Aan elkaar haken – Stokjes

////Aan elkaar haken – Stokjes

Aan elkaar haken – Stokjes

Wat een gave methode van aan elkaar zetten is dit! Je maakt een randje stokjes om de blokjes heen, waarmee je ze tevens aan elkaar zet. Een vrij strakke, eenvoudige methode, met een schitterend resultaat.

In deze foto-tutorial gebruik ik vierkantjes uit de Een Mooi Gebaar CAL die op 1 januari start. Ik gebruik wit garen, ondanks dat dat eigenlijk niet zo mooi is, omdat het het duidelijkste wordt op de foto’s. Ik gebruik dezelfde haaknaald als waar ik de vierkantjes mee gehaakt heb.

Het eerste vierkant

Je begint met het aanhechten in een hoeksteek of hoekruimte met een halve vaste en 3 lossen (= telt als stokje) aan de goede zijde van je vierkantje. Alternatief kun je beginnen met een staandstokje, dat wordt mooier, dus als je dat wilt leren óf kunt, dan raad ik je dat zeker aan.

Na het maken van dat eerste stokje, maak je nog 4 stokjes in dezelfde steek of in dezelfde lossenruimte. Vervolgens maak je in elke steek en 1-lossenruimte een stokje, tot je bij de volgende hoek bent. Als het grotere lossenruimtes zijn (dus bijvoorbeeld 2-lossenruimte, 3-lossenruimte), dan haak je evenveel stokjes als er lossen zitten. In de hoeksteek of hoeklossenruimte haak je weer 5 stokjes.

Je werkt alle zijde van het vierkant af. Je sluit met een halve vaste of een onzichtbare aanhechting in de derde beginlosse. Hecht af en werk de draadjes weg.

Dit vierkant en alle vierkanten die er al aan vast zitten, noemen we vanaf nu je “deken”. De vierkantjes waarmee je werkt, noemen we “werkvierkant”.

Vierkanten aan één zijde vasthaken

Nu je eerste vierkantje af is, haak je je tweede vierkantje eraan vast. Dat doe je op één naad. Het derde vierkantje komt daar weer aan, ook met één naad. Zo gaat het door tot je één hele rij of kolom gehad hebt.

Je begint weer hetzelfde als bij de vorige beschrijving: 5 stokjes in de hoekruimte, stokje in elke steek. Zo haak je twee zijdes. Van de derde hoek haak je alvast 2 stokjes. Het ziet er dan zo uit:

Vervolgens haal je de haaknaald uit het lusje. Je steekt de haaknaald door het dekenvierkant, door het middelste stokje op een hoek. Je trekt het lusje van het werkvierkant door de steek heen.

Het lusje van het werkvierkant zit nu door het dekenvierkant. Vervolgens maak je een stokje in dezelfde hoekruimte/hoeksteek van je werkvierkant.

Je hebt nu 3 stokjes in je werkvierkant in de hoeksteek/hoekruimte gehaakt. Dit moeten er vijf worden.

Je haalt de naald weer uit het lusje, steekt de naald in het vierde stokje van de hoek van het dekenvierkant, trekt het lusje van het werkvierkant er weer doorheen en vervolgens maak je nóg een stokje in de hoeksteek/hoekruimte. Je hebt nu vier stokjes in het werkvierkant, zoals op onderstaande foto.

Op onderstaande foto is te zien hoe het lusje van het vierde stokje van het werkvierkant, door het vijfde stokje van het dekenvierkant is heen getrokken. Je maakt vervolgens weer een stokje in de hoeksteek/hoekruimte. Als er vijf stokjes inzitten, is je hoek af en ga je verder met de zijkant.

Je haakt nu verder steek voor steek op dezelfde wijze: *je haakt een stokje in de volgende steek op je werkvierkant, haalt de naald uit het lusje, steekt de naald door de corresponderende steek van het dekenvierkant, trekt het lusje daar doorheen*. Je herhaalt van * tot * totdat je weer bij de hoek bent aangekomen. Daar haak je de eerste drie stokjes nog op deze wijze aan elkaar, daarna ga je gewoon met stokjes verder tot je hele vierkant af is. Je sluit de toer met een halve vaste in de derde beginlosse/in het staande stokje en werkt de draadjes weg.

