature babies (< 32 weken zwangerschap) wordt bijvoorbeeld over snel afnavelen gesproken binnen 5 tot 10 seconden en laat afnavelen binnen 30-45 seconden na de geboorte van de baby. Persoonlijk zou ik pas van “laat” afnavelen spreken als de navelstreng er zo uit ziet als op plaatje 6 en hoe lang dat duurt, verschilt van baby tot baby en van zwangere tot zwangere. Minimaal een half uur is niet onredelijk.

Er worden allerlei bezwaren aangedragen tegen het uitstellen van het knippen van de navelstreng, waarvan ik er hier een aantal zal ontkrachten.

Mythe 1: Het duurt te lang om te wachten met uitkloppen

Bij geboorte zit dus nog ongeveer eenderde van het bloed van het kindje nog in de navelstreng en placenta. Na 1 minuut is de helft daarvan overgedragen naar de baby, na 3 minuten is 90% daarvan overgedragen naar de baby. Bij een kindje wat slecht ademt en wat moeite heeft met op aarde landen, is het júist heel belangrijk dat ie nog zuurstofrijk bloed krijgt en een ademkapje kan ook op de buik van de mama opgezet worden.

Mythe 2: Direct afnavelen voorkomt heftige nabloedingen bij de moeder

Uit verschillende grote studies, waaronder een review uit 2009 van 5 onderzoeken waar meer dan 2200 vrouwen aan meededen, werd geen significant verschil gevonden in nabloedingen bij vrouwen waarbij direct of pas later werd afgenaveld.

Mythe 3: Een gezonde voldragen baby heeft geen profijt van later afnavelen

Dit blijkt een hardnekkige te zijn, maar hij is niet waar.

Of de baby prematuur of voldragen is, ongeveer eenderde van het bloed zit in de placenta. Deze hoeveelheid staat gelijk aan de hoeveelheid die nodig is om de longen, lever en nieren van de baby van voldoende bloed te voorzien. Daar zijn drie voordelen van te benoemen. Babies waarbij later wordt afgenaveld hebben ten eerste meer ijzer in hun bloed, daarover later meer. Daarnaast maken babies waarbij later wordt afgenaveld een betere transitie van zuurstof-via-de-navelstreng naar zuurstof-via-de-longen dan babies waarbij meteen wordt afgenaveld. Ten slotte heeft een baby waarbij later wordt afgenaveld meer stamcellen in zijn bloed, die een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van het immuunsystem, en ook bij de ademhaling, hartslag en bij het centrale zenuwstelsel; stamcellen zijn eigenlijk voor alle processen belangrijk.

Mythe 4: Afnavelen heeft geen invloed op ijzergehalte

Ongeveer 10% van de 1-3 jarigen in Amerika hebben een ijzertekort, met zelfs 20% in bepaalde etnische en socioeconomische populaties. Direct afnavelen zorgt voor minder ijzer in het bloed en het is moeilijk voor kindjes om die achterstand in te halen. Later afnavelen geeft maarliefst een 4 tot 6 maanden lange voorraad aan ijzer. Ijzertekort zorgt naast vermoeidheid ook voor problemen bij de hersengroei en ontwikkeling, wat kan leiden tot achterstanden in cognitieve ontwikkeling. Helaas geeft de borstvoeding slechts een lage hoeveelheid ijzer door, wat waarschijnlijk te maken heeft met de behoefte van het moederlichaam aan ijzer om het bloedverlies na de bevalling te herstellen. De natuur heeft immers gewoon bedacht dat de placenta voor een goede hoeveelheid ijzer voor de baby zou zorgen bij geboorte, dus daar hoeft het moederlichaam in principe niet op ingespeeld te zijn, tenzij er direct wordt afgenaveld.

Mythe 5: Bloed stroomt terug naar de placenta

Sommige mensen zijn bang dat het bloed uit de baby juist weer terugstroomt naar de placenta en dat het kindje daardoor jusit bloed verliest. Door een prachtig proces bij de geboorte sluiten de twee teruglopende vaten naar de baarmoeder als de hoeveelheid zuurstof in het bloed stijgt doordat het kindje ademhaalt.

Mythe 6: Laat afgenavelde kindjes worden geel na geboorte

Na de geboorte worden sommige babietjes geel, door de afbraak van rode bloedcellen en de aanwezigheid van bilirubine. Babietjes met meer bloed hebben ook meer rode bloedcellen, dus je zou kunnen verwachten dat babies waarbij de navelstreng pas later is doorgeknipt, vaker te maken krijgen met geel worden. Dit komt niet uit onderzoeken naar voren. Dit zou kunnen komen doordat er meer bloed in de lever zit en de lever dus beter kan functioneren.