Ongelijk aantal steken zijde dekenvierkant en werkvierkant

Als je een project haakt met precies evenveel steken per vierkantje, kun je steek voor steek stokjes haken, zoals net is uitgelegd. Soms heb je echter allerlei vierkantjes met verschillende stekenaantallen aan de zijde, zoals bijvoorbeeld in de Een Mooi Gebaar CAL. Zolang de vierkantjes wel ongeveer dezelfde grootte hebben, zijn de verschillen in stekenaantallen relatief eenvoudig op te lossen. Als je meer steken hebt op je werkvierkant, haak je stokjes samen. Als je meer steken hebt op het dekenvierkant, sla je soms een stokje over. Tel van beide vierkanten de steken tussen de hoeksteek of hoeklossenruimte en verdeel de minderingen netjes.

Stel dat het werkvierkant 20 steken heeft en het dekenvierkant 18. Dan moet je op de zijde van het werkvierkant 2 steken minderen. Zie bovenstaande foto: Sla daarvoor de draad om de naald, steek de naald onder het voorste lusje van de volgende twee steken door, haal een lusje op en trek dat door beide voorste lusjes heen terug. Je hebt nu 3 lusjes op de naald. (Sla de draad om en sla door 2) x 2. Je hebt nu vrij onzichtbaar geminderd. Maak nu weer een paar  gewone steken en dan nog een keer 2samengehaaktestokjes. Op deze manier is het nauwelijks te zien dat er geminderd is.

In onderstaande foto zie je hoe het eruit ziet als je één stokje op het dekenvierkant overslaat. Dit lijkt heel zichtbaar, maar als je vierkantjes straks aan elkaar zitten, moet je vrij veel moeite doen om de overgeslagen steek te vinden.

Ik kan je aanraden om de minderingen niet precies voor of na de hoek te doen en verder evenwijdig te verdelen. Als je drie minderingen direct naast de hoek direct naast elkaar doet, trekt je vierkantje scheef.

Ziet er al gaaf uit he?

Besluit nu zelf waar je verder wilt gaan. Ga je er twee onder haken? Of nog eentje naast het roze? Of erboven wellicht? Het fijne van deze methode is dat er geen specifieke perfecte volgorde is. Je hoeft bijvoorbeeld nog niet een hele rij of kolom af te hebben om aan de slag te kunnen. In het voorbeeld haak ik eerst het blauwe sterretje er aan vast, voor ik doorga met de tweede rij.

Het eerste blok van de tweede rij heeft ook maar één naad en wordt daardoor op dezelfde wijze vastgezet als zojuist beschreven is. Bij het vastzetten van de hoek merk je echter een klein verschil: er zit al een steek in het derde stokje van de hoek. Maak het derde stokje van de hoek vast aan het stokje waarmee de twee bovenliggende vierkanten zijn vastgemaakt (zie naald in onderstaande foto).

Vierkanten aan twee zijden vasthaken

Het volgende blok vraagt echter om twee naden waarmee hij vast komt te zitten aan de deken. In principe heb je alle tools al in huis om ook dit vierkantje weer goed vast te kunnen zetten. Je begint weer in een hoek, haakt daar 5 stokjes in, haakt een stokje in elke steek langs 1 zijde. In de tweede hoek haak je 2 stokjes. Bij het derde stokje begin je met vastzetten aan de rechteronderhoek van het vierkantje erboven. Dit derde stokje zit dus in het stokje dat de andere twee vierkanten met elkaar verbindt (zie foto boven). De hoek en de zijde maak je af zoals hier boven beschreven staat. Vervolgens kom je in een hoek waar al drie vierkantjes vastzitten.

Je haakt daar het eerste stokje van de hoek vast aan het eerste stokje van het dekenvierkant waar je al aan werkte. Het tweede stokje van de hoek haak je vast aan het tweede stokje van het dekenvierkant waar je al aan werkte. Het derde stokje van de hoek haak je vast aan het derde stokje van het schuin tegenover liggende vierkantje. Het vierde stokje van de hoek haak je vast aan het vierde vierkantje van het derde vierkant waar je aan vast moet haken. Vervolgens haak je weer gewoon verder zoals je inmiddels gewend bent.

Resultaat

Het uiteindelijk resultaat is ongeveer zo:

Voorkant

Het verschil tussen de voorkant en achterkant is niet zo groot, zoals te zien is in het verschil tussen bovenstaande en onderstaande foto.

Achterkant

 

 

By |2017-09-29T11:20:47+00:00september 28th, 2017|Haakencyclopedie, Haken, Knutselprojectjes|0 Comments

About the Author:

Leave A Comment