Mythe 7: Huid-op-huid contact kan niet met navelstreng uitkloppen gecombineerd

Sommige mensen zijn bang dat je niet de navelstreng kunt laten uitkloppen én van het prachtige golden hour huid-op-huid contact kunt genieten, omdat de placenta dan lager ligt dan de baby en het bloed dus niet goed naar de baby kan stromen. Hier zit een kleine kern van waarheid in: bij een baby die hoger ligt dan de placenta, is ongeveer 5 minuten nodig voordat 90% van al het bloed de baby bereikt heeft, in plaats van de 3 minuten bij een lager liggende baby.

Wat als de baby direct hulp nodig heeft? 

Eén van de eerste dingen die vaak gebeuren in de NICU is het geven van vloeistof aan de baby. Vaak is dit ongeveer 20 tot 40 ml per kilo gewoon zout water of bloed. De placenta heeft ongeveer 30 ml per kilo aan achtergebleven bloed als direct wordt afgenaveld. Geen toeval dat die cijfers zo dicht bij elkaar liggen! Er zijn allerlei onderzoeken waaruit blijkt dat zowel premature als voldragen babietjes die ziek geboren worden, juist betere uitkomsten hebben bij laten uitkloppen van de navelstreng. De natuur is de beste bloedtransfusie. (14-16)

 

REFERENTIES

1) Mercer JS, Erickson-Owens DA. Rethinking placental transfusion and cord clamping issues.Journal of Perinatal & Neonatal Nursing. July/September 2012 26:3; 202–217 doi: 10.1097/JPN.0b013e31825d2d9a

2) Andersson O, Hellstrom-Westas L, Andersson D, et al. Effects of delayed compared with early umbilical cord clamping on maternal postpartum hemorrhage and cord blood gas sampling: a randomized trial. Acta Obstetricia et Gynecologica Scandinavica. Article first published online: 17 Oct, 2012. DOI: 10.1111/j.1600-0412.2012.01530.x

3) Chaparro, CM. Timing of umbilical cord clamping: effect on iron endowment of the newborn and later iron status. Nutrition Reviews. Volume 69, Issue Supplement s1, pages S30–S36, November 2011.

4) Ceriani Cernadas JM, Carroli G, Pellegrini L, et.al. The Effect of Timing of Cord Clamping on Neonatal Venous Hematocrit Values and Clinical Outcome at Term: A Randomized, Controlled Trial.Pediatrics. Vol. 117 No. 4 April 1, 2006 pp. e779 -e786 (2,3 8,9(doi: 10.1542/peds.2005-1156). Published online March 27, 2006.

5) WHO. Department of Making Pregnancy Safer. WHO recommendations for the prevention of postpartum haemorrhage. Geneva: World Health Organization, 2007.

6) McDonald SJ, Middleton P. Effect of timing of umbilical cord clamping of term infants on maternal and neonatal outcomes. Cochrane Database of Systematic Reviews 2008, Issue 2. Art. No.: CD004074. DOI:10.1002/14651858.CD004074.pub2.

7) Andersson O, Hellstrom-Westas L, Andersson D, Domellof M. Effect of delayed versus early umbilical cord clamping on neonatal outcomes and iron status at 4 months: a randomised controlled trial. British Medical Journal. 2011; 343: d7157. Published online 2011 November 15. doi:  10.1136/bmj.d7157

8) Ceriani Cernadas JM, Carroli G, Pellegrini L, et.al. The effect of early and delayed umbilical cord clamping on ferritin levels in term infants at six months of life: a randomized, control trial. Arch Argent Pediatr. 2010; 108:201-208.

9) Hutton EKHassan ES. Late vs early clamping of the umbilical cord in full-term neonates: systematic review and meta-analysis of controlled trials. JAMA. 2007 Mar 21;297(11):1241-52.

10) McDonald SJ, Middleton P. Effect of timing of umbilical cord clamping of term infants on maternal and neonatal outcomes. Cochrane Database of Systematic Reviews 2008, Issue 2. Art. No.: CD004074. DOI:10.1002/14651858.CD004074.pub2.

11) Carter RC, Jacobson JL, Burden MJ, et al. Iron deficiency anemia and cognitive function in infancy. Pediatrics. 2010; 126:2 pp e427-e434 (doi: 10.1542/peds.2009-2097).

12) Mercer JS, Skovgaard R. Neonatal Transitional Physiology: A New Paradigm. J Perinat Neonat Nursing 2002; 15(4) 56-75

13) Yao AC, Lind J. Effect of gravity on placental transfusion. Lancet. 1969; 2:505-508.

14) Mercer JS, Vohr BR, Erickson-Owens DA, et al. Seven-month developmental outcomes of very low-birth-weight infants enrolled in a randomized controlled trial of delayed versus immediate cord clamping. J Perinatol. 2010; 30:11-16.

15) Kinmond S, Aitchison TC, Holland BM, et al. Umbilical cord clamping and preterm infants: a randomized trial. British Medical Journal. 1993; 306:172-175.

16) Rabe H, Wacker, A, Hulskamp G, et al. A randomized controlled trial of delayed cord-clamping in very low-birth-weight preterm infants Eur J Pediatr. 2000; 159:775-777.